Hallo Ko en Kaat, had jullie reactie niet meteen gezien, leuk dat jullie meelezen. Dank ook aan Wilma en aan Barbara voor de reacties, is altijd fijn om iets van jullie te lezen. En groeten uit Bali. Bali, maar we waren toch in Singapore? Ja, daar zal ik het nog even over hebben.

Er was een tijd dat men in Singapore probeerde rugzaktoeristen te weren door de lange haren die deze mensen natuurlijk hadden aan de grens af te knippen, maar de effectiviteit daarvan viel tegen. Intussen is een middel gevonden dat veel beter werkt. Onderdak is in Singapore zo schaamteloos duur dat de zin om er langere tijd door te brengen snel afneemt met iedere keer dat je een nacht moet betalen.

We zijn minder dan vierentwintig uur in Singapore gebleven. Het was toch al niet de bedoeling om er lange tijd door te brengen, en één dag was genoeg om te doen wat we wilden doen. We zijn gaan lunchen bij het Crossroads Cafe op de hoek van Scotts Rd en Orchard Rd, een favoriet van toen ik nog vloog, waar de laksa lemak ons regelrecht in de hemel bracht en ons daarna weer met zachte hand terug op de aarde zette. We hebben nooit begrepen waarom Filippino’s zichzelf dit soort genoegens ontzeggen, en het kan ons ook niet meer schelen. We zijn nog even gaan internetten. In Cebu waren we nog in iets dat leek op een internet-café (zo heette het, en er stonden rijen computers), waar geen internet-verbinding was. Een duikwinkel had een extra laagje neopreen voor Charlotte. Ze vond bovendien nieuwe wassen oordoppen bij een drogist. Ze was de hare een maand geleden kwijtgeraakt, en in de Filippijnen was de reactie op ‘heeft u ook oordoppen?’ steevast een niet-begrijpende blik of een glimlachend hoofdschudden geweest. ‘Waarom wil je die dan?’, had iemand gevraagd. ‘Omdat mijn vriend snurkt’, had Charlotte gezegd. ‘Maar dat is toch muziek?’ was de reactie van de Filippijnse… En leg dan maar eens uit dat je liever wilt slapen zonder muziek. Kinokuniya bleek Pascal Mercier’s ‘Nachtzug nach Lissabon’ te hebben, een roman over een vijftiger die van de ene dag op de andere zijn geregelde leventje achterlaat en zich in het ongewisse werpt. De Zwitserse kno-arts op Cabilao was het aan het lezen en had het me aanbevolen. En ik kon mijn zware, slobberende lange broek vervangen door een vederlicht, onkreukbaar, sneldrogend exemplaar dat als gegoten zat. Zit.

’s Avonds zijn we naar Bali gevlogen, en nu zijn we eerste indrukken aan het verzamelen. Ah, Bali. Een warm bad. Later meer.