Een week in Japan, intussen. En de indrukken stapelen zich op. Het is een beetje als een wasmachine, alles draait door elkaar, om beurten komen er andere dingen naar de voorgrond, om dan meteen weer te verdwijnen. Ik zie de kersenbloesem met iedere dag dat ik naar school ga vallen en plaats maken voor bladeren, hoor dingen op straat die me doen denken dat ik droom, droom ‘s nachts van de lessen die ik overdag volg, zie die lessen terugkomen in de aantekeningen die hier naast me liggen. En weet dat hier vlakbij mijn huisgenoten aan het studeren zijn, diezelfde huisgenoten met wie ik overdag naar school ga, tussen de middag ga eten, tussen het studeren door praat in verschillende talen.
Ik zou willen vertellen over waar ik ben, en over de mensen met wie ik omga, en over de lessen die ik volg, en de dingen die ik om me heen zie en hoor, en de foto’s die ik afgelopen zondag genomen heb, en…

De week begon nogal catastrofaal. Mijn klasgenoten (met wie ik niet samenwoon, en die allemaal al twee weken hier bezig waren) wisten dat er een hiragana-schrijftest zou komen; ik had dat niet begrepen. Ik zag me opeens geconfronteerd met iets wat ik nooit eerder gedaan had, wist meteen niets meer op te schrijven, leverde een vrijwel blanco vel papier in, en voelde me bijzonder klote, vooral omdat de lerares bij het zien van dat lege vel papier uitriep: heb je je huiswerk niet gedaan??? Vervolgens had ik de rest van de dag nodig om opnieuw in staat te zijn iets nieuws op te nemen. Wetende dat het niet de schuld van de lerares was. En toch was het de schuld van die lerares.
De rest van de week vormde een scherp contrast met deze eerste dag. De lessen zijn zo gemaakt dat je de indruk krijgt dat je heel wat kunt, al weet je eigenlijk best wel dat dat niet zo is. Maar we hebben veel gewerkt, veel geleerd, snelle vorderingen gemaakt, veel plezier gehad. Als het allemaal een beetje teveel werd was er even een pauze, en dan konden we weer verder. En dan was er ook nog een lerares die de moeite nam om na een les nog wat langer met me te komen praten, wat allerlei zwakke plekken in mijn kennis blootlegde, en tegelijkertijd nog meer zin gaf om daaraan te gaan werken. Er zijn echt heel goeie mensen op deze school.

Intussen is er te weinig tijd, te weinig tijd… De foto’s van afgelopen zondag zijn al bijna achterhaald, het verhaal van die dag is maar gedeeltelijk verteld, de kersenbomen zijn intussen zo goed als uitgebloeid, de foto’s ervan staan nog steeds niet in het album, en ze passen niet bij dit verhaal. En ik moet ook nog vertellen over mijn huisgenoten en studiegenoten!… Oké, één ding tegelijk.

Huisgenoten. Om te beginnen: we zijn met zijn zessen, waarvan er twee al eerder hier waren en drie tegelijk met mij begonnen zijn, maar op verschillende niveaus: één lager, twee hoger. Er beginnen namelijk iedere twee weken nieuwe cursussen, en d.m.v. een test wordt bepaald in welk niveau je thuishoort. Huisgenoten, dus:
Een Amerikaan die een programma van een paar jaar volgt, en dus hier intussen nogal thuis is. Maar die zich niet laat zien, die zich bovendien, als je hem al ziet, verbergt achter zijn haar, die een nogal eclectische muzikale smaak heeft en van wie je vooral weet dat hij er is als uit zijn kamer muziek of gamegeluiden komen.
Een Australiër die zich afvraagt waarom hij eigenlijk in Japan is, en van wie ik me afvraag waarom hij wat dan ook doet. Hij heeft lesgegeven, heeft een achtergrond in ‘business’ en ‘science’, en weet bij alles wat je opbrengt een mineur aan te brengen. Japanners zijn rare mensen. Of (ik:) wat een mooi weer is het vandaag, (hij:) ja, maar over twee maanden zal het hier niet te harden zijn. Zoiets.
Een achttienjarige Engelsman die Japans is gaan leren omdat hij van Japanse tekenfilms houdt. Die ‘s morgens toast met cornflakes eet, en ‘s avonds toast met bacon. ‘s Middags at hij eerst toast met pindakaas, maar nu waagt hij zich aan de noedels in het restaurant waar we tussen de lessen door naartoe gaan. Lang haar, zachte aard. Niets mis mee, al zou ik willen dat hij af en toe iets groens eet. Heb het hem aangeboden. Tevergeefs.
Een Spanjaard, die een achtergrond in accounting heeft, maar iets anders wil. Weet niet goed wat, al zou Japans wel eens kunnen helpen in zijn cv. Zijn Japans is veel beter dan het mijne, zijn Engels is ongeveer zo goed als mijn Spaans, dus we gaan vaak heen en weer tussen die laatste twee talen, waar ik erg blij mee ben. Droge humor, goed om erbij te hebben.
Een Duitstalige Zwitser, die Japans leert omdat hij een Japanse vriendin heeft, in Australië ontmoet. Begint net, neemt alles met een korrel zout, is niet snel uit het veld geslagen. Kok van beroep, denkt inspiratie op te kunnen doen in de Japanse keuken.

