De treinreis van Bangkok naar Butterworth duurde 22 uur. Lijkt een heleboel, maar het was eigenlijk best plezierig. Landschap kijken, boek lezen, avondeten. Na het eten kwam een opmaker alle zitplaatsen veranderen in slaapplaatsen, compleet met matras, lakens en slopen. Volgende dag alles opnieuw: ontbijten, boek lezen, landschap kijken. Je komt tot rust in zo’n trein. Er is toch niets anders te doen, en het bewegende uitzicht heeft een kalmerend effect. Meer valt er eigenlijk niet over te zeggen. Ik heb nooit de populariteit van Paul Theroux begrepen. Reizen met de trein is prettig genoeg, maar om daar nou boeken vol over te schrijven…

In Butterworth zat iemand te wachten om diezelfde trein in omgekeerde richting te nemen, iemand die ik kende: een Belg die in Thailand als duikinstructeur werkt. Altijd aardig om (half)bekenden tegen te komen en nieuws en tips uit te wisselen. Het verbaast me al niet eens meer, het is al vaker voorgekomen. Deze Belg was net in Penang geweest om een nieuw Thais visum te halen. Wat gedeelde tijd, een groet, en we gingen ieder weer ons weegs. We zien elkaar vast nog wel eens.

Georgetown, Penang: een explosie van geuren, kleuren en geluiden. Had al verschillende verhalen over Penang gehoord, was niet helemaal voorbereid op de mate waarin hier verschillende culturen samenkomen. Een hele middag vol verbazing rondgelopen in Chinatown en Little India. Het zijn bekende namen van wijken in anderen steden, maar die andere wijken verbleken als je ze vergelijkt met deze in Georgetown. Overdag kun je al genieten van de sfeer die op iedere vierkante meter op je afkomt. Indiaase muziek die schalt uit iedere cd-winkel, verkopers van bloemenkransen en duizend en een lekkernijen. Chinese theehuizen waar oude mannen als boeken vol wijsheid, geschreven in Chinese karakters en dus onontcijferbaar, voor zich uit zitten te kijken. ‘s Avonds wordt er nog een schepje bovenop gedaan, de eetstalletjes vermenigvuldigen zich en er gebeurt iets onverklaarbaars waardoor vrouwen aanhankelijk worden en, geleund tegen de huizen, met zachte stem iedere passerende man aanspreken. Dat zijn er niet veel, want de mannen zitten te eten: de moslims omdat ze de hele dag niets gegeten hebben en tot het avondgebed hebben moeten wachten voordat ze zich tegoed mochten doen aan al het heerlijks dat overdag is klaargemaakt, de anderen omdat het zonde zou zijn om een zo verrukkelijke aangelegenheid als het avondeten te missen.

Vandaag ben ik gaan informeren over het openen van een bankrekening en een postbus, en het is een groot plezier om deze stappen te nemen, stappen die een soort inwijdingsritueel vormen. Ik zie me al, tussen alle reizen door, in de smeltkroes van Georgetown ‘s morgens de straat op lopen om een dosai of puri te gaan eten, dan thee te gaan drinken en de krant te gaan lezen in een theehuis, en dan plannen maken voor de rest van de dag: talencursussen? strand in het noorden van het eiland? visum voor Thailand of Indonesie halen, ook op het eiland? duikuitstapje plannen naar Pulao Payar, of naar Langkawi?

En nu zit ik voor anderhalve dag in Kuala Lumpur, een korte vliegreis verwijderd van Penang, om de papieren voor de verblijfsvergunning op te halen en een Filippijns visum aan te vragen. Grote stad, de enige stad die ik ken waar je zowel te voet als met de auto gegarandeerd de weg kwijtraakt als je niet bekend bent, al heb je een kaart. Bij aankomst op het vliegveld stond de KLM 747 op zijn gebruikelijke plek, wat me verraste omdat ik al geruime tijd niet meer aan KLM gedacht heb. In de stad slaap ik op een steenworp afstand van de plek waar bemanningsleden ‘s avonds afspreken om wat te drinken en te eten. Ik heb niet de minste behoefte om ze op te gaan zoeken. Ik ben nu met mijn eigen avontuur bezig, en realiseer me dat er intussen toch iets aan het veranderen is. KLM drijft weg met een verleden dat goed was zolang het goed was, om het zo maar te zeggen. Voor me ligt een hele andere weg.