Ik zit aan mijn masala dosai en ben tevreden. Tevreden met de foto’s die ik gisteravond gemaakt heb, tevreden met mijn ontbijt, tevreden met gewoon hier zijn. Het is toch wel bijzonder om iedere dag weer omringd te zijn door mensen van hele verschillende culturele achtergronden, en in die menigte op te gaan zonder op te vallen. Of in ieder geval zonder de aandacht te trekken, alsof het doodgewoon is dat er in deze smeltkroes ook wat Europeanen rondlopen. Het is bijzonder om iedere dag weer ondergedompeld te worden in een wereld waarin geuren, geluiden, taferelen met iedere stap die je zet op je afkomen en je omringen. En het is bijzonder om in die beleving, dat bewustzijn van ieder moment dan ook nog herinneringen aan andere landen op te nemen, en het vooruitzicht van nog weer meer.

Er is in Penang weinig te doen voor toeristen, en mede daardoor is vooral Georgetown een stad waar je je ook geen toerist hoeft te voelen, waar je al dat kleurrijks gewoon kunt meemaken, zonder je een doelwit van verkopers of een bezienswaardigheid te voelen. Ik zou hier wel kunnen wonen. Zo’n kleine shophouse in de oude Chinese wijk, aan de rand van de Indiase wijk, het staat er meestal vervallen bij, zoiets moet toch te kopen en op te knappen zijn?

Vervolgens ga ik een scooter huren, om daarmee wat over het eiland te toeren. Eerste bestemming: Gurney Plaza. Levensgroot contrast met de oude binnenstad. Terwijl in die binnenstad handwerk en kleine nijverheid de boventoon voeren, menigeen een mager bestaan bij elkaar scharrelt en de aanblik overheerst van het soort bijna-armoe die we schilderachtig noemen, is Gurney Plaza, net buiten de stad, een hypermodern winkelcentrum met airconditioning, internationale merken en welgesteld publiek. In de omgeving staan fraaie woontorens met ronde, door glas omgeven vertrekken en grote balcons. Hier zou ik wel kunnen wonen, zoiets als pied-Ю-terre aanhouden om tussen de reizen door verhalen te schrijven, foto’s te bewerken, en wie weet wat nog meer – video?

Door naar Batu Ferringhi, het bekendste strand op het eiland en de plek waar de meeste buitenlanders wonen en de meeste vakantiegangers naartoe komen. Winkeltjes met strandkleding, zwembanden, luchtbedden en ander onmisbaars voor als je aan zee bent. Op het strand zelf aanbieders van avontuur: jetski’s, parasailing, rondjes op de door een speedboot getrokken banaan. Muziek die uit verschillende plaatsen opklinkt en met elkaar wedijvert. En toch is het ook hier goed toeven. De verkopers houden niet aan, de muziek is gedempt, en het briesje en de schaduw verhogen het plezier dat het meegebrachte boek oplevert.

Ik zal niet ontkennen dat er dagen zijn waarop ik bij mezelf te rade ga om erachter te komen of de beslissing op reis te gaan de juiste was, en dan is het antwoord gelukkig nog steeds ja. Maar vaker, veel vaker, komt de vraag niet eens aan de orde, zit ik alleen maar om me heen te kijken en denk: jeetje. Of iets van soortgelijke strekking. Dat ik dit allemaal mag meemaken. En er zit nog zo veel meer aan te komen.