Routines zijn verwarrend: zolang je er middenin zit lijkt het alsof er nooit een einde aan zal komen. En van de ene op de andere dag blijkt dat opeens niet waar te zijn. Een beetje regelmaat in je leven geeft je de geruststellende illusie dat je de onbekende grootheden waardoor je dagelijks omringd wordt de baas bent.

Iedere dag liep ik op hetzelfde tijdstip langs dezelfde met zorg aangelegde tuintjes naar school. Daar aangekomen kreeg ik met dezelfde klasgenoten les van dezelfde leraressen. Tussen de middag gingen we eten in hetzelfde noedelrestaurant. Na de lessen deed ik mijn boodschappen bij één van de twee supermarkten in de buurt. Daar stond steevast bij de tempura-afdeling een tv-toestelletje het winkelend publiek in de stemming te brengen met beelden en geluiden van knappend gefrituurde vis. Iets verderop, bij de verse vis, stond een cassetterecorder aan één stuk door de lof te bezingen van de daar uitgestalde waar, een pakkend melodietje dat niemand die enige tijd in Japan heeft doorgebracht kan vergeten, het was zoiets dat je nog in je slaap blijft achtervolgen: vis, vis, vis, eet meer vis, omdat het zo goed voor je is, vis, vis, vis… (Dit liedje op YouTube gevonden). Bij het vlees ging een ander lied over vlees, en bij de groente… precies.

Op straat liepen dezelfde lagereschoolmeisjes rond met allemaal dezlefde gele hoedjes op. Leerlingen van de middelbare school kwamen met doodsverachting voorbijsuizen op allemaal dezelfde fietsen waarvan steevast het zadel op de laagste stand stond afgesteld zodat ze op nietsontziende omaatjes leken. Behalve dat de echt omaatjes steevast onwaarschijnlijk kleine vrouwtjes waren die rondschuifelden met een permanent gebogen rug en weinig meer zagen dan de grond waar ze op liepen. Auto’s die gedeeltelijk alleen voor de plaatselijke markt gemaakt worden reden rond (aan de linkerkant van de weg) met exotisch klinkende namen als alphard, passo, elysion, edix, atenza, pleo, cervo, landy en toppo.

De geschreven en gesproken taal verloor gaandeweg een deel van haar geheimzinnigheid, maar dat kon niet verlhullen dat daarachter een gedachtenwereld schuilgaat die weliswaar bekend lijkt maar die de bezoeker keer op keer voor verrassingen stelt. Zoals ik op een website las van iemand die Japanse les geeft: als je niet weet hoe je iets moet zeggen kun je het beter helemaal niet zeggen, want waarschijnlijk zeg je iets heel verkeerds.

Dat is de meest opvallende van de rode draden die door de afgelopen drie maanden heen liepen: wanneer je als bezoeker denkt iets begrepen te hebben zul je snel tot de conclusie komen dat je er toch helemaal naast zit, en als je het gevoel krijgt dat je in een totaal vreemde wereld terecht bent gekomen blijken er onverwacht overeenkomsten te bestaan. Het zijn die overeenkomsten die een houvast bieden bij het omgaan met de onbekende grootheden waar je keer op keer mee geconfronteerd wordt, maar je kunt er nooit helemaal zeker van zijn dat ze niet plotseling in hun tegendeel veranderen. Schuivende werelden die soms perfect over elkaar heenpassen maar die er plezier in scheppen wisselend doorzichtig en ondoorzichtig te zijn zodat je nooit zeker weet of wat je ziet de voorgrond of de achtergrond is, en hoeveel je eigenlijk ziet.

Maar ik ben een beetje afgedwaald. Ik was erover begonnen dat de dagelijkse routine steeds gelijk was, wat me er niet op heeft kunnen voorbereiden dat ik nu opeens tegen de laatste schooldag zit aan te kijken. Dat is heel vreemd. Opeens is het afgelopen. Oké, ook goed. Van routine word je alleen maar gemakzuchtig. Op naar nieuwe routines dus.