Tijdje niet in de buurt van het internet geweest, heb dus al die tijd niets kunnen schrijven. Bij deze dus een samenvatting van de afgelopen week, een wat langer stuk met veel spaties (om het leesbaar te houden!).

Net bij de Nespresso winkel in de van Baerlestraat geweest, vruchteloze pogingen gedaan om uit de database gehaald te worden. Wel heel veel succes met de voorgenomen reis en de avonturen en zo, maar we kunnen u niet uit de database halen. Misschien komt u nog wel eens terug? Ik heb het hier eerder over gehad, over hoe je denkt dat je weggaat, maar dat er altijd instanties zijn die je niet laten gaan. Links en rechts laat ik digitale sporen achter die de moderne variant zijn van het skelet van de dinosaurus en de versteende keutels van de archeopteryx. Over tweehonderdmiljoen jaar zullen zich paleontologen buigen over verzamelingen nullen en enen waarvan ze vermoeden dat er een groot geheim in opgesloten zit, maar het is de vraag of fragmenten als ‘van Leeuwen’ en ‘Nespresso’ ze veel dichter tot de de beantwoording van De Grote Vraag zullen brengen.

Maar even terug naar waar we gebleven waren. Allereerst een nieuw familiebezoek, deze keer bij de schoonfamilie. Ook dit vol betekenis, net als het weekend ervoor, en te persoonlijk om er verder over te schrijven. Behalve misschien dit: het is indrukwekkend om te weten dat er mensen zijn waar je op kunt blijven rekenen wanneer je ze langere tijd niet meer ziet, mensen die je accepteren zoals je bent, mensen waarmee je verbonden bent, en blijft.

Intussen ook goed nieuws gehad: mijn aanvraag voor een verblijfsvergunning in Maleisië is goedgekeurd. Even uitleggen. Vroeg stoppen met werken heeft natuurlijk allerlei financiële gevolgen, die opgevangen kunnen worden door weinig uit te geven. Eén van de dingen waar veel geld naartoe gaat, en waar je dus behoorlijk op kunt besparen, is inkomstenbelasting. Maleisië biedt buitenlanders onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid zich te vestigen, waarbij buitenlands inkomen uit pensioen, spaargeld en beleggingen niet wordt belast. Weliswaar komt de komende jaren mijn inkomen alleen nog van spaargeld en beleggingen, maar waarom zou ik dat naar de fiscus brengen van een land (Nederland) waar ik niet woon? Als diezelfde fiscus ervan uitgaat dat een wereldreiziger in Nederland woont tenzij een andere woonplaats wordt bewezen, ben ik bereid dat bewijs aan te dragen. Een tweede voordeel van een pied-à-terre in de regio waar de komende jaren mijn reizen gaan plaatsvinden is dat er dan een adres is waar post naartoe kan, zoals een paspoort voorzien van een Russisch studentenvisum. En ten slotte is het geruststellend om te weten dat er een plek is waar je altijd heen kunt als al je visa verlopen zijn. Alsof je anders het risico loopt spoorloos te verdwijnen, of gedoemd bent als een Vliegende Hollander eeuwig te blijven dolen, zonder ooit, al was het maar voor even, ergens het anker uit te kunnen gooien…

Vervolgens ben ik naar de Franse Alpen gereden, waar ik vijftien jaar gewoond heb. Bijzondere combinatie: thuiskomen om afscheid te nemen.

Thuiskomen: het landschap bood een vertrouwde aanblik. Bollende cumulusbewolking boven de bergtoppen, als zichtbaar teken van de thermische activiteit die in de loop van de dag op gang was gekomen. Daartussen grootmoedige flarden lucht van het allerstrakste blauw. Bomen aan de overkant van het dal van een even strak groen, dat ze dichterbij deed lijken dan ze waren. Huizen, tuinen, balkons vol bloemen waar het zonlicht vanaf spatte in roden, gelen, paarsen die elkaar in een precair evenwicht hielden. ’s Morgens slierten nevel in het dal en lucht waarvan bij het inademen de frisheid verraste, eerste aankondigingen van de komende winter.

