Irkutsk, eindstation. Ik wachtte met uitstappen totdat de grootste drukte voorbij was, verhalen van zakkenrollen indachtig. De mensen bij wie ik de komende maanden te gast ben stonden inderdaad op me te wachten. Ik geloof dat ik het aardig getroffen heb: er was me eerder verteld dat statistisch de kans groot was om bij een oud vrouwtje geplaatst te worden dat nauwelijks van haar pensioen kon leven en dus wat extra inkomsten wel kon gebruiken. Ook prima, in ieder geval iemand om mee te praten dacht ik, iemand die allleen Russisch spreekt, dat is goed. Terwijl ik in China was hoorde ik dat het een gezin werd van twee werkende mensen van (bijna) mijn leeftijd en hun zoon van zeventien. Mensen die ervaring hebben met buitenlandse studenten en die van het buitenleven houden, graag kamperen en een dacha hebben vlak buiten de stad. Mooi zo.

Het zijn vreselijk aardige mensen. Behalve dat ze me onderdak bieden en voor me koken doen ze hun best me van alles te laten zien en overladen ze me met gesproken Russisch. Ze doen dat op verschillende manieren: Lena praat veel tegen me en weet het eenvoudig te houden en zoekt andere omschrijvingen voor wat ik niet begrijp, terwijl Sergei wat zwijgzamer is, meer geneigd dingen aan te wijzen en bij de naam te noemen en af en toe tegen me van wal te steken totdat zij zegt: rustig aan, nou begrijp zelfs ik je niet meer… Ik voel me af en toe als een hond die zijn baas aankijkt terwijl die tegen hem praat en zich afvraagt wanneer hij één van de twee woorden gaat zeggen die hij begrijpt. Met af en toe knikken kom je een eind, maar niet ver genoeg. Ik wil zo graag alles begrijpen wat ze zeggen! Hij spreekt geen woord buitenlands, zij een heel klein beetje Duits, wat al heel wat is in deze stad.

Sergei heeft een bedrijf dat iets te maken heeft met mijnbouw en goud, Lena werkt voor zichzelf in het toerisme. Ze bewonen een eenvoudig appartement in een buitenwijk van Irkutsk. Ik slaap in wat ze de studeerkamer noemen maar waar ook skateboardposters van Andrei, de zoon hangen. Die zoon slaapt soms op de bedbank in de woonkamer. Soms slaapt hij (overdag) in de slaapkamer van zijn ouders. Soms komt hij ‘s nachts niet thuis. Hij is net klaar met school en volgt nu een reclameopleiding.

Om van de buitenwijk naar de universiteit te komen stap ik ‘s morgens vroeg in een bus die me samen met vele anderen door de ochtendfile naar het centrum brengt. Wel eens in een bus gezeten met mensen die iedere dag in diezelfde bus naar hun werk gaan? Het heeft wel iets komisch. In Okazaki hadden Igor en Elena me al een beetje voorbereid: ‘Maak niet de vergissing te glimlachen naar mensen die je niet kent. Russen lachen alleen als daar reden voor is. Het is zelfs zo dat we buitenlanders herkennen aan het feit dat ze zomaar zonder reden glimlachen’. Nou, inderdaad, deze mensen lachen niet, en als ik niet zou weten dat je daar niets achter moet zoeken zou ik bij deze ‘er-valt-helemaal-niets-te-lachen’ gezichten waarschijnlijk de kriebels krijgen. Nu zou ik willen zeggen: ga iets doen waar je blij van wordt! Ga Nederlands leren of zo! Doe iets geks…

De lessen zijn opwindend. Ik had zelf al wat Russisch geleerd met boeken en cd’s om me voor te bereiden maar wilde het niet meteen moeilijk voor mezelf maken en werd dus op eigen verzoek in een groep met absolute beginners gezet. Na het eerste lesuur nam de lerares, een ervaren en kordate dame, me bij de hand en bracht me naar de eerstvolgende hogere groep waarin mensen zaten die al wat langer elders gestudeerd hadden… met het advies het te proberen, en als het niet gaat mag ik terugkomen. Als de lerares denkt dat het kan is het wat mij betreft de moeite van het proberen waard. Op deze manier heb ik tenminste grammatica en woordenschat om mee te oefenen in plaats van het alfabet, en mocht het inderdaad te hoog gegrepen zijn dan is tegen de tijd dat ik terug ga de beginnersgroep ook al weer verder. Charlotte zei, toen ik in Japan moeite kreeg om het bij te benen, tegen me: je hebt de neiging de lat altijd ergens te leggen waar je hem net niet bereiken kunt. Dat is natuurlijk niet slim. Maar met die waarschuwing en de ervaringen in Japan in het achterhoofd durf ik het wel aan.

Intussen stapelen de indrukken zich op, maar ze zijn nog wat te warrig om op te schrijven. Komt nog wel. Ben blij hier te zijn, dit is weer een ervaring van het soort dat ik graag opzoek.