Na twee weken in duikresorts te hebben doorgebracht, afgezonderd van de echte wereld, willen we weer eens iets zien van het land waar we ons bevinden, voordat we opnieuw ergens gaan ‘onderduiken’. We lezen over de ‘chocolate hills’, een opmerkelijke verzameling heuvels in het binnenland van Bohol, die door de overheid tot belangrijkste toeristische attractie van de provincie gebombardeerd zijn. We kijken er verschillend tegenaan. Charlotte wil er graag heen, om in ieder geval iets anders te doen dan duiken, en ze heeft een manier gevonden om er te komen, waar meerdere bussen bij komen kijken. Ik zie al voor me hoe we, in dit land waar reizen niet eenvoudig is, met al onze bagage proberen naar het uitkijkpunt te komen, een poosje naar wat heuvels te kijken, en vervolgens proberen verder te gaan om een slaapplaats te vinden. De Lonely Planet heeft er weinig inspirerends over te zeggen. Bovendien moeten we beslist een pinautomaat zien te vinden, want ons geld is zo goed als op. De afgelopen weken hebben we steeds voldoende gepind om een week te kunnen duiken, aangezien pinautomaten nogal niet-bestaand zijn in veel plaatsen. Meestal gebeurde dit bij automaten waar je maximaal zestig euro tegelijk kunt pinnen, waarbij de grootste coupures overeenkwamen met acht euro. Dat levert een aardig pak bankbiljetten op… Het artsenechtpaar vertelt ons over een resort aan een rivier in het binnenland dat ze gezien hebben en dat er aardig uitzag. We besluiten eerst naar Tagbilaran te gaan om te pinnen en te internetten, en dan door te gaan naar Loboc, de plek aan de gelijknamige rivier. Van daar kunnen we vast wel een uitstapje maken naar de chocolate hills, zonder de bagage mee te nemen.

In Tagbilaran vinden we een pinautomaat. Die is buiten werking. We vinden er nog één. Die meldt dat-ie geen geld heeft. Volgende: kan geen verbinding maken met onze bank. Nog één! Alles gaat goed, totdat de mededeling op het scherm verschijnt: please collect your cash. Moet ik er nog bijzeggen dat er geen cash tevoorschijn komt? Het is zondag, dus even binnenwippen heeft geen zin. Gelukkig hangt er een kaart met een telefoonnummer dat in geval van problemen gebeld kan worden. We bellen en krijgen van een blikken juffrouw te horen dat het nummer niet bestaat. Iemand verwijst ons naar nóg een bank, en daar halen we zowaar een bescheiden som geld uit de automaat. Door naar Loboc, met een auto. Daar stappen we uit voor een kort boottochtje naar onze verblijfplaats voor de komende twee nachten, die luistert naar de poëtische naam Nuts Huts. Op de plek waar het bootje vertrekt blijkt ook nog iets te zijn wat nog op ons verlanglijstje stond en wat we dus meteen kunnen afstrepen: een grote tuin vol tarsiers…

Tarsiers??? Tja, zo heten ze in het Engels, en ik weet niet of er een Nederlands woord voor bestaat. Waarom zou je voor zo iets vreemds ook een Nederlands woord verzinnen? LP beschrijft dit wezentje als een kruising tussen ET en een gremlin die zijn hoofd bijna 360 graden kan draaien, vijf meter hoog kan springen en zijn oren kan draaien in de richting waar geluid vandaan komt. Dat hoofd draaien en springen, dat zien we ze niet doen, en ook zo zijn ze al verbazend genoeg. We krijgen kevers op stokjes mee, die deze diertjes dankbaar opeten, en je zou ze willen meenemen, maar waar haal je iedere dag nieuwe kevers vandaan? Er worden trouwens ook sleutelhangers van kleine stoffen neptarsiers verkocht. Uiteraard. Met ‘I love Philippines’ erop.

Nuts Huts is een verzameling hutten die praktisch aan de rivier liggen en een restaurant dat een stuk hoger gelegen is en dus een mooi uitzicht biedt. Er heerst een ontspannen sfeer, en er zijn bijna geen gasten. Vlak na zonsondergang kijken we naar de vuurvliegjes die in groten getale komen optreden. Uit het oerwoud komen allerlei onbekende geluiden.

