Wat gebeurt er, iedereen is zo lief voor me… In het verleden heb ik Thailand leren kennen als een land waar mensen  gemakkelijk glimlachen, waar je je snel thuisvoelt, waar je als gast goed behandeld wordt. Waar ik me desondanks  soms afvraag (soms, niet vaak, waarom zou ik?) hoeveel van die gastvrijheid gemeend is (de gast blijft natuurlijk  een vreemde snuiter) en waarvan ik af en toe lees over hoe het er ‘echt’ aan toegaat.

Goed, ik krijg een beetje mee van hoe het er ‘echt’ aan toegaat. Er zijn natuurlijk de grote tegenstellingen die het  politieke landschap de laatste tijd in beweging hebben gehouden en waar doden bij zijn gevallen. Dat was al een  scheur in het image van het land waar boeddhisme en vredelievendheid bij de geboorte aan iedereen worden meegegeven.  De Thai die werkt als leraar Frans, die ik op straat ontmoette, waar ik lang mee praatte en die me sindsdien twee  uur per dag Thaise les geeft vertelt me over hoe hij bij de Franse ambassade werkte en hem daar het werken door zijn  collega’s onmogelijk werd gemaakt. Weer een scheurtje. Ik lees over corruptie in de politiek, corruptie bij de  politie. Scheurtjes, scheurtjes.

dsc090171

Maar wat ik zelf dus meemaak is niet minder dan hartverwarmend. Een paar dagen geleden was ik bij een manifestatie  van medestanders van Thaksin, die afgelopen maandag, nadat ze zich enkele jaren verzekerd wisten van een  parlementaire meerderheid, opeens in de oppositie beland zijn. Al snel zat ik tussen mensen die eten aan het  klaarmaken waren, kreeg van alles aangeboden, mocht er niet voor betalen. Die dag bleven mensen me eten en drinken  aanbieden.

Vandaag ging ik de stad in, liep rond, zonder duidelijk doel, wilde gewoon een deel van de stad zien dat ik nog niet  kende. Bij een kraampje waar bamboestaven gevuld met zoete kleefrijst werden verkocht bleef ik staan, wilde wat  kopen, had alleen groot geld. De verkoper kon het niet wisselen. Wat te doen? Twee meisjes die net hadden afgerekend  gaven de verkoper het geld voor de twee staven die ik wilde hebben en zeiden: kadootje.

Later op de dag wilde ik een boot nemen die, dwars door de stad, via een kanaal in de richting van mijn hotel vaart.  De halte bevond zich naast een brug, en onder die brug waren mannen aan het dansen op muziek uit een draagbare  radio. Ik keek naar ze. Ze groetten me. Ik groette terug. En voordat ik het wist zat ik bij ze, praatte met ze,  danste mee, fotografeerde en kreeg bier aangeboden.

dsc091641

Ook dit is hoe het er ‘echt’ aan toegaat. Zo blijft het raadsel van de Thaise samenleving onopgelost. Maar goed, wie  heeft er eigenlijk om een oplossing gevraagd?

Terwijl ik dit schrijf zit er trouwens naast me een groep jongeren waarvan er één erg luidruchtig is. En vulgair. En ongevoelig voor de blikken die hem worden toegeworpen. Vroege fase van Tourette? Zal dit stuk morgen nog eens doorlezen, kijken of het verbale geweld naast me zijn sporen erop heeft achtergelaten. Terwijl het toch ging over aardige mensen…