Ja ja, dat was even spannend, hè? Al dat gedoe met een pakje dat met DHL was opgestuurd, na twee dagen had moeten aankomen en na een week nog bij de douane lag. Hoe het afliep? Op de ochtend van onze vlucht naar Manilla nog wat telefoontjes, en twee uur voor de vlucht konden we het pakje persoonlijk ophalen bij de vrachtafdeling van het vliegveld, om vervolgens meteen in te checken voor het vervolg van de reis. Het was krap, maar het is goedgekomen.

Nieuw hoofdstuk: Filippijnen. Heleboel eerste indrukken. Ook eerste indrukken verdienen een plaatsje in dit weblog, hoe ongenuanceerd ze ook zijn. Weliswaar blijven we maar één nacht in Manilla, en zullen we dus voorlopig niet in de gelegenheid zijn om de nodige nuances aan te brengen, maar in een weblog dat het karakter heeft van een dagboek mag dat. Vind ik.

Busrit van Clark (voormalige Amerikaanse luchtmachtbasis, nu internationale luchthaven waar Air Asia naartoe vliegt) naar de stad door vlak landschap dat af en toe aan Nederland doet denken, als je even de palmbomen en de vulkaan op de achtergrond niet meetelt. Goede wegen, waar goed doorgereden kan worden, totdat we in de stad komen. De busrit duurt meer dan twee uur. Mijn god, wat is deze stad groot. Overal enorme reclameborden die het stadsbeeld bepalen. Hier en daar de beroemde jeepneys die zich als voorhistorische koekblikken tussen het overige, meer in het heden passende verkeer wurmen. Een beeld dat zich langzaam vormt, terwijl straten, huizen, stoepen, kerken, winkels, electriciteitsdraden, filialen van snelvoerketens, opschriften aan ons voorbijtrekken: deze stad doet ons erg aan Mexico-Stad denken. Een beeld dat later nog versterkt wordt als we sommigen Engels horen praten met een tongval die nauwelijks verschilt van die van een Mexicaan die Amerikaans spreekt. Terwijl anderen compleet andere accenten hebben trouwens, maar dat terzijde. Die overeenkomst met Mexico is niet helemaal toevallig. De Filippijnen zijn 333 jaar lang Spaans grondgebied geweest en hebben daarna 48 jaar lang onder Amerikaans bestuur gestaan.

Meer eerste indrukken na aankomst op de plek waar we de nacht zullen doorbrengen. Vriendelijke, goedlachse mensen. Veel uitgaansleven dat zich half op straat afspeelt. Uitnodigingen om de bars in te gaan, die niet aanhouden wanneer je vriendelijk bedankt. Veel armoe. Mensen die moeten rondkomen van het verkopen van sigaretten, pinda’s, kwarteleitjes, gitaren. Bedelaars. Een nieuwe bestelbus waarvan de schuifdeur opengaat en vanwaaruit een horde kinderen de straat op gestuurd wordt om te gaan bedelen. Een moeilijk te peilen sfeer die ’s avonds op straat heerst: grotendeels goedmoedig, maar het zou zomaar om kunnen slaan. San Miguel light beer dat eruitziet als Corona.

We raken in gesprek met iemand die een tafel verderop zit, een Filippijn die in de Verenigde Staten woont en af en toe naar Manilla komt voor zaken. We vragen hem hoe het komt dat in deze buurt enorm veel Koreaanse restaurants zitten. Hij vertelt dat Koreaanse misdadigers in het verleden een veilige haven vonden in de Filippijnen. Ze lieten familie overkomen en groeiden uit tot een gemeenschap van respectabele omvang met minder gerespecteerde omgangsmanieren. Wij hebben Koreanen door ons werk leren kennen als botte honden, en ook in Manilla liggen ze dus niet zo goed. We wisten al dat er overal in de wereld stromen van al dan niet tijdelijke immigranten zijn. Meestal gaat het om werkers uit armere landen die nuttige diensten aanbieden, zoals Indonesische of Filippijnse kindermeisjes in Singapore en Hong Kong. Wat de laatste tijd opvalt, en nu ook weer, is dat er ook op veel plaatsen groepen buitenlanders bestaan over wie gesproken wordt als ‘een probleem’. In West-Maleisië is een Bengalezenprobleem, de Indonesiërs die in Sarawak werk komen zoeken en de Filippijnen die naar Sabah komen zijn lastig op te sporen omdat ze zo op de plaatselijke bevolking lijken, en deze Koreanen zijn weliswaar legaal in de Filippijnen, maar niet bij ieder geliefd. Het is verleidelijk te denken dat alleen rijke landen een ‘buitenlanderprobleem’ hebben. Terwijl buitenstaanders natuurlijk van alle tijden zijn en in iedere gemeenschap voorkomen. Voor wie vormen wij Nederlanders een probleem? Wij zijn geen sloebers die uit armoede of noodzaak een betere toekomst buiten onze landsgrenzen gaan zoeken. Toch?

Onze gesprekspartner spreekt ook nog zijn teleurstelling uit over het feit dat de Filippijnen niet uiteindelijk een Amerikaanse staat zijn geworden, maar de onafhankelijkheid hebben verkozen boven ontwikkeling en voorspoed. Het toedoen, volgens hem, van enkele machtige personen die veel te verliezen hadden bij een inlijving in de VS. Volgens wat we later lezen was het eerder het gewone volk dat na honderden jaren Westerse overheersing wel eens zelf zijn lot wilde bepalen. En dus stuntelend aan de slag ging met een democratie die niet altijd zijn beloftes inlost, maar wel een produkt van eigen bodem is.