De volgende dag maken we een uitstapje op de rivier met een kleine banca. Al het kleinere (en soms niet zo kleine) spul dat rondvaart is banca, wat vertaald wordt als outrigger, wat volgens van Dale een vlerkprauw is. Natuurlijk, vlerkprauw, dat hoef je toch niet op te zoeken… De scheepjes op onze foto’s, die met drijvers aan weerszijden, zijn banca’s. Twee uur op het water, en ook hier wordt over en weer heel wat gezwaaid en gelachen. ’s Middags huren we een motorfietsje om het binnenland te verkennen. Het is een mooie, zonnige dag, de weg ligt er verlaten bij, en het is allemaal erg prettig. Af en toe vangen we een glimp op van de chocolate hills, terwijl we langs dorpjes en kleine rijstvelden rijden. Dan doemt een hogere heuvel op, met een foeilelijk gebouw tegen de helling aan gebouwd, en een bord wijst naar rechts om het uitkijkpunt te bereiken. Het is inderdaad een mooi uitzicht, en we blijven er een poosje genieten, om uiteindelijk bij het laatste daglicht terug naar huis te rijden.

De volgende dag staan we om half vijf op, wat volgens het personeel van Nuts Huts nodig is om de boot te halen. Het plan is over te steken naar Leyte, om dan met de bus af te zakken naar de zuidpunt, waar een min of meer bekende duikbestemming ligt. Om dat te kunnen doen hebben we de bootsman van de vorige dag gevraagd ons om vijf uur te komen halen, zodat we met een jeepney naar Luay kunnen gaan en daar een bus te nemen naar Ubay, waar we dan op tijd moeten aankomen voor de boot naar Maasin, die volgens sommigen eens per dag gaat, volgens anderen twee keer per dag. Zoals vaker is het onmogelijk zeker te weten wanneer de boot gaat, dus we gaan zo vroeg mogelijk, en zien wel hoe het verder gaat. Mochten we de boot missen, dan is er volgens de Lonely Planet geen slaapgelegenheid, al zijn er aanwijzingen dat dat niet helemaal klopt. Het enige dat we zeker weten is dat niets zeker is…

Het bootje dat ons om vijf uur op moest halen komt om half zes. De jeepney naar Luay hobbelt met dertig per uur voort en rijdt af en toe achteruit, om vooral geen potentiele passagiers te missen. In Luay blijken we gewoon langs de kant van de weg te moeten wachten tot er een bus voorbijkomt. Na drie kwartier slapen we half, en zien we net op tijd de bus aankomen om hem te laten stoppen. De bus doet net zoiets als de jeepney, en tegen tienen komen we in Ubay aan. We hadden gehoord dat de boot naar Maasin om kwart voor negen zou vertrekken, dat hebben we dus niet gehaald. De buschauffeur zegt dat de boot om tien uur vertrekt, dat hebben we dus wel gehaald. In de haven zoeken we naar iets dat op een boot naar Maasin lijkt, en we krijgen te horen dat er geen boot naar Maasin gaat. Wel naar Bato, en een blik op de kaart leert dat dat zo’n dertig km noordelijker ligt dan Maasin, wel op Leyte dus, en iets verder van onze bestemming verwijderd. We stappen op een tafel af waar een boot naar Bato om elf uur staat aangegeven. We vragen om kaartjes, en krijgen als antwoord dat de boot niet gaat, maar dat de volgende tafel kaartjes heeft voor half twee. Bij de volgende tafel kunnen we kaartjes kopen voor de boot van één uur. Die vertrekt uiteindelijk om half twee. Het is even zoeken geweest, maar we zijn op weg naar Leyte…

Er barst een geweldig onweer los bij vertrek van de boot, het eerste van een serie. In Bato regent het gelukkig even niet, en we vinden snel genoeg een busje naar Maasin. Daar regent het wel, en het is intussen donker, maar we zijn nu zo vlak bij ons doel dat we door willen gaan. We bellen het nummer dat in de Lonely Planet staat, en krijgen iemand die niet weet waar we het over hebben. Dan maar op de bonnefooi verder. We vinden iemand bereid ons naar Padre Burgos te brengen, en komen eindelijk daar aan waar we willen slapen.

