Jaren geleden ben ik eens in Tokyo de weg kwijtgeraakt. Ik vroeg een voorbijganger: do you speak English? Bij wijze van antwoord wapperde hij heftig met zijn hand voor zijn gezicht heen en weer, teken van: nee, en liep door. Even later kwam hij bij de beteuterd kijkende buitenlander terug en zei: a ritturu bitto.

Vanuit dit gegeven kan ik nu verschillende kanten op.

Ik kan het hebben over het feit dat er erg weinig Japanners zin die Engels spreken, vooral onder de ouderen, en dat ze niet snel geneigd zijn, als ze het al spreken, om te laten blijken hoe weinig dat precies is. En dat zelfs onder de leraressen aan de talenschool de meesten geen Engels spreken. Maar veel meer heb ik daar niet over te zeggen.
Of ik kan het hebben over internationaal verschillende handtekens, hoe in Nederland bijvoorbeeld een teken gegeven kan worden van: kom eens hier, waabij je je vingers snel naar je toe en van je af beweegt, met de handpalm naar boven. In grote delen van de wereld wordt hetzelfde uitgedrukt door ook de vingers heen en weer te bewegen, maar nu met de handpalm naar beneden. Wat bij ons betekent : wegwezen. Verwarring gegarandeerd. Of het teken: wil je wat drinken, wat in het oosten uitgebeeld wordt door een duim naar de mond te brengen. Maar goed, dat zijn dingen die de lezer allang weet. Dus daar ga ik het niet over hebben.

Ritturu bitto, dat biedt ook nog aanknopingspunten. Om te beginnen doen Japanners wat ieder volk doet dat buitenlandse woorden opneemt: aanpassen aan de eigen taal, al is er waarschijnlijk geen enkel ander volk dat daar zo consequent in is. In Nederland nemen we blij van alles uit het Engels over en vermengen de twee talen op verschillende manieren, zoals bij ‘shoppen’ en ‘dat is niet mijn ding’, of woorden als ‘trainen’ en ‘controleren’ die nieuwe betekenissen krijgen, of ‘privaat’ dat ‘particulier’ verdringt. Vroeger heb ik wel palmolieve zeep gebruikt, en bleu band margarine op mijn brood gesmeerd (beide uitgesproken zoals het er staat). In Duitsland doen ze vreemde dingen, vinden ze bijvoorbeeld dat een gsm een Handy moet heten, weet ik veel waarom. In Frankrijk zijn ‘des baskets’ basketbalschoenen, oftewel gimpen, en, een hele mooie, met een knipoog naar het feit dat de woordvolgorde er meestal omgekeerd is in vergelijking met de Engelse, is een walkie-talkie er een talkie-walkie geworden.

Maar ik had het over Japan. Je zou het niet denken met wat we op school geleerd hebben over het land dat zich eeuwenlang van de buitenwereld heeft afgesloten, maar de Japanse taal heeft duizenden leenwoorden, hoofdzakelijk uit het Chinees en het Engels. Ze zijn helemaal verjapanst, al kun je woorden van westerse herkomst herkennen doordat ze in katakana geschreven worden, het alfabet dat daar speciaal voor bedoeld is. Uiteindelijk blijft er toch onderscheid.
De verjapansing bestaat eruit dat de woorden door een soort machine gaan die ervoor zorgt dat Japanse klanken gebruikt worden. Het Japans kent bijna geen combinaties van medeklinkers, en de ‘n’ is de enige medeklinker die op het eind van een woord kan komen. Een ‘t’ op het eind wordt automatisch ‘to’. Verder bestaat alles uit blokjes als ‘ka’, ‘ke’, ‘ku’ enz. De ‘l’ is onbekend en wordt automatisch veranderd in een r-klank.

Als je dus buitenlandse woorden in de verjapansingsmachine duwt, komen er de volgende Japanse woorden uit:

Golfclub wordt gorufu-kurabu
Arbeit wordt arubaito en betekent deeltijdwerk
Front glass wordt furonto gurasso en betekent voorruit (v.e. auto)
Hamburger wordt hanbaagaa en verandert in een gerecht waar geen brood in voorkomt.
En soms worden woorden ook afgekort:
Television wordt terebi
Cash register (kassa) wordt reji.

Weer even terug naar jaren geleden: toen we op school leerden over dat land dat lange tijd geen contacten met de buitenwereld had werd er een voorbeeld gegeven waaruit zou blijken dat er toch wel contacten waren: een Japans woord (bakkushan) dat was samengesteld uit een Engels (back)  en een Duits woord (schön), en wat zou betekenen: iemand die er van de rug gezien wel aardig uitziet, maar van voren lelijk blijkt te zijn. Ik heb me altijd afgevraagd of dat een fabeltje was, iets wat we nu een urban legend zouden noemen, en of dat woord echt wel bestond. Een zoekopdracht via Google naar bakkushan bracht me bij een muziekgroep uit Mannheim en op een (trouwens onthutsend lezenswaardig) weblog in het Frans, maar gaf verder geen uitsluitsel over de vraag waar het om begonnen was. Vandaag bij een les maar even nagevraagd, en ja, het woord bestaat, en ja, de betekenis klopt. Het is een wat ouderwets woord, maar vanaf nu een woord dat in de woordenschat hoort van iedereen die Japans leert, al was het maar vanwege de Europese achtergrond. Taal is leuk.