Morgen algemene verkiezingen… Het hele land gonst van opwinding, de kranten schrijven over niets anders, de straten zijn tot op het laatste beschikbare plekje versierd met verkiezingsposters.
Maar wacht even. Die verkiezingsposters zijn allemaal van dezelfde partij. En de kranten staan vol met nieuws over diezelfde partij. Al wordt ook af en toe gesproken over ‘de oppositie’. Hoe zit dit nou?

Nader onderzoek leert dat Maleisië een aantal instellingen heeft geërfd van de vormalige Britse kolonisten, en daarbij vooral aan het begrip ‘democratie’ een eigen interpretatie heeft gegeven. Om dat te begrijpen moet je rekening houden met het feit dat Maleisië van oorsprong bestaat uit een groot aantal koninkrijkjes, en met de verhoudingen tussen de oorspronkelijke Maleise inwoners en de Chinese en Indiase immigranten die zich in de loop der eeuwen in het land hebben gevestigd. Maar waar het in de praktijk op neerkomt is een bijna Orwelliaanse situatie: de regeringscoalitie vertegenwoordigt de belangen van iedereen, en heeft altijd al geregeerd. De oppositie bestaat uit ontevreden mensen, en heeft altijd al de oppositie gevoerd.
Iets concreter: Barisan Nasional (BN, nationaal front) is een coalitie van partijen die elk hoofdzakelijk opkomen voor de belangen van verschillende etnische groepen. BN heeft altijd tussen tweederde en 90% van de zetels in het parlement gevuld, en dat is logisch als je voor de hele bevolking opkomt. Er wordt goed geluisterd naar de wensen van het electoraat. Zijn ze bang voor misdaad? Goed, beloven we meer uniformen op straat. Inflatie maakt mensen nerveus? Geen probleem, pakken we de prijzen van de belangrijkste goederen aan, en we beloven en passant meer investeringen in infrastructuur en economische ontwikkeling. Aangezien de pers stevig in handen van de regering is, is het formuleren en overbrengen van die boodschap een fluitje van een cent. Voeg nog de geweldige ontwikkeling toe die het land in de afgelopen decennia heeft meegemaakt, en de kiezer heeft geen reden zich te beklagen.

De oppositie bestaat uit kleine partijen die er niet in slagen de onderlinge verdeeldheid te overwinnen en gezamelijk met een stevig programma te komen. Ook wisselt de samenstelling, en kunnen politici die vanuit de regeringspartijen naar de oppositie zijn overgelopen later besluiten weer terug te keren naar de moederschoot, als verloren zonen.

Ik krijg de indruk dat die oppositie door de regering wordt gekoesterd als iets wat erbij hoort, iets wat de regeringscoalitie meer legitimiteit verschaft, maar wat zich wel aan de ongeschreven regel moet houden dat het geen echte medezeggenschap mag krijgen. Zo hebben politici iets om op af te geven in hun toespraken en hebben kranten iets om over te schrijven, zij het bijna hoofdschuddend. Het achterblijvertje dat af en toe rare dingen doet, maar dat er wel bijhoort.

In Penang speelt op het ogenblik iets waar de regering kennelijk hoofdpijn van krijgt. De overwegend Chinese bevolking van het eiland dreigt dit jaar in de provinciale en landelijke verkiezingen niet voor BN te willen stemmen, uit onvrede over een aantal zaken. Iedere dag weer zijn er leiders die waarschuwingen uit laten gaan: stem vooral niet op de oppositie, want dan heb je helemaal geen zeggenschap meer. Elke dag, dus dat moet een belangrijk gegeven zijn. Niet dat de kans reëel geacht wordt dat de oppositie zou kunnen winnen, maar de BN zou wel eens op minder dan een tweederde meerderheid kunnen uitkomen. En als dan ook nog eens een hele bevolkingsgroep zich afkeert van de partij die toch voor iedereen opkomt, hoe zit het dan met je legitimatie?
Morgen weten we meer. Tot zover uw verslaggever. Wie had gedacht dat ik me ooit nog eens voor politiek zou gaan interesseren…