‘Goh, anders is het nooit zulk weer in deze tijd van het jaar’, en ‘Dit is het weer dat we normaal in augustus/januari/vul maar in hebben’, en ‘Dat broeikaseffect gooit het hele klimaat overhoop’, of gewoon, peinzend: ‘Zo lang als ik hier woon heb ik dit nog nooit gezien…’ Zinnen die ons de afgelopen maanden hebben achtervolgd en die, samen met de regen die met grote regelmaat uit de hemel komt vallen, vertrouwde reisgenoten zijn geworden.

Het regent in Gili Trawangan. Niet af en toe een bui, zoals het hoort in deze tijd van het jaar, maar dagenlang, onophoudelijk. Daarbij waait het hard, zoals het waait in de herfst in Nederland, wanneer de bezem door de nazomer wordt gehaald en het land wordt klaargemaakt voor maanden van subtiele grijstinten, korte dagen en ingetogenheid. De weergoden moeten iets verkeerd verstaan hebben. ‘A wet Christmas? A wet Christmas??? Nou, oké dan, als ze dat echt willen…’ Paradijselijke eilanden in de tropen worden een stuk minder paradijselijk als het alleen maar regent. En wij hebben de afgelopen maanden zoveel regen om ons heen zien vallen dat we onze foto’s moeten bekijken om zeker te weten dat we de zonnige dagen niet verzonnen hebben. Het water dringt in alles door. Onze kleren gaan stinken omdat ze, zelfs zonder dat ze gedragen worden, vochtig worden, en vochtig blijven. Tabletten zwellen op en barsten uit hun verpakkingen. Zelfs de herinneringen aan de zonnige dagen die we hebben gehad blijven niet onaangetast, ze lossen op naarmate de regen langer aanhoudt.

Verder gaat het wel, hoor😉

We zijn er erg blij over dat er geen gemotoriseerd verkeer is op het eiland. De enige vorm van openbaar vervoer bestaat uit karren die getrokken worden door kleine magere paardjes, die met een vrolijk belgerinkel over de onverharde paden hobbelen. Verder is het eiland klein genoeg om afstanden te voet of op de fiets af te leggen. Ook valt de afwezigheid van schurftige zwerfhonden op. De bewoners van het eiland beoefenen een variant van de islam, en daarin is geen plaats voor honden. Na de Filippijnen, waar alles gebeurt volgens de wil van God en de mens dus niet voor straathonden hoeft te zorgen, en Bali, waar honden de pech hebben zo laag in de hiërarchie van levende wezens te staan dat ze met geen stok aangeraakt worden, is het een verademing om niet het lijden van deze dieren te moeten aanzien. Omdat ze er niet zijn en zich dus ook niet kunnen voortplanten. In hun plaats zijn er katten die zichzelf tenminste kunnen schoonhouden en die gemakkelijk de harten stelen van bezoekers die best een deel van hun eigen maaltijd aan ze willen geven. Wat er ook niet is: de mensen die je overal in Kuta en Ubud aanspreken omdat je vervoerd moet worden, of winkels in moet. We waren gewaarschuwd over de ‘normale’ route van Bali via Lombok naar de Gili’s, waar buitenlanders zodra ze voet op Lombok zetten worden aangeklampt door verkopers en aanbieders van diensten die tien keer erger zouden zijn dan die op Bali. Dat vooruitzicht leek onverdraaglijk, maar gelukkig was er een (duurder) alternatief, een rechtstreekse boot naar de Gili’s, die Lombok en zijn verkopers dus gewoon links laat liggen. Op Gili Trawangan word je bij het langslopen uitgenodigd in lege restaurants plaats te nemen, en er zijn louche types die leuren met paddo’s en marihuana, wat hinderlijk genoeg is, maar nooit wordt er aangedrongen.

Het duiken. De eerste twee duiken waren niet bemoedigend. De eerste hebben we afgebroken vanwege de stroming en de manier waarop de duikgids daarmee omging. Na de tweede duik hebben we veertig minuten in de striemende regen op open zee gedobberd voordat de boot ons gevonden had.

Hierna ging vanwege het weer een poosje niemand erop uit, en daarna hebben we wat duiken gemaakt die aardig waren, al hebben we er nog één afgebroken omdat de stroming ons van de eilanden weg dreigde te brengen. Als je de kennelijk onvoorspelbare stroming niet meetelt is er wat koraal en wat vis, niets verbluffends. Deze eilanden zijn wel aardig om te duiken, maar ze kunnen de vergelijking met andere plaatsen waar we zijn geweest niet doorstaan. Het is gezellig, maar misschien waren onze verwachtingen te hooggespannen.

.

Ik weet niet meer waarom we Trawangan hebben uitgezocht om naartoe te gaan en niet Air of Meno, die hiernaast liggen. Trawangan heeft feesten, waar we toch niet naartoe gaan en waarvan we wel ’s nachts de muziek horen. Nou hebben we wel mooie, rustige plekken gevonden elders op het eiland, waar we naartoe zouden kunnen verhuizen. Het is sinds een paar dagen toch al erg rustig, misschien vanwege de regen die anderen heeft doen vluchten. Trawangan heeft redelijk veel restaurants, die echter hoofdzakelijk westers eten serveren. Met wat zoeken hebben we toch ook warungs gevonden die erg smakelijk Indonesisch eten bieden. En eerlijk is eerlijk: het Indiaase restaurant tussen Big Bubble en Dream Divers, waar de Thaise kussens liggen en de waterpijpen staan en dat wordt gedreven door Indiërs, is erg goed.

We staan in tweestrijd. Of eigenlijk in driestrijd. We willen wel weg van de harde muziek en de paddoverkopers. Het duiken valt tegen, het weer moet echt gaan veranderen. Wat gaan we doen: op Trawangan blijven maar naar een rustiger deel van het eiland verhuizen, hopend op beter weer? Naar Air gaan? Of het roer omgooien en naar Thailand vliegen, waar het nu zeker mooi weer is en waar we allebei altijd graag waren? Het zal zeker voor een deel afhangen van wat het weer gaat doen. We weten het nog niet…