De eigenaar begroet ons, zijn enige gasten die onverwacht komen binnenlopen, erg hartelijk. Het is een Duitser die al vijftien jaar in de Filippijnen woont, met een Filippijnse getrouwd is en met haar drie kinderen heeft. Voordat we naar de kamers gaan kijken nemen we eerst wat te eten en te drinken. De eigenaar drinkt goed mee.

Ik heb het niet zien aankomen. Charlotte zegt achteraf dat ze er een slecht gevoel bij had. De eigenaar lardeert zijn zinnen met fucking ditten en fucking datten, lijkt niet altijd te luisteren naar wat wij zeggen, en laat weten dat hij de meeste problemen heeft met Duitsers, Zwitsers en Nederlanders, die genoeg verdienen maar altijd voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Wanneer we naar de kamers gaan kijken vragen we om een kamer zonder airconditioning, zoals we gewend zijn. In het begin van onze reis werden we snipverkouden van airconditioning. Aan zee is het ’s nachts koel. Airconditioning is nergens voor nodig. We krijgen dus een kamer met airconditioning te zien. Kunnen we altijd nog uitzetten, zegt hij. We vragen naar de prijs. Krijgen een prijs in dollars. Hoeveel is het in peso’s, vragen we.

Hij ontploft. Of we z’n fucking calculator willen lenen. Waarom het altijd hetzelfde is met ons. Hij schreeuwt. Dit kunnen we niet geloven. Het is alsof er op een knop is gedrukt, er is iets onomkeerbaars in gang gezet, hij raakt alle zelfcontrole kwijt. Zijn woede groeit uit zichzelf verder, heeft niets anders meer nodig om groter en groter te worden. We lopen terug naar het restaurant om af te rekenen en weg te gaan, en worden achtervolgd door een man die zo hard aan het schreeuwen is dat we het gevoel hebben dat we ieder moment aangevlogen kunnen worden. We vragen zijn vrouw om de rekening, hij komt tussenbeide, schreeuwt uit alle macht dat we moeten opsodemieteren. Hij duwt zijn vrouw en één van zijn twee zoons de woning in, denkt er nog net aan tegen de andere zoon die achter hem aan loopt te zeggen dat-ie uit moet kijken, slaat dan de deur achter zichzelf dicht. De achtergebleven jongen, een jaar of twaalf, dertien, die inderdaad net op tijd inhield om niet met zijn vingers tussen de deur te komen, verontschuldigt zich voor het gedrag van zijn vader, zegt dat die af en toe gewoon gek wordt, very, very sorry… Ik heb met het joch te doen.

We lopen in de slagregen, in het donker, met onze spullen op de rug naar de hoofdweg. We zijn al zo lang bezig vandaag, en we hebben geen slaapplaats. De weg is uitgestorven. We beginnen te lopen. Wonder boven wonder komt er nog een tricycle langs, die ons wel ergens anders naartoe wil brengen. We krijgen een slaaplaats, douchen, trekken droge kleren aan, gaan wat drinken, vertellen ons verhaal. Een beetje beduusd, dat wel. Wat hebben we verkeerd gedaan? Dat kan toch niet, dat iemand zomaar in je gezicht ontploft? De Engelse vijftiger aan wie we in de bar ons verhaal vertellen hoort ons aan, neemt nog een whisky, en nog één, en nog één, en keert ten slotte de fles boven zijn glas om. En krijgt iets beangstigends over zich. We gaan naar bed. We willen hier de volgende dag weg, ver weg. Buiten regent het.

De hele volgende dag komt de regen met bakken tegelijk uit de hemel vallen. Geen weer om bij op reis te gaan. We vinden een soort internetcafé waar af en toe wat internet doorkomt, net genoeg om te zien dat er een hoop slecht weer in de omgeving zit, door de hele regio heen. Bummer. We overwegen de Filippijnen eerder dan gepland te verlaten, in de hoop dat Bali ons beter gestemd is. De Engelsman van de vorige avond drinkt vandaag één biertje, en is een ander mens. ’s Avonds geven we elkaar kadootjes en gedichten. Het is Sinterklaas.

