De buurt waar ik sinds anderhalve week verblijf is een interessant microcosmosje in Kuala Lumpur. De belangrijkste reden om hier onderdak te zoeken was van praktische aard: het is op een steenworp afstand van het nieuwe centraal station, aankomstpunt van de speciale trein die het vliegveld met de stad verbindt, de plek waar de bussen van de low cost terminal aankomen, een knooppunt in het netwerk van treinverbindingen en het beginpunt van de stadsmonorail. Afgezien daarvan ligt hier een afsplitsinkje van Klein India en een heel klein stukje Chinastad. Wanneer ik vanuit het hotel naar buiten ga heb ik meteen een keuze uit restaurants en eetstalletjes die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat open zijn. Er zijn eerst een aantal Indiase restaurants, waarvan het personeel gedeeltelijk uit India is overgekomen, evenals de klanten. Er zit een Chinees restaurant tussen waar ‘s morgens al de ba pao staat te stomen. Daarnaast is een bananenbladrestaurant, waar je alleen hoeft te zeggen wat voor vlees of kip of vis je wilt, de rest wordt op een bananenblad voor je uitgeserveerd. Iets verderop zit een Chinees koffiehuis, waarin verschillende stalletjes allerlei soorten noedels aanbieden. Daarna komt er een stand op het trottoir, die er alleen ‘s morgens vroeg is en waar een geweldige nasi lemak gemaakt wordt, met keuze uit rendang rundvlees, kerrie kip en inktvis met sambal.
Tusendoor is er nog een Chinees die, hoe typerend, een wasserij bestiert, en een aantal kapperszaken waar Indiërs je haar knippen voor twee euro. En overal waar je langsloopt kom je geuren tegen. Dit kunnen de geuren van het eten zijn dat overal gemaakt wordt en dat nergens, maar dan ook nergens slecht is. Maar ook de geur van het afval dat zich op de hoek van de straat opstapelt, dat iedere dag opgehaald wordt, maar dat toch zijn sporen achterlaat. Het is een primaire buurt, er is goed en slecht, alleen heet het niet goed en slecht en wordt alles door iedereen geaccepteerd als iets dat er nou eenmaal is. Er zijn ook onwaarschijnlijk veel instituten waar je door blinden gemasseerd kunt worden ook al is nooit duidelijk of ze kandizie hebben, maar je kunt dus regelmatig blinden voorbij zien komen, zonder donkere bril, zonder blindegeleide hond, mensen die zich met alleen een stok een weg banen over de oneffen stoep waar ik, ziende, zelden mijn voeten durf te laten rusten op de betonnen of stalen deksels van de riolering die toevallig langs diezelfde stoepen loopt.
Doordat ik hier anderhalve week heb doorgebracht word ik intussen herkend en begroet, en dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat er hier geen andere buitenlanders rondlopen. Niet helemaal waar, maar je ziet ze nooit langer dan een dag blijven. Het bevalt me hier.

Intussen breng ik mijn tijd door met het voorbereiden van wat gaat komen (China, Mongolië, Rusland, bruiloft…), maar omdat dat nog steeds veel vrije tijd overlaat geef ik me over aan allerlei dingen die ik lange tijd niet gehad heb: films, goeie koffie, cheese cake, en eindeloos veel Indiaas, Maleisisch en Chinees eten. Films: het is onthutsend om te zien dat er hele slechte speelfilms worden uitgebracht, maar meeslepend om naar goeie films te kijken en ik kan er op het ogenblik uren per dag mee doorbrengen. Koffie en cheese cake: geen Starbucks meer, die heb ik afgezworen, daar heb ik iets te vaak slechte koffie gehad. Maar de Coffee Bean and Tea Leaf maakt een goddelijke macchiato en uitstekende cheese cake, en San Francisco Coffee heeft prima koffie (mindere cheese cake) en gratis International Herald Tribune. Het eten: ach, als ik daarover begin…