Drie weken in George Town, en er tekenen zich steeds meer van de patronen af die elke dag weer op hun eigen bescheiden wijze bijdragen aan het op gang houden van het dagelijkse leven. Ik word elke dag wakker tegen de tijd dat de zon op begint te komen, kleed me aan en ga naar buiten. Daar zijn de straatvegers al bezig, er is nog bijna geen verkeer. Om de hoek beginnen de dim sum restaurants vol te lopen, marktkraampjes trekken de eerste klanten. Op weg naar mijn ontbijt kom ik langs de Indiase kapper die net in zijn zaak is aangekomen en die, voordat de klanten komen, voor de grote spiegel zichzelf staat te scheren, het� kappersscheermes in zijn rechterhand, terwijl de linkerhand zijn neuspunt omhoog trekt. De krantenverkopers krijgen hun kranten aangeleverd door mannen op brommers, de ijzerwarenverkopers openen hun stallen. In het Indiase restaurant zitten de eerste gasten al van hun dosai of murtabak te eten, terwijl op de achtergrond het zelfde deuntje speelt als altijd, een Indiaas lied dat bestaat uit vier regels die tot in eeuwigheid herhaald worden.
Dan komt al snel het verkeer op gang, en overdag verandert het landschap nauwelijks. In de dag die voorbijkabbelt als een symphonisch gedicht komen solisten op gezette tijden accenten aanbrengen. Een wat smoezelig uitziende man komt vastberaden voorbij lopen, alsof hij op weg is naar een afspraak, en doet dat iedere dertig minuten. Ergens halverwege de dag stopt een vrachtwagen voor het guesthouse, er lekt water uit, een man stapt uit en gebaart: ��n of twee?, en draagt ��n of twee zakken ijs naar binnen. Rond het middaguur komen even de straten rond de banken en kantoren tot leven: het personeel moet eten, en het kan kiezen uit een groot aantal stallen en busjes die zich voor de gelegenheid ge�nstalleerd hebben.
Tegen het vallen van de avond gaan de luiken weer naar beneden. Er komen wat vrouwen met korte rokjes en laarzen of hoge hakken de straat op; aan sommige van hen is te zien dat ze nog niet zo heel erg lang vrouw zijn. Waar overdag ijzerwaren verkocht werden arriveren mobiele eetstalletjes die voor de rolluiken geparkeerd worden en electriciteit aftappen voor de meegebrachte tl-buizen. De avond vult zich met sissende, stomende woks waarin vaardige handen in enkele minuten allerlei heerlijks klaarmaken, met luide stem doorgegeven bestellingen voor drankjes en gesprekken van mensen die tot laat blijven komen.
Maar dat late, dat maak ik al niet meer mee. Ik moet immers morgen weer vroeg op, want als ik dat niet doe ontbreekt de allereerste schakel waarmee deze hele dagelijkse gang begonnen is…