De heer Marumaru is er waarschijnlijk niet op voorbereid geweest dat er een einde zou komen aan de vertrouwde anonimiteit van zijn vrijgezellenleven in een kleine plaats in het westen van Honshu. Weliswaar was het hem opgevallen dat er eten uit zijn keuken verdween, en dat moet hem op zijn minst verbaasd hebben. Het kan zijn dat hij er zelfs slapeloze nachten door gehad heeft toen dat geen eenmalige gebeurtenis bleek te zijn. Maar dat het er uiteindelijk toe zou leiden dat hij in de krant zou komen kan hij niet vermoed hebben.
De krant vermeldt niet wanneer hij dat begon te merken, dat van dat verdwijnende eten. Wel valt te lezen dat hij er maar niet achter kon komen hoe dat eten verdween en waar het naartoe ging. En dat hij dus maar een beveiligingssysteem in zijn huis liet installeren. Dat beveiligingssysteem bestond uit camera’s die bij onraad beelden naar zijn mobiele telefoon konden sturen. Toen hij die beelden begon binnen te krijgen belde hij meteen de politie, die op onderzoek uitging.
De agenten arriveerden bij een huis waarvan alle deuren en ramen op slot zaten. Nergens waren sporen van braak. Eenmaal binnen vonden ze niets verdachts. Geïntrigeerd besloten ze te gaan kijken op de plaatsen waar indringers zich zoal kunnen verstoppen: onder het bed, achter de tv, in de kasten.
In een kamer die de heer Marumaru niet gebruikte bevond zich een kast met planken. Op de bovenste plank lag, in een hoekje weggekropen, trillend van de zenuwen… een 58-jarige vrouw.
Een jaar lang heeft deze dakloze vrouw in de woning van de heer Marumaru onderdak gevonden, zonder dat hij er erg in had. Een jaar lang heeft ze bovenin de kast geleefd wanneer hij thuis was, om die veilige plek pas te verlaten wanneer hij, geplaagd door het raadsel van het verdwijnende eten, naar zijn werk ging. Ze heeft gebruik gemaakt van zijn douche en daarna kennelijk de badkamer netjes opgeruimd en schoon gemaakt. Hoe lang had dit kunnen doorgaan als ze niet aan zijn eten had gezeten?
Dit verhaal roept natuurlijk nog veel meer vragen op. Ze worden niet beantwoord door het krantenartikel, dat alleen wat nuchtere feiten geeft. Met de anonimiteit van de heer Marumaru valt het trouwens wel mee: weliswaar is hij in de krant gekomen, maar zonder dat zijn naam genoemd werd. Marumaru is de naam die ik hem voor de gelegenheid gegeven heb; het betekent (niet helemaal letterlijk, maar wel inhoudelijk) Puntjepuntje.

Ik kom trouwens net een bericht van vorige week tegen dat ik gemist had. Yoichiro Miura kwam  in 1970 in het nieuws door van Mount Everest’s zuidelijke pas af te skiën. Later las ik hierover, en over de parachute die hij toen gebruikte om zijn snelheid te remmen; niet iedereen was onder de indruk van deze afdaling, die trouwens maar net goed afliep. Diezelfde Yoichiro Miura stond dus vorige week (voor de tweede of derde keer?) op de top van Mount Everest. Met zijn 75 jaar had hij gehoopt als ‘s werelds oudste beklimmer de boeken in te gaan, maar net een dag eerder stond een 76-jarige Nepalees op de top. Dat is balen… Maar ja, doe het maar eens na.

En nou we toch bezig zijn: terwijl ik dit aan het schrijven ben laat de tv nog eens zien hoe sommige mensen moeten vogelen met de ruimte die ze hebben. Verschillende autobezitters mogen voordoen hoe ze hun auto parkeren op plaatsen waar alleen zijzelf in kunnen komen. Er is er één die zijn spiegels moet inklappen om achteruit zijn garage in te kunnen rijden. Als hij klaar is met parkeren is aan drie kanten van de auto geen centimeter meer over. Hoe komt hij de auto dan uit? Simpel: via de ruit in de rechterachterdeur kan hij zo door een raam zijn huis inkruipen. Dit is zelfs voor Japan bijzonder genoeg om op televisie te komen…