De eerste indrukken zijn, zoals altijd, aan de karikaturale kant. Er zijn nu eenmaal dingen die je meteen tegemoet springen. Het Japanse schrift dat je overal tegenkomt, evenals Engelse opschriften die worden gebruikt omdat het interessant staat en die niet altijd iets betekenen. De automaten met warme en koude drankjes die op iedere hoek van de straat staan, voor het geval dat je opeens zin in oolong thee of caffè latte krijgt en niets in huis hebt. De monddoekjes die veel mensen dragen, en waarvan ik me nog steeds afvraag of ze dienen om de omgeving te beschermen omdat ze verkouden zijn, of de dragers zelf omdat de omgeving niet te vertrouwen is. De uniformiteit, die te zien is in de kleding van schoolkinderen, en te horen in de frases die serveersters, caissières en andere openbare figuren zo routineus en machinaal produceren dat je je afvraagt of deze mensen wel echt zijn. En dan begint er opeens één te lachen. Ze zijn echt.

Japanse les: vijf lesuren per dag, bestaande uit spreek- en luistervaardigheid, plus een stapel huiswerk om lezen en schrijven onder de knie te krijgen, de afgelopen dag te herhalen en de komende dag voor te bereiden. Veel werk, zwaar werk, prachtig werk. Ik heb het helemaal naar mijn zin. De lessen worden uitsluitend in het Japans gegeven, het lesmateriaal is opgesteld in hiragana, een Japans fonetisch alfabet. Katakana  (een ander fonetisch alfabet, waarin woorden van niet-Japanse oorsprong worden geschreven) wordt ook gebruikt en moet dus ook geleerd worden, kanji (Chinese tekens) worden wel gebruikt voor gevorderden, maar niet voor beginners. Om een indruk te geven: Het bord op de eerste foto boven (klik op de foto om dit te kunnen zien) heeft een combinatie van kanji (de ingewikkelde tekens) en hiragana (de eenvoudige tekens).
Mijn medeleerlingen zijn tussen de achttien en zestig jaar oud en komen uit Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Azië. Ze hebben allerlei verschillende redenen om Japans te komen leren, en verschillende manieren om het te doen: sommigen zijn hier jarenlang, anderen blijven maar een paar weken. Hier kom ik vast nog wel een keer op terug. Maar nu is er eerst nog een heleboel huiswerk te doen!