Weer een dag later zijn er flinke opklaringen, en met het betere weer komt ook een wat zonniger kijk op deze plek. Eigenlijk zou het zonde zijn hier weer weg te gaan zonder te hebben gedoken. Dus maken we twee duiken, die best aardig zijn. En denken erover nog even te blijven om te kijken of de walvishaaien die hier af en toe gesignaleerd worden nu ook even langs willen komen.

’s Avonds bestellen we eten dat de vorige dag verrassend goed gesmaakt had, en dat deze keer catastrofaal slecht is. ’s Nachts slapen we nauwelijks. Een grootachtig knaagdier zit achter de wand van onze kamer. En knaagt. En knaagt de hele nacht door. De balans slaat weer door naar weggaan. In ieder geval weg uit Leyte, en misschien weg uit de Filippijnen.

Dus rekenen we af en gaan aan de weg staan wachten op vervoer. We hebben gehoord dat er vanuit Ormoc, dat in het noorden ligt, een snelle boot naar Cebu gaat om kwart voor twee. Dat moet te halen zijn, en intussen kunnen we beslissen wat we gaan doen. Langs de kant van de weg staat een man met een haan onder de arm die naar onze plannen vraagt en vertelt over een boot die om elf uur vertrekt, vanuit een plaats die dichterbij ligt. Nou hebben we dat soort adviezen leren wantrouwen, maar in mannen die langs de kant van de weg staan met een haan onder de arm hebben we erg veel vertrouwen, dus die plaats, Hilongos, wordt ons doel. Eerst een bus aanhouden die langskomt en die ons meeneemt naar Maasin. Daar pinnen, en meteen in een bus stappen waar Hilongos op staat. Alleen is die nog leeg, dus hij rijdt eerst een paar rondjes stapvoets door Maasin, op zoek naar passagiers. Pas wanneer hij vol is begeven we ons op weg. Om half twaalf bereiken we Hilongos, en komen op de kade aan waar net het schip vertrekt dat we hadden willen nemen. Ongeveer zoals de trein die voor je neus wegrijdt, zij het dan dat dit de enige boot van de dag is. Oké, tijd voor plan B. Ormoc dus, voor de boot van kwart voor twee. Alleen zijn er geen bussen. Iemand spreekt Charlotte aan, en het resultaat van het gesprek is een klein open busje met twee banken in de lengterichting, dat ons voor relatief veel geld naar Ormoc gaat brengen voordat ook die boot vertrekt. Om kwart voor twee komen we aan, en de boot blijkt gepland te zijn voor twintig over twee. Weer een etappe gelukt. We komen aan het eind van de middag aan in Cebu City, bekijken onze opties, kopen een vliegticket voor de volgende avond naar… Singapore! Met de bedoeling van daar verder te reizen naar Indonesië.

Singapore wordt dus de volgende halte. Het water loopt me in de mond als ik eraan denk. Charlotte denkt bovendien aan Starbucks en lekkere witte wijn. We denken aan Kinokuniya op Orchard Road, waar waarschijnlijk de grootste verzameling Engelstalige boeken in Zuidoost-Azië te vinden is.

Een maand lang heeft het ons helemaal niets uitgemaakt dat je in de Filippijnen alles met een korrel zout moet nemen, dat tijd niets betekent, dat je beter niets kunt verwachten omdat je er zeker van kunt zijn dat niets aan je verwachtingen zal voldoen. Het had iets aantrekkelijks om die verwachtingen te laten varen en open te staan voor wat het leven elke dag te bieden had. En het heeft eigenlijk nog steeds heel veel aantrekkelijks. Maar nu gaan we eerst even blij zijn met de verwachting van heerlijk eten, en van vervoer waarvan je weet hoe laat het vertrekt, waar het vertrekt en waar het heen gaat. Even een time-out.