Toen ik vijf maanden geleden hier in Penang op zoek ging naar een verzekeringsagent om een ziektekostenverzekering af te sluiten, viel het niet mee er één te vinden. Ja, en? Wacht maar, wordt zo nog wel duidelijker.
Aangezien de laptop niet meedoet op het ogenblik en ik me wel wil voorbereiden op de drie maanden Japanse les die voor me liggen (waarom eigenlijk?…), heb ik in Singapore een Japans grammaticaboek en woordenboek gekocht, en later in Georgetown nog een taalgids (‘phrasebook’). Over wat je van taalgidsen en talencursussen kunt verwachten heb ik al eerder iets geschreven, maar ik kan het niet laten dit onderwerp nog even op te pakken.

In de taalgids dus, bedoeld voor gebruik in Japan, komen zinnen voor als:

Dit kussen is vies.
Er zit een fout in de rekening.
(bij de kapper:) Ik had je nooit aan mijn haar moeten laten zitten!
Hou op met duwen!
Kunt u me korting geven?

Deze zinnen zijn natuurlijk niet helemaal op goed geluk gekozen. Het zijn stuk voor stuk zinnen waarvan je zeker kunt zijn dat je ze in Japan nooit nodig zult hebben. Waarom staan ze dan toch in de taalgids? Een antwoord daarop komt dichterbij, denk ik, als je bedenkt dat een taalgids niet per sé verwoordt wat je nodig zult hebben, maar eerder wat je denkt nodig te hebben. Wij Nederlanders, wij Europeanen, wij westerlingen willen gewoon… op alles voorbereid zijn! We verlaten ons huis pas wanneer we ons hebben voorbereid op wat we daarbuiten tegen kunnen komen. We dekken ons tegen alle eventualiteiten in. We verzekeren ons. Hoe zou dit in de tijd van Marco Polo eruit gezien hebben? Stel je voor dat hij een reisverzekering had afgesloten voordat hij vertrok. Waar gaat u heen, meneer Polo, en hoe lang blijft u weg? Eh, weet ik niet. En stel je voor dat hij een stapel taalgidsen mee had kunnen nemen. Zouden die hebben ingespeeld op zijn eigen cultuur (‘heeft u ook pizza?’), of zouden ze rekening hebben gehouden met gebruiken waarvan hij nog niets wist (‘ik heb mijn biefstuk liever doorgezeten’)?

Die constatering dat we op zekerheid gesteld zijn en vooruit denken is natuurlijk een geweldige open deur. En dat elders in de wereld anders gedacht wordt ook. Wel merk ik dat zoiets pas begint te leven als je er dagelijks, op subtiele en minder subtiele manieren, mee geconfronteerd wordt. En ik merk dat het aan de lijve meemaken van mensen die een onbevangen manier leven leiden, op de één of andere, onbenoembare manier erg veel voldoening geeft. Zou het kunnen zijn dat voorbereidingen je kansen om iets werkelijk nieuws te beleven kleiner maken? Kun je die wens om van te voren alles af te dekken laten varen, en onbevangen door het leven gaan? Alles beleven alsof het nieuw is? Hm, ik weet het niet.