Het weer is nogal wisselvallig geweest de afgelopen dagen, en we hebben onze bezigheden daar een beetje aan aangepast. Mooi weer bood een goeie gelegenheid iets van de omgeving te gaan zien, en slecht weer bood een goeie gelegenheid lekker lang in een café te gaan hangen, te lezen en te internetten. En iedere dag was er genoeg gelegenheid de Balinese en omliggende keukens beter te leren kennen. We zijn intussen heel wat restaurants en warungs langsgeweest. Van de duurdere restaurants viel een enkele tegen, terwijl andere zo goed waren dat we er meerdere keren heengegaan zijn. De echt goedkope warungs bieden bescheidener eten, in bescheidener lokalen, maar altijd goede kwaliteit.

We hebben een dag het eiland doorkruist met een auto met chauffeur/gids, die feilloos de weg kende maar niet veel wist te vertellen over de tempels die we als brave buitenlanders bezochten. We zijn ’s avonds bij één van de vele kecak-voorstellingen naar binnen gegaan omdat we vonden dat we dat niet mochten missen. Kecak is een dans die wordt uitgevoerd door een honderdtal dansers en die gebaseerd is op een deel van het Sanskriet epos de Ramayana. Rythmische afwisseling in de mannelijke rollen en (in de woorden van Charlotte) vrouwelijke dansers met figuren en hoofd- en handbewegingen waar de aanwezige westerse vrouwen meteen een complex van kregen, voor zover ze dat nog niet hadden, konden ons een poosje boeien. En toch kwam het eind als een verlossing.
Weet je wat het is? Het steen van een tempel heeft ongetwijfeld verhalen te vertellen, maar vertelt ze niet. Een eeuwenoude dans kan boeien vanwege zijn esthetische waarde, maar de culturele waarde ervan kan alleen door de dansers gevoeld worden, niet door de bezoeker.
Eigenlijk hebben we meer aan het dagelijkse contact met de mensen die hun geloof beleven, iedere dag opnieuw. Balinezen zijn Hindoes, en het hele leven van de Balinese Hindoes wordt door kleine en grote ceremonies begeleid en geleid. We zien het op straat, waar moeders er zorgvuldig op toezien dat hun kinderen in de eerste drie levensmaanden de grond niet raken. We zien het in de compound waarin we leven, waar iedere dag opnieuw offers van bloemen en eten gebracht worden aan verschillende goden. Voor die offers worden bakjes gevlochten van bladeren die vervolgens gevuld worden; onze gastvrouw is er een uur per dag mee bezig, want het zijn er dagelijks vijfenvijftig. Iedere dag? Nee, om de vijftien dagen is er een dag waarop het er een stuk of vierhonderd zijn. Ook voor winkels en restaurants worden iedere dag zorgvuldig deze offers gebracht, met een rituele toewijding waar niets routineus uit spreekt. We kunnen het vermoeden in de kecak-dans, waaraan tot onze verrassing onze gastheer meedoet, en waarin gebaren en geluiden volgens een oude traditie een kunstwerk vormen dat de saamhorigheid van buren en vrienden versterkt.


We beleven ook veel plezier aan wandelingen en fietstochten in de omgeving. Door de rijstvelden lopen en zien hoe de verschillende rijstsoorten in verschillende stadia van ontwikkeling staan, hoe een veld geploegd wordt, een ander veld ingeplant. Zien hoe de bevloeiing werkt. En hoe belangrijk die bevloeiingskanalen ook voor andere dingen zijn. Hoe iemand erin zit te wateren. Hoe iets verder stroomafwaarts iemand er de was in zit te doen. Hoe, nog iets verder stroomafwaarts, iemand groente aan het spoelen is. Meemaken dat iemand toesnelt om Charlotte’s fiets op zijn schouders te nemen bij een moeilijk begaanbare plek. Inspanning leveren op weg naar boven, en de wind in de haren voelen op weg naar beneden.

Plannen voor de komende tijd: we hadden eerst gedacht meer tijd in Bali door te brengen en hier en daar een paar dagen te gaan duiken, maar i.v.m. kerst en oud en nieuw is het de vraag of we dan overal voor een paar dagen onderdak kunnen vinden. We gaan nu eerst naar de Gili’s, om van daaruit verder te beslissen hoe lang we daar blijven, of we nog doorgaan naar Flores en Komodo, en wanneer we teruggaan naar Bali. Eerst nog een ceremoniële dag, met een bruiloft en een crematie. Daarover binnenkort meer!