Manta’s… Eén woord dat alle andere de afgelopen week overschaduwde, een woord  waarmee je binnen duikerskringen gesprekken laat verstommen. Wij noemden manta’s ‘yesterday’s fish’, omdat we zo vaak hebben gedoken op plaatsen waar de duikgids bij zijn briefing zei dat er gisteren manta’s gezien waren, en omdat we dan al wisten dat we ze niet te zien zouden krijgen. Manta, het is een woord dat klinkt als een mantra, en dat kan geen toeval zijn.

Maar eerst even dit: vaak wordt ons gevraagd wat de mooiste plek is waar we ooit gedoken hebben, en tot nu toe zeiden we daarover altijd hetzelfde, dat het onmogelijk is een favoriet aan te wijzen omdat iedere plek weer op een eigen manier bijzonder is. Het kan je ergens bevallen omdat er veel mooie koralen zijn, of omdat er veel grote vissen komen, omdat het water er zo helder is, of omdat er zoveel bijzondere, kleine diertjes verstopt zitten. Of omdat er zoveel mooie natuur omheen is, aardige mensen, zon, goed eten.  En nou is er toch een plek die al die andere in de schaduw stelt, op iedere manier die je je kunt voorstellen. Raja Ampat in westelijk Papua heeft alles, en heeft daar heel veel van.

We hebben aan onze rifhaken in de stroming gehangen naast scholen giant trevally en black snapper, en gedobberd tussen kuddes grazende bumphead parrotfish. We hebben de wobbegong zien zwemmen en robust ghost pipefish zien dwarrelen als dode bladeren. We hebben sprakeloos om ons heen gekeken als, midden tussen kleurrijke koralen, een niet aflatende stroom van even kleurrijke vissen voorbijkwam. We hebben vertederd toegekeken hoe een twee centimeter lang jong schorpioenvisje zat te oefenen met stilzitten. Devil rays schoten voorbij, barracuda’s waren op jacht. We hebben mandarijnvissen zien paren. Sommigen van ons, die goed konden kijken, hebben vier of vijf verschillende soorten dwergzeepaardjes gezien, diertjes met een lengte van een halve tot één centimeter, die zich perfect aanpassen aan hun omgeving en dus bijna niet te vinden zijn. En ook aan de waterkant ging het nog door: een rogje zwom tussen de wortels van de mangrovebomen, twee bamboehaaien zochten in het ondiepe water onder het restaurant naar eten, een inktvis deed onder de pier alsof hij een steen was. Maar de manta’s… ach ja, de manta’s.

Ze waren te vinden op de plaats waar ze naartoe gaan om zich door kleinere vissen van hun parasieten te laten ontdoen. En ze leken het niet erg te vinden dat wij er ook waren. Manta: grootste onder de roggen, met een spanwijdte tot een meter of zes. Aardige statistiek, die je niet kan voorbereiden op wat je voelt wanneer je die spanwijdte over je heen ziet gaan.
We hebben vier duiken met manta’s gemaakt, duiken die opliepen tot meer dan anderhalf uur, waarbij we meestal een forse decompressiestop voor lief namen. Soms lieten ze op zich wachten, en duurde het tientallen minuten voordat ons geduld beloond werd. Andere keren waren ze de hele tijd om ons heen, kwamen nu eens van de ene kant langs, dan weer van een andere kant, soms alleen, soms met meerderen tegelijk, soms volwassen dieren, dan weer jongere, soms op afstand, soms zo dichtbij dat we ze hadden kunnen aanraken. Ze leken te komen kijken wat voor dieren wij waren, lieten zich gewillig fotograferen, gleden met een onbeschrijfelijk elegante vleugelslag langs ons heen, over ons heen, door onze luchtbellen. Eén zagen we als een speer omhoog schieten, door de waterspiegel breken en uit het zicht verdwijnen, onze bovenwereld in, om een seconde later terug te vallen in zijn eigen element. Twee andere, die aan de oppervlakte zwommen op het moment dat we het water ingingen, doken scherp omlaag en maakten samen een volmaakte, synchrone voorwaartse looping.

En met deze beelden op ons netvlies zijn we in het vliegtuig gestapt. De rust van de eilanden, de zorgen van het Papoea-personeel, de vogelgeluiden die uit het oerwoud opklonken, het mooie weer: we hebben ons een poos in het paradijs kunnen wanen. Dit was een passend afscheid van Indonesië, waar we ons erg op ons gemak gevoeld hebben. We hebben maar een glimp kunnen opvangen van een prachtig land dat bevolkt wordt door prachtige mensen. Twee maanden is veel te kort, je zou minimaal twee maanden per eiland uit moeten trekken. En die eilanden, daar zijn er nogal wat van. Moet ik het nog een keer zeggen? We komen nog eens terug.