Gisteren na aankomst eerst maar een paar uur geslapen, wekker gezet om zeven uur ’s avonds. Het toeval wil dat het hotel waar we verblijven één van de mooiste restaurants van de stad huisvest, in de open lucht op de 65ste verdieping. De gelegenheid lijkt ons uniek genoeg om daar te gaan borrelen, en als we daarboven met een glas wijn in de hand over de stad uitkijken kunnen we de verleiding niet weerstaan om er ook te gaan eten. In de zwoele avondlucht, boven de miljoenen lichtjes van de stad, met de smooth jazz die de band op de achtergrond ten gehore brengt, genieten we van Italiaanse gerechten, Nieuw-Zeelandse wijn en de zorgen van Thais personeel dat al doorheeft dat je iets wilt nog voordat je het zelf in de gaten hebt. Dit moet je jezelf gewoon gunnen, al is het maar eens in je leven. Daarna vinden we de weg naar de rosse buurt, waar om kwart over elf nog steeds massagehuizen open zijn. Een uur later komen we, verfrist en met nietuwe energie, weer naar buiten, om vervolgens neer te strijken in een kroegje waar de even joviale als gezette uitbaatster ons verwelkomt met een glimlach van herkenning. Ze weet ons zelfs te vertellen dat we al zeker een jaar niet meer zijn langsgekomen… De politie doet intussen wat minder moeilijk dan toen, en om twee uur wordt weliswaar de muziek even uitgezet, maar de rolluiken naar de straat toe blijven open, en we krijgen gewoon nog steeds te drinken.

Dit zijn herkenningspunten. Alles om ons heen voelt vertrouwd aan, en het is goed om hier te zijn. Ga ik dit missen? Nee hoor, dit zijn dingen die gewoon door blijven gaan, behalve dat het dan niet meer ophoudt na een paar dagen. Zometeen gaan we naar Kao San road, waar in een achterafsteegje een oud vrouwtje wonderen verricht met haar wok, en waar we ongetwijfeld nog wat zullen blijven hangen tussen al het reizigersvolk. Op zoek naar nieuwe herkenningspunten. Tot later.