Oefening vandaag: ga naar de lerarenkamer en vraag aan de mensen die daar zijn of ze nog roddels weten over de andere leraren/leraressen. Ze verzinnen wel wat, en dat moet je dan komen doorvertellen. En zo werd er b.v. gezegd dat de hoofdlerares, die even verderop zat, zoveel van honden houdt dat ze samen met haar hond uit de hondenbak eet. En ook dat ze graag drinkt, en eens per week in de kroeg op de tafels danst en luidkeels zingt. De hoofdlerares vertelde soortgelijke verhalen over haar collega’s. Humor!

Het is bijzonder dat ze rustig dat soort grapjes over elkaar aan hun leerlingen vertellen, in deze samenleving die zo vol zit met beperkingen en regels en waarin iedereen een duidelijk besef heeft van zijn eigen positie ten opzichte van anderen. Daar kan ik me alleen maar over verbazen, ik hoef niet eens te proberen dat te gaan begrijpen. Ook herinnert het me eraan dat het Japanse woord voor humor ‘juumoa’ is. Was Japan voordat het dat Engelse woord overnam een land waar niet gelachen werd? Natuurlijk niet. Woorden voor lachen zijn er wel van Japanse oorsprong. Zou het de abstractie zijn die niet bekend was? Ik weet het niet.

Iedereen heeft waarschijnlijk wel eens een mooi staaltje van Japanse tv-humor gezien, waar mensen belachelijk gemaakt worden of zich pijn doen. Hiervoor geldt waarschijnlijk hetzelfde als wat Joris Luyendijk zei over de berichtgeving over het Midden-Oosten: het zijn excessen die interessant zijn, maar die je niet in het juiste perspectief kunt plaatsen als je niet weet waaruit de normale situatie (waar de excessen van afwijken) bestaat. Wat ik zie op de Japanse tv is erg tam. Wat quizprogramma’s, veel documentaires, praatprogramma’s en van die programma’s waarbij iemand met een camera op stap gaat en bij iemand op bezoek gaat of met mensen op straat praat. Er wordt best vaak gelachen, maar het is niet de soort humor die wij te zien krijgen. Wat nog meer? Een kookprogramma waar pindasaus of Italiaanse gerechten met ansjovis en kappertjes gemaakt worden. De ingrediënten zijn waarschijnlijk nergens te krijgen, maar hier, net als bij ons, gaat het er kennelijk niet om iets te leren koken: het is vooral vermaak. Het nieuws voor doven, waar iemand Japanse gebarentaal staat te gebruiken. Hij zet zijn hand als een denkbeeldig pistool tegen zijn hoofd, haalt de denkbeeldige trekker over en schokt met zijn hoofd. En gaat meteen door met andere gebaren om niet achterop te raken. Hm. Een reisprogramma waarbij de presentatrice laat zien hoe in Europa flessen terug naar de supermarkt gebracht worden en hoe een statiegeldautomaat werkt. In dit land waar het afval streng gescheiden wordt in brandbaar afval, blikjes, glas, plastic, karton en grofvuil, die allemaal op andere dagen op de daartoe bestemde plaats moeten worden gedeponeerd, is de statiegeldautomaat een buitenlands curiosum. Een programma dat een (Europese?) snorren- en baardenwedstrijd laat zien, met exemplaren waar Japanners alleen maar steil van achterover kunnen slaan.

Waar vooral veel gelachen wordt, dat is bij ons op school, in de klas. De leraressen slagen er bijna allemaal in een sfeer te creëren waar gespreksoefeningen aanleiding kunnen vormen voor veel hilariteit. En diezelfde leraressen steken ongegeneerd de draak met elkaar.