Er stopte een auto naast ons, de bestuurder zag er niet Japans uit. Hij zei iets onverstaanbaars, wij knikten vriendelijk. Op dat teken stak hij van wal in iets raps dat op Portugees leek, en zette aan het eind ervan een vragend gezicht. En we konden dus alleen maar iets antwoorden in de trant van: sorry, maar… Hij stak een duim op en reed door. Moet dus een Braziliaan geweest zijn. Brazilianen doen dat, als je ze ontmoet slaan ze je op de schouders, en als ze weggaan steken ze een duim op. Aardige mensen, Brazilianen.

Japanners zijn ook wel aardig, op een andere manier. Ik begin te vermoeden dat er met mijn aanvraag voor privélessen niets gedaan gaat worden, maar dat niemand bot genoeg is om me dat gewoon te vertellen. Vorige week heb ik al een verzoek ingediend, zou een mail krijgen met meer informatie, niets meer gehoord. Nog eens langsgegaan, gesproken met de leraar die voor privélessen verantwoordelijk is. Uitgelegd dat ik iedere dag een uur zou willen. Bedenkelijk gezicht. Ik paste mijn verzoek aan. Eh, drie keer per week, hoe zou dat zijn? En zag dat hij opschreef: twee à drie keer per week. Kreeg een uurprijs te zien, zei dat het goed was. Opnieuw aarzeling aan de andere kant van de tafel. Moest nog nakijken of er plaats voor was, zou het nog laten weten. Tot nu toe niets dus. Misschien komt het nog, maar anderen hebben soortgelijke ervaringen, en de aarzeling die de leraar liet zien was al een duidelijk teken. Voor wie het heeft leren lezen. Ik heb intussen de taal leren kennen als iets waar eindeloos veel subtiele gevoelsuitdrukkingen in kunnen voorkomen. Maar een eenvoudig nee is ondenkbaar in situaties waarin je de ander kunt kwetsen. Als je iemand uitnodigt kun je iets subtiels verwachten. Mmmm…, ik weet het niet betekent: daar heb ik echt geen zin in, maar dat ga ik je niet vertellen, want zo’n lomperik ben ik niet. Als je dat omdraait trouwens, kun je je voorstellen dat ze ons westerlingen (die rustig iets als ‘nee, daar heb ik geloof ik geen zin in’ kunnen zeggen zonder daarbij meteen het schaamrood op de kaken te krijgen, onze neuzen in het openbaar snuiten en in huis onze schoenen aanhouden) als onbehouwen figuren zien. Het is maar van welke kant je het bekijkt.