Ik zie iemand met een blad met eten in zijn handen naar een tafel lopen. Hij wordt bijna omvergelopen door een ander die van rechts komt aanstormen, maar weet nog net op tijd in te houden.
Op een kruispunt staat een auto die aan het afslaan is, maar die niet verder kan omdat alles voor hem stilstaat. Hij blokkeert twee rijstroken. Voor de auto’s op die rijstroken springt het licht op groen. Ze kunnen nergens heen.

In mijn opvoeding, al weer enige tijd geleden, heb ik meegekregen dat als iemand je iets aandoet wat je vervelend vindt, met of zonder opzet (en is het niet zo dat opvoeding zich in je nestelt op onvermoede en onbereikbare plaatsen?), een gerechtvaardigde en vanzelfsprekende keten van reacties in gang gezet wordt:
– Je laat hem weten dat hij iets verkeerd gedaan heeft
– Je mag berouw verwachten, de ander zal zich moeten verontschuldigen
– Als dat niet gebeurt, zal hij moeten boeten
– In ieder geval zul je nog een poosje boos blijven
– Als het iemand is die je kent zul je hem later nog af en toe aan het voorval moeten herinneren

Het kan anders.

De man die bijna van de sokken werd gelopen liep door, zonder op of om te kijken, zonder iets te zeggen, alsof er nooit iets gebeurd was.
Van de auto’s die niet door konden rijden was er één die toeterde, één keer. Verder werd er gewacht totdat het kruispunt vrij was.

Waarom zouden ze ook iets anders doen? Wie is erbij gebaat dat iemand boos wordt? Wat voor meerwaarde heeft boosheid? Ja maar boosheid is toch niet iets waar je voor kunt kiezen, dat gebeurt toch gewoon?
Ah, maar Thailand is een boeddhistisch land. Het boeddhisme leert dat boosheid, net als andere negatieve gevoelens, ongedaan gemaakt kan worden nog voordat het zich kan ontwikkelen. Niet onderdrukt, maar geneutraliseerd. Zodat het vervliegt nog voordat het schade kan berokkenen. Aan de ander, op wie je boos zou kunnen worden, maar vooral aan jezelf.

Ik moest nog even denken aan de gids die me een paar dagen geleden door het tempelcomplex voerde. Ze zei dat iedere Thaise man een keer in zijn leven een poosje monnik is. Dat kan op bijna iedere leeftijd, en voor langere of kortere tijd, maar de streeftijd is drie maanden. Ik vroeg of er dienstplicht was. Ja, zei ze blij, twee jaar! Dus, zei ik, een Thaise man leert drie maanden lang over vrede, en twee jaar lang over oorlog. Ze glimlachte vaag en gaf geen antwoord.
Dat was ook niet helemaal eerlijk. Het is niet zo dat boeddhistische principes drie maanden lang worden bijgebracht in een geïsoleerde omgeving. De hele samenleving is ervan doordrenkt. Hier zie je dagelijks om je heen, overal, op vanzelfsprekende wijze het boeddhisme in praktijk gebracht. Daar hoeft niemand over na te denken, dat wordt van jongs af aan meegegeven. En het werkt. Wauw. Ik ben onder de indruk.