Adidas heeft vlak voor de Spelen in Sanlitun, een populaire uitgaanswijk, een nieuwe winkel annex showroom geopend. Nou nee, niet een winkel, maar eerder de winkel. Het is meteen de grootste Adidas-winkel ter wereld geworden en is duidelijk neergezet met een missie: de concurrentie alle wind uit de zeilen nemen, het merk neerzetten in de markt waar iedere fabricant van droomt, de aandacht van de consument gevangen houden en die consument pas naar huis te laten gaan wanneer zich in zijn gedachten dat ene toepasselijke woord heeft gevormd: wow. In de winkel, die zich uitstrekt over vier ruim bemeten verdiepingen, zijn alle Adidas-producten te koop, en Elsevier Retail meldt dat je er persoonlijk aangemeten sportschoenen kunt laten maken, je fitness testen, kaartjes kopen voor sportwedstrijden en basketballen op het basketbalveld op het dak.
Bij de ingang is voor de gelegenheid een metershoog standbeeld opgericht van een torso met een (natuurlijk door Adidas ontworpen) Chinees olympisch shirt. Een tv-scherm laat beelden van hoofdzakelijk Chinese sporters zien, en op het shirt hangt een goudkleurige medaille, met daarop (op dit moment) het getal 44, het aantal gouden plakken dat China tot nu toe heeft gewonnen. Alles bij elkaar een indrukwekkende presentatie, die ervoor zorgt dat de Nike-, Puma- en Mizuno-winkels die er vlak naast zitten een beetje zielig overkomen.

Na het maken van deze foto ging ik door naar het Holland Heineken House(HHH), waarmee ook het biermerk nadrukkelijk aanwezig is in de Chinese hoofdstad, al bestaat het publiek hier bijna uitsluitend uit Nederlanders. Voordat ik de feestruimte bereikte kwam ik langs stands met sportkleding, massagestoelen waarin mensen tv lagen te kijken, pingpongtafels en een patio waar bier, broodjes kroket en puntzakken patat te krijgen waren. Ik hoorde mijn naam noemen, keek om en was blij een KLM-vlieger te zien, die voor 24 uur in Beijing was en met een deel van zijn bemanning naar het HHH gekomen was. Het was er verder nog rustig, de meeste Nederlanders zagen we zitten bij de dameshockeywedstrijd Nederland-Argentinië, waarvan de NOS-uitzending op een groot scherm werd vertoond. Na deze wedstrijd werd het snel drukker. Er waren optredens van de Corona’s (als ik het goed verstaan heb) en Xander de Buisonjé, en vervolgens werd het publiek in de stemming gebracht voor het hoogtepunt van de avond: de huldiging van het Nederlandse zeilduo Marcelien de Koning en Lobke Berkhout dat zilver had gehaald. Umberto Tan sprak. Op liedjes met teksten als ‘ik heb een toe-toe-toeter op mijn wa-ter-scooter’ werd blij meegezongen. Erika Terpstra gaf een enthousiaste speech om de zeilsters te feliciteren en toen die zeilsters opgewonden riepen dat het een knallende avond ging worden was iedereen het daarmee eens.

Hm. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar… ik voelde me er erg niet thuis, en erg niet op mijn gemak. Weet niet goed waarom, al heb ik nooit van feesten gehouden, en nog minder van feestende Nederlanders in het buitenland. Ben dus maar naar het hotel teruggefietst, met de wel vaker terugkerende vraag in het hoofd: waarom kan ik nou niet gewoon, net als al die andere Nederlanders, een warm gevoel krijgen bij al dat Hollands in het buitenland?
Ach, aan de andere kant: wat het ook is, het zorgt er ook voor dat ik me gemakkelijk thuisvoel in andere landen en dat ik zo immens kan genieten van op reis zijn.