‘En, hoe bevalt het om weer in Nederland te zijn?’ Voor de hand liggende vraag na twee jaar alleen maar in Azië te hebben doorgebracht. Die vraag is dus ook vaak gesteld in de afgelopen weken.

Nou, goed hoor. Het weer, dat in gematigde luchtstreken altijd wat prominenter meespeelt in het dagelijks leven dan in de tropen, heeft zich bijna de hele tijd van zijn allerbeste kant laten zien. Amsterdam is zo, in de zomer, één van de plezierigste steden om een poosje in te verblijven. Nederland is mooi, in deze tijd van het jaar. Goed ook mensen weer eens te zien die we lang of zelfs heel lang niet gezien hadden. We zijn ontzettend verwend, we kregen onderdak, werden gevoerd, mochten auto’s en fietsen lenen, het heeft ons aan helemaal niets ontbroken, dat is wel heel bijzonder allemaal…

luchtdirigeren tijdens de Amsterdamse Uitmarkt

luchtdirigeren tijdens de Amsterdamse Uitmarkt

Wat kleine dingen die geweldig zijn. Bij café De Jaren binnen zitten en allerlei kranten lezen, genieten van het licht en de ruimte binnen terwijl het terras vanwege het mooie weer vol is. Bij Vyne wijn drinken die ze in het (verre) oosten helemaal niet hebben en die de smaakpapillen tot orgastische ervaringen brengt. Bij Puccini bonbons halen met citroengras of nootmuskaat. Bij een haringkraam horen hoe de eigenaar zijn vaste klanten met de voornaam aanspreekt, met een flink hoofdstedelijk accent. Door het land reizen terwijl de zon schijnt en het gras groen is.

Wat kleine dingen die snel genoeg wenden. Schoenen aanhouden in huis. Kraanwater drinken (zelfs het idee dat dat drinkwater wordt gebruikt om te douchen en de wc te spoelen went uiteindelijk). Wc-papier gebruiken in plaats van de vertrouwde waterstraal. Bedragen uitgeven die me, wanneer ik ze omreken in baht of ringgit, doen verbleken.

Wat kleine dingen die niet zo makkelijk wennen (maar wat altijd nog kan komen!). Nederlanders zijn, dat is bekend maar dat was ik een beetje vergeten, hartstochtelijke voorvechters van het recht op vrije meningsuiting. Met verbazing zien we mensen elkaar (en ons) in het verkeer verrot schelden. Fietsers kun je verstaan, dat kan nog leerzaam zijn. Bij boze gezichten die je geluidloos van achter autoruiten iets toesnauwen moet je je fantasie gebruiken om er iets van te maken (hij zegt geloof ik dat er iets op mijn voorhoofd zit). O ja, dat was ook zo, zo hoort dat. Ik probeerde te integreren om niet als toerist te reizen in het land dat eens het mijne was. Ik heb echt geprobeerd mee te doen. Maar het wil niet zo goed lukken, ik krijg zinnen als ‘kijk toch uit waar je rijdt, tyfuslijer’ niet uit mijn strot. Gezakt voor de herinburgeringscursus.

Of dit dan: we hebben ons niet gerealiseerd dat we lange tijd allerlei essentiële zaken hebben moeten missen. De tv herinnert ons daaraan. Tandpasta die geen tandpasta is maar een gel die in je mond verandert in schuim, scheersystemen met vijf mesjes, halvarine die ervoor zorgt dat we genoeg van de juiste vetzuren binnen krijgen, gratis krasloten (moet je wel kauwgom voor kopen, bah), vierde oral-b tandenborsteltje gratis voor cz-verzekerden (eh, waar gaat dit over?), ontbijtgranen die in zes varianten worden verkocht (‘omdat wij vrouwen, om er goed uit te zien, houden van variatie’), lipstick die onfeilbaar is (‘ook al ben ik het niet’). Reken er maar op dat wij flink van al deze dingen gaan inslaan voordat we ons weer op pad begeven. En veel tv kijken om te weten wat we niet mogen missen, want het leven in dit land ziet er ingewikkeld uit, je kunt maar beter op de hoogte blijven.

jong geleerd in Amsterdam

jong geleerd in Amsterdam

Nou, en verder… Het is wel grappig om te zien hoe in een omgeving die je goed kent hier een daar een paar hele kleine dingen zijn veranderd, net genoeg om je van de wijs te brengen, zoals openbaar vervoer dat er nog hetzelfde uitziet maar dat opeens via andere routes rijdt of op tijd vertrekt of geen strippenkaart meer accepteert, dat soort dingen. Ik zit af en toe om me heen te kijken in Amsterdam, van die zeventiende-eeuwse grachtenpanden en zo, en probeer me voor te stellen hoe het is voor een zeventiende-eeuwer die in deze tijd terug komt en van alles herkent, maar wel helemaal de weg kwijtraakt als hij auto’s en fietsen ziet, de geuren ruikt die uit coffeeshops opstijgen, tijdens een wandeling steeds opnieuw dezelfde winkels tegenkomt (grote families moeten dat zijn, die Blokker en Heijn) en dingen hoort als ‘dat is zó tweeduizendzeven!’ Het decor is nauwelijks veranderd, en toch is alles anders.

Ach, het zijn vaak kleinigheden. Ik zie mannen voorbijkomen in krijtstreep en met lang haar en lichtbruine schoenen. Makelaars, wordt er gezegd. Zou kunnen. Altijd al snuiters geweest, mensen ook met een heel eigen taalgebruik, dus waarom geen lichtbruine schoenen? Ik zie gelukkig ook nog heren die de krijtstreep combineren met de vertrouwde zwarte schoenen. Bankiers, die in deze moeilijke tijden wat minder zelfverzekerd dan voorheen langslopen, maar wel iets van oude waarden blijven vertegenwoordigen.

Ik hoor om me heen dat de taal is blijven evolueren (dat is dus eigenlijk niets nieuws) en vraag me af of ik zal leren meedoen en dingen zeggen als: ‘Waarom ik uit Nederland ben weggegaan? Ik had zoiets van: op zich is reizen mijn passie’. Hm, nee, zoiets moet je langzaam opbouwen. Niet teveel in één keer willen.

Ik zie tot mijn grote vreugde dat het weer mogelijk is een nieuwe fiets te bezitten en dat de fabrikanten met nieuwe, vindingrijke modellen op de markt komen die kennelijk gretig aftrek vinden. En ik blijf even staan mijmeren wanneer een aak voorbijkomt die is beladen met oude barrels die zojuist uit de gracht zijn opgevist.

Hoe het is om weer even terug te zijn? Paradoxaal genoeg zijn het juist dingen die niet veranderen en die ooit (mede) aanleiding waren over de grens te gaan kijken waarvan de vertrouwdheid bij terugkeer allerlei snaren raakt. Maar ook wat wel is veranderd doet goed, is weliswaar soms verwarrend, maar geeft daarna aanleiding tot nadenken en tot verwondering. Zo wordt het ‘eigen’ land zowel een basis om naar terug te keren als een bestemming om naar te vertrekken. Goed zo, dat past in het beeld van reizen niet als ‘je verplaatsen van A naar B’ maar als beleven, meemaken, open staan, nieuwsgierig zijn. Grappig dat juist weggaan en terugkomen kan helpen om dat ten volle te gaan inzien.