Verder gaan we om met een Kyrgiziër en zijn Russische vrouw, die al een jaar of tien in Amerika wonen en zichzelf dit jaar hebben aangeboden om eens iets heel anders te gaan doen. Een Koreaan die getrouwd is met een Japanse vrouw. In welke taal hebben ze samen kunnen praten? Een jonge Amerikaan die een Chinese vriendin heeft en al vloeiend Chinees spreekt. Maar waarom Japans? Een Braziliaan die voor Toyota werkt, voor twee jaar naar Japan is gestuurd en duidelijk moeite heeft met de taal die hij is komen leren. Een achttienjarige vasteland-Chinees die onlangs met zijn ouders voor vijf jaar in Japan is komen wonen en die er geen doekjes om windt: sport is voor anderen, cola is geweldig, games zijn het einde, Japans is een noodzakelijk kwaad. Hij spreekt geen woord Engels. Het is een, eh, gemêleerd gezelschap.

Iets anders. Japan is een vernuftig land. Caissières in de supermarkt hoeven het geld dat ze ontvangen niet te tellen: dat gaat rechtstreeks in de kassa en wordt automatisch geteld, en het wisselgeld wordt automatisch uitgekeerd. Ze hoeven alleen nog maar te zeggen dat het ze spijt dat je hebt moeten wachten, de prijs van ieder artikel te noemen terwijl het gescanned wordt en te vragen of je plastic zakken en eetstokjes wilt. Mocht je dat niet begrijpen, trouwens, dan doen die caissières heel gemakkelijk alsof ze nooit iets gezegd hebben, en gaan door met hun routine. Het lijkt op het schrijven van een computerprogramma, waar je een opdracht kunt geven in de trant van: mocht er een fout optreden, ga dan door naar de volgende instructie.
Als voetganger word ik regelmatig opgeschrikt door mechanische vrouwenstemmen die uit passerende vrachtwagens komen en die vriendelijk maar dringend zeggen: pas op, ik ga afslaan.

Wat opvalt is het contrast van alles wat aan regels en conventies is gebonden met het plezier waarmee die regels en conventies, waar dat geoorloofd is, terzijde geschoven worden. Natuurlijk ben ik een nieuweling in deze cultuur. MIsschien is mijn interpretatie helemaal verkeerd, op zijn minst is die onvolledig. En tegelijkertijd is het waanzinnig opwindend te zien dat een ander volk van alles op heel andere manieren ervaart, en dat er toch ook veel overeenkomsten zijn. Wordt vervolgd.
O ja, o ja, ook dit nog: mijn Spaanse huisgenoot, die enkele honderden kanji kent, heeft intussen uitgevogeld wat er allemaal op de magnetron in onze keuken staat. En zo wordt duidelijk waarom de borden warmer werden dan het eten, en de verpakking smolt voordat het eten warm was: we hebben tot nu toe de functie ‘heteluchtoven’ gebruikt in plaats van magnetron…