Die zondag kwamen we niet alleen wielrijders tegen, het leek wel of heel het land bezig was met activiteiten in groeps- of clubverband. Oude, dakloze auto’s reden kris-kras door de omgeving, man aan het stuur, vrouw turend op een kennelijk niet zo beste routebeschrijving. Motoren die genoten van rustige, door de heuvels slingerende weggetjes. Vissers die met zijn twintigen om een piepklein meertje stonden. En bij een voetbalveld waren tientallen auto’s geparkeerd, al was er op het veld niemand te bekennen. Misschien dat de kantine er iets mee te maken had.

Kemmel, aan de voet van de Kemmelberg

Kemmel, aan de voet van de Kemmelberg

De Vlaamse Ardennen, die ten westen van Brussel liggen en ook niet dezelfde beklimmingen bieden als de ‘echte’ Ardennen, zorgen ervoor dat we wat moeten gaan werken. We houden de dagetappe dus maar klein. De volgende dag rijden we de heuvels alweer uit.

We volgen een fietsroute die ‘Vlaanderen fietsroute’ heet, naar het westen toe. Deze verkent de grenzen van het Vlaamstalig deel van het land, en we merken af en toe dat we langs Wallonië schampen doordat de bevolking van de grensdorpen vrijwel zonder uitzondering perfect tweetalig is. Enkele kilometers lang volgen we zelfs een kanaal dat de grens met Frankrijk volgt. Aan de Belgische kant staan net voltooide appartementengebouwen met de passende naam: Belle Vue. Ze kijken uit over het kanaal en, aan de overkant, Frankrijk.

In Wervik wordt een uithoek bereikt vanwaar de Vlaanderen fietsroute zich weer terugtrekt, landinwaarts. Er komen verschillende grenzen samen: behalve de Frans-Belgische grens loopt er ook een minder officiële grens: die met een Waalse enclave, waarvan gezegd wordt dat die door gesjoemel ten tijde van de vaststelling van de taalgrens is ontstaan:

‘Sjefke, spreekt u ook Frans?’

‘Ja, Frans spreek ik wel’.

‘Goed, ge spreekt Frans’. Vinkje voor de Franstaligen.

Een fotograaf in Wervik neemt er graag de tijd voor om wat van de geschiedenis van de omgeving te vertellen. Bij werkzaamheden zijn onlangs resten van twee Romeinse hoofdwegen gevonden, die erop duiden dat het één van de oudste plaatsen in de omgeving moet zijn. Vervolgens gaat hij de eeuwen langs, met voldoende gebeurtenissen om een geschiedenisboek te vullen, om ten slotte uit te komen bij de Eerste Wereldoorlog. En die komen we daarna nog veel vaker tegen: overal in de omgeving liggen begraafplaatsen van Britse en Ierse soldaten, in de dorpskernen staan gedenktekens met de namen van gevallen zonen van het dorp.

Eén van de vele wegen die naar Frankrijk leiden

Eén van de vele wegen die naar Frankrijk leiden

We besluiten Frankrijk in te rijden via een fietsroute die op onze kaart staat en die door zou moeten lopen tot aan Boulogne sur Mer. Gaat niet zo makkelijk. Eerst missen we het punt waar de route langs moet komen en moeten een flink eind terug klimmen. Dan blijkt dat op het punt waar de route toch echt langs moet komen geen bordjes staan en dat de weg waarover we verder zouden moeten verboden is voor fietsers. Aha. Dan vinden we een ruiter/wandel/fietspad dat ongeveer dezelfde kant op gaat. Dat wordt wat moeilijk begaanbaar met de fietsen, maar brengt ons wel bij de grens. En ten slotte blijkt bij iedere keer dat we zeker weten dat we in de buurt van de fietsroute zitten, er nog steeds geen bordjes staan. We zoeken zelf maar weer onze weg. Niet eens zo erg, want de wegen, en vooral de kleinere, zijn plezierig rustig. We zijn in St-Omer. We zijn bij de Ch’tis. We zijn in Frankrijk.