Het einde van het semester nadert, en het wordt duidelijk tijd voor vakantie. Ha, vakantie… Nou ja. Even een beetje sputteren:

Wij buitenlanders krijgen Russische les volgens dezelfde didactische methodes die gebruikt worden bij het onderwijs van de eigen taal voor Russische scholieren. Neem maar van me aan dat dat nogal lastig is. Russisch is een ingewikkelde taal, het is gewoon niet uit te leggen in het Nederlands waarom de leermethode die gebruikt wordt voor kinderen die de taal al spreken niet helemaal geschikt is voor buitenlanders die dat nog niet doen. Afijn, uiteindelijk leren we wel, al is het af en toe ondanks de methode, en niet dankzij de methode.

Afgezien van de methode raakt ook de inhoud wat van zijn fascinatie kwijt. Ik heb daar al eerder over geschreven. Verhalen over wat belangrijk is in het leven en wat je nodig hebt om gelukkig te zijn (gezin, vrienden, werk) kunnen niet blijven boeien. Na drie maanden lang elke dag een portie geluk begin ik in opstand te komen. Idem dito met andere onderwerpen. Al drie maanden lang hebben we het over ‘brieven naar huis schrijven’, volgens allerlei verschillende grammaticale constructies. ‘Richard, zeg eens, schrijf jij vaak brieven naar huis?’ Brieven??? Is hier de e-mail dan nog niet doorgedrongen? Nou nee, in het onderwijs in ieder geval nog niet. En dat in een land waar een brief die vanuit Irkoetsk wordt verzonden er vijf dagen over doet om in Moskou aan te komen… Ja, er worden nog steeds brieven geschreven. En trouwens: als je daarover begint in de klas wordt er overheen gewalst. Past niet in het schema, daar is geen tijd voor. Ik ben de enige die af en toe kans ziet vragen te stellen. Zelfs voor eenvoudige grammaticale vragen is eigenlijk geen tijd. Je moet heel snel zijn om een vraag te stellen, de lerares dendert door, en tegen de tijd dat ze vraagt: is alles duidelijk? gaat de bel.
Wat we ook veel doen in de les: praten over thee drinken. We lezen allerlei verhalen waarin vrienden bij elkaar op bezoek gaan en thee drinken. Nou moet je toch echt ophouden. Thee wordt weliswaar gedronken, dat is waar, maar waar is, in de verhalen, de wodka die toch echt met stip op nummer één staat? Wordt niet genoemd. Bestaat niet. En dus gaan we weer op bezoek bij onze vrienden en drinken thee. En schrijven brieven naar huis.

Wat wel genoemd wordt: pioniers (jongerenbeweging onder de communistische paraplu) die vrolijke rode halsdoeken dragen en uit eigen beweging meehelpen met het binnenhalen van de oogst in de kolchozen. De wát? Precies, ja.
Of schrijvers die een ‘moeilijk maar interessant leven hebben’. Lees: ex-echtgenoot geëxecuteerd, nieuwe echtgenoot in strafkamp overleden, zoon lange tijd geïnterneerd, zelf het zwijgen opgelegd, gedwongen tot meewerken aan culturele zelfmoord. Als ik erover vraag wordt gezegd: ja maar dat was een moeilijke tijd, het is moeilijk daarover te praten. Ja, natuurlijk is het moeilijk daarover te praten! En omdat niemand dat doet zou het zomaar weer kunnen gebeuren. Maar we willen geen slapende honden wakker maken, hè.

En toch… heb ik best wel een zwak voor die lerares. Ze zal, wat, een jaar of zestig zijn, ze is misschien nooit verder dan honderd kilometer van Irkoetsk geweest, of zou ze Moskou bezocht hebben? Zodra ze met pensioen gaat heeft ze in ieder geval geen geld meer om Moskou te bezoeken. Ze is grootgebracht in een onderwijsstelsel dat identiek was in alle delen van Rusland, en ze heeft zelf lesgegeven volgens de strenge, stugge methodes die daarin heersen. Ze is, op haar eigen manier, een baken, een stuwende kracht, een bron. En omdat ik de enige in de klas ben die een beetje bij haar leeftijd in de buurt komt en die bovendien kan relativeren zijn er van die momenten. Momenten waarop ze de draak steekt met een leerling of zelfs met zichzelf, dan lijkt het alsof niemand anders dat in de gaten heeft en dan kijken we elkaar lachend aan. Op zulke momenten ben ik bereid haar tekortkomingen en die van het onderwijsstelsel te vergeven, ter plekke. Zij doet haar best zoals ze denkt dat het moet, en wie ben ik om te denken dat het anders moet… Wie ben ik, anders dan een leerling, iemand die wat te leren heeft? Wie ben ik, dat ik denk dat ik kan oordelen over hoe dat onderwezen wordt?

Genoeg gesputterd. Gisteren -29 met daarbij een snijdende wind, vandaag voelt -8 aan als zomer. Naar buiten dus, en rondlopen, foto’s maken!