Thuiskomen: ‘retrouvailles’, vrienden opzoeken, terugvinden, praten over de tijd die we samen hebben gedeeld en de tijd die daarop volgde, en natuurlijk over wat nog gaat komen. Zonder uitzondering overal een begrijpende en instemmende glimlach bij het horen van mijn plannen.

Afscheid nemen: voor hoe lang? Dit zijn mensen die op zee net zozeer thuis zijn als in de bergen, die op de motor door Marokko of Madagaskar rijden, die parapente-les geven in Nouvelle Calédonie of in Australië, die vrienden op bezoek krijgen uit India, Japan, Chili. Misschien duiken ze opeens op in Maleisië. Misschien brengen we weer een keer een winter door in deze plaats waar sommige van hen geboren zijn, en waar anderen vonden wat ze zochten.

Albert wees me op een tandem-parapente die net gestart was en waar een grote vogel bij in de buurt cirkelde. ‘Zie je dat?’, zei hij, ‘dat is een adelaar. Die vent komt uit de buurt van het meer van Genève, hij is sinds een poosje hier aan het oefenen voor het festival van St-Hilaire. Hij is de adelaar aan het leren om tijdens de vlucht op zijn arm te landen’. Inderdaad was te zien hoe de vogel in de buurt bleef van de parapente en er af en toe één mee werd, om vervolgens weer weg te zweven. Pas bij de keurig in formatie uitgevoerde landing werd duidelijk wat een monsterlijk grote vogel dit was. De temmer was een vriendelijk ogende, bescheiden man met een groot litteken op zijn wang. De adelaar was een keer in de lucht aangevallen door twee andere adelaars en had zich in paniek aan het hoofd van zijn vriend de mens vastgeklampt…

Deze plek is bijzonder. Deze mensen zijn bijzonder. Hier heb ik in het verleden gezien hoe Val experimenteerde met een manier om mensen vanuit een tandem-parapente een base jump te laten maken. Hun parachute werd geopend door een koord dat aan de parapente bevestigd bleef nadat ze die verlaten hadden. Franck was één van de eersten die zich aanmeldde als vrijwilliger om het uit te proberen. Zijn werk als tandtechnicus wisselde hij af met stuntvliegen, eerst in zweefvliegtuigen, later in de Pitts Special die hij liefst over de kop liet gaan in het dal, onder de voeten van de toeschouwers die ademloos zijn verrichtingen volgden vanaf de parapente-startplaats. Voor zijn eerste base jump had hij geen enkele ervaring met parachutespringen… Denis werkte intussen aan een stuntprogramma met zijn parapente, en deed dingen die niemand voor mogelijk had gehouden. Val kon niet achterblijven, en samen begonnen ze zelfs te stunten met tandem-parapentes. Ik heb nog een foto van Val waarop hij (in zijn eentje dit keer) na een serie extreem steile bochten vlak voor de landing op een paar meter boven de grond hangt, op de zelfde hoogte als zijn parapente die een hoek van negentig graden maakt met de grond. Het kan helemaal niet, maar hij deed het wel. De beheersing die deze mensen van hun materiaal hadden was duizelingwekkend, en het werd mogelijk gemaakt doordat ook degenen die dit materiaal maakten onophoudelijk bezig waren het te verbeteren.

Op de terugweg naar Nederland langsgegaan bij Peter, mijn beste vriend die ik twee jaar lang niet gesproken had. Nog steeds niet helemaal duidelijk hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar het mag niet meer gebeuren.

Amsterdam nu, even herkenbaar als Morzine het was, op een andere manier. Ingetogen. Het miezert, de grijzen overheersen, andere kleuren vervagen langzaam, vormen een verzadigd pallet dat je verlaten moet hebben om het te kunnen waarderen. Verlangen naar warme kleren, naar feestdagen, naar kachels waarin je het vuur kunt zien branden. Verlangen naar tropische stranden…

Nog even wachten. Deze keer op de brief waarin staat dat mijn verblijfsvergunning voor Maleisië is goedgekeurd. Wordt kennelijk vrijdag de zevende verstuurd, per koerier, moet ik dus maandag hebben. Is nodig om daarginds een bankrekening te openen en een ziektekostenverzekering af te sluiten. Komt goed uit . Kan ik nog even langer doorbrengen met Charlotte, de ontwenningsverschijnselen nog even afweren…