Al fietsend door de stad kom ik door hutongs, vierkante, ommuurde wijken waarbinnen straten en rijen huizen zijn en die alleen toegankelijk zijn via enkele poorten die in feodale tijden ‘s nachts gesloten werden. Het zou te ver voeren daar in detail op in te gaan, maar zoals vaker heeft wikipedia er een mooi artikel over. Ook kom ik door redelijk welvarend uitziende woonwijken, waar appartementengebouwen van vier of vijf verdiepingen hoog staan. Van ieder appartement zijn alle ramen voorzien van een stevig traliewerk, tot en met de hoogste verdieping. Het is niet moeilijk te raden waarom dat is: dat traliewerk zelf maakt het voor een inbreker kinderlijk eenvoudig naar boven te klimmen, die hoeft daarvoor geen Alain Robert te zijn, en dus wordt iedere bewoner door zijn onderbuurman min of meer gedwongen zelf ook tralies voor de ramen aan te brengen.

Bij het HHH ga ik kijken of ze kaartjes hebben voor de finalewedstijd dameshockey, maar die hebben ze niet. Wel allerlei andere sporten, al kunnen ze niet zeggen wie er speelt. Dan maar eens kijken of er bij het stadion nog iets te regelen is.

Bij de uitgang van het HHH hoor ik iemand hard en verontwaardigd en in onvervalst Hollands ‘Hallo’ roepen. Er staat een taxi voor de uitgang. Het achterportier staat open, degene die mijn aandacht heeft getrokken hangt eruit en maakt ongeduldige gebaren. De taxi kan niet van het terrein af omdat de uitgang versperd wordt door een andere taxi die naar binnen wil en waarvan de chauffeur in gesprek is met de bewaker van het terrein. De boze meneer trekt het portier weer dicht en schudt met zijn hoofd. Ik zie zijn lippen de woorden ‘niet te geloven!’ vormen, inclusief dat uitroepteken. Als zijn taxi er eindelijk langs kan zit de meneer nog steeds met zijn hoofd te schudden.

In de buurt van het stadion wordt ijverig gehandeld in plaatsbewijzen. Die handel is illegaal, maar wordt ‘gedoogd’ zolang het om Chinese verkopers gaat. Na wat zoeken vind ik hier en daar een kaartje voor de hockeyfinale Nederland – China. Ze vragen er 250 euro voor. Eigenlijk kan ik ze geen ongelijk geven, het is gewoon een kwestie van vraag en aanbod, maar ik trek me van de vraagkant terug. Waarschijnlijk wordt de wedstrijd ook live op tv uitgezonden.

Nadat ik mijn huurfiets weer heb ingeleverd ga ik wat eten in het food court op de vijfde verdieping van de Yashow kledingmarkt. Aan de tafel tegenover me zit een grootmoeder met haar kleindochter op schoot. Iets in hun houding trekt mijn aandacht. De grootmoeder houdt het meisje onder de benen vast, en die beentjes zijn gespreid. En inderdaad zie ik een lichtgele vloeistof op de grond klateren. Niemand trekt er zich iets van aan. Dus waarom zou ik dat doen? Verbaasd, dat wel. Net als iedere keer dat er een fluim vlak voor me op de grond belandt. Maar ja, dit is een ander land, en daar wonen andere mensen.

En morgenochtend vroeg stap ik in de trein naar Sainshand, Mongolië. Het volgende verslag komt op zijn vroegst over een week, en waarschijnlijk later. Tot dan!
Proloog: wedstrijd gezien, super. Charlotte zat tegelijkertijd te kijken, we bleven via MSN in contact. Na de wedstrijd, toen de Nederlandse tv liet zien hoe uitbundig het Nederlandse team en de supporters aan het vieren waren, liet de Chinese tv alleen nog beelden zien van mooie acties van het Chinese team… En de huldiging lieten ze ook niet zien!
O en die foto’s hierboven hebben natuurlijk niets te maken met het verhaal, het zijn toevallig foto’s van vandaag.