DSC_4621‘Wil je de weersverwachting voor morgen nog weten?’ vroeg de vriendelijke campingbeheerder.
‘Dat weet ik niet. Wil ik hem weten?’ vroeg ik op mijn beurt. Hij ging even kijken op de computer.
‘Ik denk het niet’, kwam hij terug, ‘maar ik geef hem je toch mee’. En hij overhandigde me een print waarop te lezen stond: morgen 20 mm regen, wind ZW, kracht 4. Fijn.

Het was de tweede dag van onze terugreis van Haren naar Amsterdam. Vlak voor onze aankomst op de camping was het begonnen te regenen. Die nacht zouden we alweer het getik van de druppels op het tentdak horen dat sinds mijn jeugd zo onlosmakelijk verbonden is met vakantie in eigen land. En de volgende dag zou het alleen maar meer gaan regenen en zouden we de wind pal tegen hebben. Fijn.

DSC_4576Eerlijk gezegd begon ik een beetje genoeg te krijgen van die regen. Weliswaar hadden we er tot op dat moment niet eens zoveel van te verduren gehad en was het fietsen erin niet eens zo vervelend, maar na de eerste nacht van deze tocht, een goeie week geleden, hadden we geen enkele keer meer ’s ochtends de tent droog in kunnen pakken. En op den duur gaat de combinatie van grijze luchten, nattigheid en dalende temperaturen op je gemoed inwerken. Ik werd eraan herinnerd dat ik als zestienjarige in de herfst met serieuze plannen had rondgelopen de school de school te laten, op de fiets te stappen en naar het zuiden te rijden, alsmaar verder naar het zuiden, tot naar de evenaar, en dan nog verder. Alleen het dringende pleidooi van de baas bij wie ik in de weekends werkte om toch eerst de school af te maken (‘Nog maar een paar maanden, dan kun je doen wat je wilt, dan heb je in ieder geval een diploma. Kijk naar mij, ik heb niets, kijk hoe hard ik moet werken!’) had me ervan weerhouden dat plan ten uitvoer te brengen.

DSC_4552We waren opnieuw door bijzondere natuurgebieden als het Fochtelooër veen en het Drents-Friese Wold gereden, en daarna door localiteiten gekomen met Toonderiaans klinkende namen als Zwartewaterland en Grafhorst. Onze regenkleding had redelijk goed zijn werk gedaan wanneer dat nodig was, en behalve mijn zadelpen, waarop het zadel niet vast wilde blijven staan en die door een behulpzame fietsenmaker in Genemuiden werd vervangen, waren de fietsen, de trouwe tweewielers, een plezier om op te rijden.

De volgende dag werd een mooi hoogtepunt van onze testrit. Hoogtepunt in de zin van: het materiaal kon worden getest. De waterdichte, ademende regenkleding kon de hoeveelheid water die het te verwerken kreeg niet goed aan. Onze schoenen met GoreTex laag en onze Patagonia jacks gaven de ongelijke strijd tegen het water op en begonnen het schoorvoetend door te laten. Hoe we alles weer droog moesten krijgen was helemaal niet duidelijk. Dus toen we tegen het eind van de middag zagen dat we, als we nog een paar uur doorreden in plaats van nu onderdak te gaan zoeken, Amsterdam konden bereiken…

…hebben we dat maar gedaan.

Hetty, gastvrij als altijd, maakte eten voor ons klaar. We douchten en haalden uit de perfect waterdichte fietstassen droge kleren. We zullen nog een plek moeten vinden waar we de tent kunnen laten drogen. En straks gaan we met de fietsen naar de Vakantiefietser waar de monteur op vakantie is maar waar Eric zelf naast het beheren van de winkel en het plannen van een verbouwing de voorkomende reparaties uitvoert. Hij is zelfs bereid over te werken om onze fietsen na te lopen, zodat we zo snel mogelijk weer op pad kunnen.

En dan vertrekken we naar het zuiden, en gaan alsmaar verder naar het zuiden. In ieder geval tot waar het niet meer regent, waar het warm is, waar de hemel en de aarde kleur hebben. Hm. Terwijl ik dit schrijf kijk ik naar buiten, waar de gele bladeren aan de bomen in het licht van de lage zon opvlammen en afsteken tegen een lichtblauwe hemel. Tja.