Nog wat uitstapjes. Afgelopen weekend naar Olkhon, het grootste eiland in het Baikalmeer, dat vooral in de zomer een geliefde bestemming is voor een weekendje uit. Alleen… toen we bij het vertrekpunt van de veerboot aankwamen bleek dat de veerboot kapot was. Ik dacht nog even dat we dan wel konden wachten totdat hij gerepareerd was en vroeg hoe lang hij al kapot was. Nog niet zo lang, zeiden ze, sinds twee dagen. Aha.
Maar het aardige van het meer is dat je overal langs de oever kunt kamperen, en dus was een alternatieve plek snel genoeg gevonden. Goeie tijd van het jaar om te kamperen, want het is overdag nog wel vaak mooi weer maar ‘s nachts wordt het koud en daarom komt er bijna niemand meer. In de zomer wel, en dat is goed te zien: overal liggen grote hopen afval die het landschap ontsieren, en het verbaast me nog dat het voornamelijk grote hopen zijn en niet één groot tapijt van flessen, blikken en plastic.

Sergei controleert bij opkomende zon het gisteravond uitgezette visnet. Er blijken een aantal baarsachtige vissen in te zitten en één snoek.

Eergisteren iets anders. Lena moest voor haar werk bij een afgelegen plek aan het meer zijn en vroeg of ik mee wilde. Samen namen we een trein die één keer per dag heen gaat en één keer per dag terug. Lena had me al verteld dat we een ‘electrichka’ zouden nemen, een lokale trein, en ik verwachtte een boemeltje. Maar electrichka’s zijn geen boemeltjes, dat zijn hele flinke boemels. Om een wagon in te komen klim je via een ladder anderhalve meter boven het platform uit. Vervolgens heb je het gevoel een enorme grot in te lopen. Een breed gangpad met aan weerszijden daarvan rijen banken met ieder drie zitplaatsen. Een plafond dat zeker drie, misschien drieлnhalve meter hoog is. Ha, dacht ik, dit moet ik fotograferen, dit moet ik laten zien, en ik haalde mijn fototoestel tevoorschijn. Daarop kwam de conductrice naar me toe en zei iets dat ik niet begreep. Lena legde uit. Het is buitenlanders in Rusland bij de wet verboden bepaalde objecten te fotograferen. En alles wat met treinen te maken heeft hoort daarbij. Ik dacht nog even dat Lena dan wel een foto van mij in de trein kon nemen, maar we werden in de gaten gehouden en hebben het dus maar niet gedaan.

niet een plaats waar je normaal wilt rondlopen…

We stapten uit bij een station dat geen perron en geen stationsgebouw had en liepen door het bos naar het meer. Haar werk was snel gedaan en we hadden tijd om een flinke wandeling te maken over een oude spoorlijn langs de rand van het meer waar nog meer eens per week een trein over rijdt. Deze spoorweg is gebouwd door bannelingen en (er zal wel een tekort aan bannelingen geweest zijn) voor veel geld ingehuurde buitenlandse werkers. Aangezien de hellingen steil aflopen naar het meer toe waren overal tunnels nodig, en het werk eraan heeft honderden levens gekost. Terwijl we over de spoorlijn langs het meer liepen kwamen vanzelf vroege nummers van Gordon Lightfoot in me op, die gaan over de tijd waarin de Canadese spoorlijnen werden aangelegd en over de tijd waarin landlopers en seizoenwerkers op passerende vrachttreinen sprongen om als vroege zwartrijders mee te liften. We kwamen hier en daar nog massieve ijzeren voorwerpen tegen die eruitzagen alsof ze zijn gebruikt om de al even massieve spijkers op hun plaats te houden terwijl die in de bielzen gedreven werden. Een specht was druk bezig met met bewerken van een berk, nu eens van links hakkend, dan weer van rechts. De lucht betrok.

Toen we tegen het vallen van de avond door het bos terugliepen naar het station dat geen perron en geen stationsgebouw had om de enige trein terug te nemen begon het te regenen. De regen ging net over in natte sneeuw toen de trein kwam.