Mensen reageren op verschillende manieren op mijn voornemens. Er zijn er veel die het wel herkennen en die waarderen dat iets waar we allemaal wel eens over denken tot zijn conclusie wordt doorgevoerd. Niet meer vliegen, alles opgeven om nieuwe dingen te gaan doen? Stoer. Het is natuurlijk geen toeval dat mijn collega’s instemmend reageren: reizen en afwisseling zijn dingen die ze zelf ook willen, anders waren ze niet in de luchtvaart terechtgekomen. Andere omgevingen, onregelmatige werktijden, wisselende collega’s, het hoort er allemaal bij, en menige CA (cabin attendant -red.;-)) zal je vertellen dat hij of zij initieel dacht een poosje te gaan vliegen om daarna iets anders te gaan doen, maar dat een terugkeer naar een geregeld leven met kantooruren en iedere dag dezelfde gezichten om je heen niet meer goed mogelijk lijkt, en dat ‘er even tussenuit zijn en tijd voor jezelf hebben’, en ‘overal komen’ onmiskenbare en onmisbare voordelen van ons beroep zijn.

Nou moet ik eerlijk zeggen dat daar iets wringt. Als een collega bijvoorbeeld vraagt: ‘wat ga je doen als je niet meer werkt?’, en ik vertel dat ik van plan ben Nederland te verlaten en aan een soort wereldreis te beginnen die jaren gaat duren, drie maanden hier door te brengen en drie maanden daar, Russisch gaan leren in Irkutsk (de spell checker wil dat ik er Irkoetsk van maak. De spell checker heeft trouwens ook moeite met de woorden spell en checker…), Japans leren op Hokkaido, duikles geven en leren mediteren in Thailand, uitgebreid Indochina gaan bezoeken, een winter skiënd doorbrengen in de Nieuw-Zeelandse Alpen, trekken door Tibet, enz., enz., dan kan het zijn dat begrijpend geknikt wordt en een antwoord komt in de trant van: ‘je blijft dus reizen’. Nee, dat is het niet helemaal, ik ga juist reizen.

Want dat is misschien de grootste grief geweest die zich heeft ontwikkeld in mijn loopbaan: ik was vlieger geworden om vliegtuigen te besturen en om te reizen, en als dat eerste al van een groot deel van zijn betekenis is beroofd door de voortgaande automatisering en de langere vluchten, dan heeft de steeds efficiëntere dienstregeling de nekslag gegeven aan het laatste beetje reizen dat het vliegend leven bood. Twaalf uur in een vliegtuig zitten wachten tot je bent aangekomen, vierentwintig uur lang proberen te slapen als het donker is (vergeefse moeite!) en proberen de ogen open te houden terwijl het licht is, om dan weer de terugreis aan te vangen, dat is niet mijn idee van reizen. Oké, dit is wat gechargeerd. Geeft wel aan wat ik bedoel, denk ik. Na aankomst op een vliegveld rechtstreeks de bus in stappen die al op je staat te wachten en die je naar je hotel brengt, afspreken voor een bezoek aan dezelfde kroegen als altijd, bestemmingen waarderen vanwege de kwaliteit van ‘het ontbijt’, de vrouwen horen vertellen over alles wat ze gekocht hebben, het zijn allemaal dingen die eigenlijk met ons beroep niet anders kunnen. Je kunt het niet volhouden om jarenlang steeds weer nieuwe invulling te geven aan je reis, die maar kort duurt, die je werk is, waar je moe van wordt, waar je behoefte hebt aan kleine steunpunten. Maar ik vermoed dat er meer mogelijk is, als je de tijd neemt. Ik ga dus de tijd nemen.

Ik ben geloof ik een beetje afgedwaald, was van plan geweest te vertellen over de verschillende manieren waarop wordt gereageerd op mijn plannen. Geeft niet, komt later wel.