Ik weet niet zo goed voor wie ik dit schrijf, en ook niet waarom. Ik weet dat mijn familie geïnteresseerd is in wat ik aan het doen ben. Het zou ook zomaar kunnen dat volslagen onbekenden meelezen, en dat vaker gaan doen. Dus kan het gebeuren dat er hier van alles verschijnt wat al lang bekend is, of juist niet. Ik ga maar schrijven voor mezelf denk ik, met in het achterhoofd dat er mensen meelezen, waarvan sommige heel veel weten van ‘wat er aan voorafging’, en andere niet. In de goede Amerikaanse traditie moet je dan dus uitgaan van het principe dat je lezer niets weet. Nou nee, dat nou ook weer niet. Amerikanen kunnen ernstig irritant zijn.

Wat dus schrijven? Want dat er geschreven gaat worden, dat staat intussen wel vast. Dagboek bijhouden, verhalen vertellen, zieleroerselen documenteren, teruggrijpen naar het verleden… Dat verleden dat de bron is van waaruit datgene wat nu gebeurt beter begrepen kan worden… Ja ja, het verleden is voorbij… niet helemaal, dat werkt nog door. De toekomst is onzeker. Ook niet helemaal, want ik ga hem bepalen. Ik. En het heden, het enige dat telt. Ik zou willen dat alleen het heden nog bestaat, en daar gaat het gedeeltelijk om bij het schrijven, ernaar toewerken dat alleen het heden nog bestaat.

Vijfentwintig jaar lang heb ik voor KLM gewerkt als vlieger. Daarvóór was ik twee jaar lang in een overbruggingsfase. De opleiding was achter de rug, en het wachten was op het ingaan van het dienstverband, wat afhing van de behoefte die KLM in die tijd had, en wat twee jaar lang wisselde tussen ‘over enkele weken’, en ‘voorlopig niet’. Die twee jaar heb ik doorgebracht met reizen, in het besef dat reizen daarna nooit meer hetzelfde zou zijn. Geld had ik niet, maar tijd wel. En dat was een kapitaal waarvan niet veel mensen konden zeggen dat ze er veel van hadden. Die twee jaar zijn me bijgebleven als de twee meest indrukwekkende jaren van mijn leven. Misschien heb ik ze geromantiseerd. Feit is wel dat op een strand in het oosten van India, zesentwintig jaar geleden, voor het eerst de gedachte opkwam: en als ik nou eens niet bij KLM ging werken? Die gedachte was ongehoord, want als je net de opleiding voor je droomberoep hebt afgemaakt, een opleiding waarvoor heel veel anderen zijn afgewezen, dan ga je dat toch niet weggooien? Feit is ook dat ik, toen in eenmaal in dienst kwam van het bedrijf dat mijn dromen ging waarmaken, in de eerste tijd menige traan gelaten heb, deels uit heimwee naar het trekkersleven, deels uit frustratie over het nieuwe leven dat anders bleek dan ik me had voorgesteld. En nog steeds niet opgeven hè, want dit was een eenmalige kans die me gegeven was, en luisteren naar het hart was er niet bij. Wie doet dat nou eigenlijk? Intrigerend gegeven: het hart had juist eerder laten weten dat vliegen een mooie droom was. Als verkeersvlieger kon je niet alleen vliegtuigen besturen (wat geweldig is, zelfs als je ze niet over de kop mag laten gaan) maar ook reizen, en het scheen ook nog goed te verdienen, al was dat volledig bijzaak: dit beroep zou ik nog voor niets uitgeoefend hebben. En er waren er zo veel die het wilden, maar niet konden. Als je van het gymnasium komt en deze opleiding hebt mogen doen, dan ga je toch niet alles weggooien in een bui van jeugdige overmoed? Denk je dat je alles kunt? Denk je niet dat je tot nu toe enorm veel geluk gehad hebt? Verwarring.