Het bericht kwam door dat de treinreis naar Mongolië en Rusland rond was, en dat was voldoende reden om terug te gaam naar Kuala Lumpur om een Chinees visum aan te vragen. De tijd begon al te dringen: de normale periode van vier werkdagen was al niet meer haalbaar. Maar een versnelde procedure moest nog wel kunnen. En zie: bij de ambassade vroegen ze zich weliswaar af of ze een visum moesten geven aan iemand die zegt dat hij het land wil verlaten met een trein waarvoor hij nog geen ticket heeft, naar een land waarvoor hij nog geen visum heeft, maar uiteindelijk kreeg ik toestemming om tien dagen in het Rijk van het Midden te verblijven. Bij de gratie… ja, van wie eigenlijk?

Dit is nu het plan voor de komende weken: volgende week is Charlotte in Singapore en ben ik daar dus ook. Daarna vlieg ik vanuit Kuala Lumpur naar Beijing, om daar de paar dagen door te brengen die nodig zijn om een Mongools visum aan te vragen. O ja, er is dan ook een groot sportevenement. De hotelprijzen zijn daardoor drie tot vijf keer zo hoog als normaal. Zal wel een belangrijk evenement zijn.
En dan: treinreis naar Sainshand in Mongolië, vijf dagen in de Gobi woestijn met tochten per kameel en overnachtingen in gers (traditionele tenten), een dag in Ulanbaatar en ten slotte de treinreis door naar Irkutsk. Ah, Irkutsk… rust. O nee, studie.