Zit op het ogenblik in een café in Ubud te wifi-en. Zou kunnen vertellen over wat we intussen weer gedaan hebben, maar daar heb ik nu even geen zin in. Gedeeltelijk trouwens omdat ik zelf nog niet zo goed weet wat we gedaan hebben. Die kecak-dans die we gezien hebben, bijvoorbeeld, waar ging dat nou over? Eerst even googlen. En tussendoor even wat andere dingen bijhouden: andere blogs, nieuws over de overname van Alitalia, opinie-stukken van de International Herald Tribune.
Zo kom ik op de site van collega-blogger Marcus, die gisteren (de 18de) weer een mooi stuk geplaatst heeft. Het lijkt alsof wat hij schrijft regelrecht uit zijn pen vloeit, als je dat kunt zeggen over iets dat op de computer getypt wordt. Ik vraag me wel eens af of hij wel eens speelt met de gedachte iets te publiceren, of dat hij echt alleen voor zichzelf en een handvol anderen zijn weblog wil bijhouden. En ik zie voor me hoe hij thuis lekker een eind weg zit te tikken, zonder daar veel ophef over te maken.
In Ubud stikt het van de kunstzinnige types, dus ook van de schrijvers. Sommigen zijn makkelijk te herkennen, als ze in het café hard genoeg zeggen zodat iedereen het horen kan: I’m writing a book. Anderen doen het iets subtieler, die laten je merken door de dingen die ze met hun vrienden bespreken dat ze ‘iets’ aan het schrijven zijn. Er zijn er ook aan wie je het gewoon kunt zien. Hoeveel van hen zullen hun werk gepubliceerd krijgen? Maakt niet uit, denk ik, ze doen in ieder geval iets waar ze in geloven. Wel vermakelijk dat daarbij een enkeling zichzelf een beetje te serieus neemt, aan de andere kant: wie ben ik om daarover te oordelen? In ieder geval blijf ik lekker met veel plezier de belevenissen van mijn collega in Amsterdam verder lezen.