Filippijns eten is schokkend. Of om het iets genuanceerder te zeggen: wat ons in de week die we intussen in de Filippijnen hebben doorgebracht aan eten is voorgezet heeft ons niet enthousiast kunnen maken. Nou nee, het is gewoon schokkend. Het lijkt wel alsof eten maken gezien wordt als een straf, en alsof iedereen die deze straf krijgt opgelegd zijn best doet om te laten merken dat hij het er niet mee eens is. Kruiden en specerijen worden bijna niet gebruikt en de bereidingswijzen worden zo simpel mogelijk gehouden. Voor één van de meer arbeidsintensieve gerechten worden stukjes rundvlees gebakken tot ze geblakerd zijn en daarna verzopen in sojasaus om ze wat minder taai te maken. Dat geheel wordt nog een poosje doorgebakken voor het geval dat dat geblakerde alleen aan de buitenkant zit, en ten slotte wordt er een paar keer met een auto overheen gereden. Dan wordt dat aan de hond aangeboden, en als die het niet wil is het klaar is om met een hoopje rijst op tafel gezet te worden.
Is het de schuld van de Spanjaarden of van de Amerikanen? De invloeden zijn in ieder geval merkbaar. Een standaard Filippijns ontbijt zoals we het hebben leren kennen bestaat uit rijst met gebakken ei en ‘iets anders’. Dat ‘anders’ kan bijvoorbeeld gebakken (gecremeerde, dus) hotdog-worst zijn, of corned beef. Waarmee niet verklaard is waarom dit soort gerechten worden bereid door mensen die in een deel van de wereld wonen waar eten en godsdienst bijna dezelfde status hebben. Indonesiërs zijn toch ook niet massaal boterhammen met kaas bij hun rijst gaan leggen? Hebben Maleisiërs soms het gekookte everzwijn in muntsaus (Asterix, het arme dier!) leren waarderen? Hoe het ook zij, we hebben een antwoord gevonden op de vraag waarom we in Amsterdam, waar het wemelt van de Aziatische eetgelegenheden, geen Filippijns restaurant zijn tegengekomen.

Gisteren zijn we gaan duiken. Eigenlijk had ik er niet veel van verwacht. Weliswaar zijn er meerdere duikcentra, maar ze zien eruit alsof iemand in het verleden ooit heeft besloten een duikzaak te openen, anderen het voorbeeld volgden, en intussen al heel lang niemand meer weet waarom ze dat ook al weer gedaan hebben. Bovendien hadden we tijdens onze snorkeltrips bedroevend veel dood koraal gezien, en zat Dave’s verhaal over hoe Port Barton nog maar tien jaar geleden een goede duikbestemming was, voordat de vissers en een uit zijn koers gedreven typhoon een einde maakten aan het koraal, nog vers in het geheugen. Het viel erg mee. Het water was enorm helder, op sommige plekken leken de vissen in de lucht te hangen. Het was goed weer eens de uitrusting aan te trekken en af te glijden in de steeds weer boeiende onderwaterwereld. Dat gaan we de komende tijd vast nog wel meer doen, want de bestemmingen die we nog willen aandoen zijn stuk voor stuk duikbestemmingen.
Vlak voordat we op de boot stapten om te gaan duiken kwamen er nog wat oude bekenden op ons af, drie Engelsen die we drie weken geleden op Borneo ontmoet hebben, en die een tussenstop in de Filippijnen maken voordat ze doorgaan naar Australië om werk te zoeken en de financiën weer een beetje op peil te brengen. Onverwacht genoegen, en een aanleiding om ’s avonds samen te gaan eten en bij te praten over de afgelopen weken.

Tegen de tijd dat dit op het weblog verschijnt is er kennelijk weer internet. De afgelopen twee dagen is het ontoegankelijk geweest, net als mobiele telefoon. De zendmast die de signalen doorgeeft werkt op diesel, en de laatste diesel was een week geleden doorgekomen. Vandaag is er een nieuwe vrachtwagen gearriveerd, maar aangezien het spul de heuvel op gedragen moet worden en eerst de makkelijker bereikbare afnemers bediend worden kan het nog wel even duren voordat de zendmast weer werkt. Natuurlijk zou het beter zijn als de wegen geasfalteerd waren, zodat auto’s en bussen ongehinderd over het hele eiland kunnen rijden. Dat is natuurlijk al jaren de bedoeling. Op de één of andere manier komt het er nooit van. Er is ook weinig aanleiding voor geweest.Tot nu toe zou dit gebied het toerisme hebben getolereerd maar niet aangemoedigd, waardoor de voorzieningen voldoen in de behoeften van de bewoners en dus primitief zijn. De keerzijde is dat de mooie plekken nog niet onder de voet worden gelopen door horden bezoekers. Volgens Russell, de duikgids, zijn er echter Aziatische, en met name Koreaanse investeerders actief, die resorts plannen en wegen willen financieren. Er staat dit slaperige dorp, dat leeft van de visserij, waar de electriciteit overdag maar een paar uur werkt, waar vrouwen de hele dag water uit putten halen om in een tobbe en met een wasbord nimmer kleiner wordende stapels kleren te wassen en waar de hanen bij ieder huis de nieuwe dag aankondigen en iedere zondag moeten vechten, wellicht nog een turbulente toekomst te wachten.

Aanvulling op het voorafgaande: we zijn in Puerto Princesa, van waar we morgen naar Cebu vliegen. Om vervolgens door te gaan naar Dumaguete en Apo island. Island kllinkt als: weet niet of er internet is. Weet je eigenlijk nooit, hè?