Goh. Het Japans is geen tonale taal, maar het blijkt toch woorden te hebben die op verschillende toonhoogtes kunnen worden uitgesproken, en dan verschillende betekenissen hebben. Zo is er het woord hashi. Als je de eerste lettergreep hoger uitspreekt dan de tweede, betekent het eetstokjes. Spreek je de eerste lettergreep lager uit dan de tweede, dan heb je het over een brug. Een subtiel verschil dat in de schrijftaal wordt opgevangen door de twee woorden met verschillende kanji te schrijven – ziedaar één van de redenen waarom kanji gebruikt worden.

In het Nederlands kennen we dat geloof ik niet. Het lijkt een beetje op het verschijnsel dat je de betekenis van een zin kunt veranderen door de klemtoon te verleggen, en dus de toonhoogte waarop je woorden uitspreekt aan te passen, al verandert de betekenis van de woorden zelf niet. Bijvoorbeeld (leg de klemtoon op de cursieve woorden, en let op de toonhoogte die je dan krijgt):
Ik ga wel. (iemand anders hoeft niet te gaan)
Ik ga wel. (ook al zeg je dat ik niet moet gaan)

Genoeg over toonhoogte. Het is me niet ontgaan dat Japanners graag buitenlandse woorden gebruiken. In het dagelijks spraakgebruik kom je vooral Engelse woorden tegen, in opschriften wordt vooral Spaans, Portugees en Italiaans gebruikt, kennelijk om interessant te lijken, want meestal levert het onzinnige combinaties op, dus om de betekenis kan het niet gaan. Meestal wordt het in katakana geschreven, af en toe wordten ook onze letters gebruikt. Dan krijg je b.v. een bakkerij-afdeling in de supermarkt die de naam r’ecolter heeft meegekregen, of Hitachi die in zijn reclames (als één van de weinige merken trouwens) een Engelse slogan gebruikt: Inspire the next. Vaak kun je intuïtief wel een beetje aanvoelen in welke richting de bedenker van de naam of slogan gedacht heeft. Even komt het vermoeden op dat met opzet fouten gemaakt worden of onduidelijke boodschappen doorgegeven worden, met de bedoeling de lezer aan het denken te zetten, maar die gedachte laat ik meteen weer varen. Het is gewoon ‘lost in translation’.

In een vorig leven trok ik het me nogal aan als mensen onzorgvuldig met taal omgingen. Maar dat is net zoiets als je er druk om maken als de persoon die vóór je op de roltrap staat aan het eind ervan gaat stilstaan en besluiteloos om zich heen gaat kijken. Of dat de hemel blauw is, en niet groen. Hier zijn natuurkrachten aan het werk, hier gaat het om dingen die gisteren zo waren, die vandaag zo zijn, en die morgen nog steeds niet anders zullen zijn. Wat je niet kunt veranderen kun je maar beter accepteren, zegt een oude wijsheid. En taal is een rivier. Eeuwig onderweg, onstuitbaar, zich vermengend, dan weer afsplitsend. Je kunt er een dam in bouwen, maar daarmee hou je hem niet tegen. Dan maar liever in een bootje meedobberen, af en toe een duikje, dan weer achterover geleund, glas wijn in de hand. Weet niet goed hoe dat glas wijn nou opeens in de metafoor terecht kwam. Zo gaat dat dus.

Naschrift: bij nader inzien heeft het Nederlands toch wel woorden die met verschillende tonen verschillende betekenissen hebben. Vergelijk b.v. óndergaan met ondergáán, en óverkomen met overkómen.