Anderhalve dag brachten we door bij Claudine, en de tijd vloog voorbij. Het was niet moeilijk ons meteen thuis te voelen: ze liet ons de vrijheid te doen wat we wilden en zorgde er tegelijkertijd voor dat het ons aan niets ontbrak. We praatten, lazen, keken tv, wasten onze kleren, keken de fietsen na. En toen was het alweer tijd om verder te gaan. Dank je wel! En tot ziens.

DSC_5078

Duitse toeristen bekijken de kathedraal van Chartres

Een kleine etappe bracht ons in Chartres, waar we de beroemde kathedraal bezochten en wat ervoeren over hoe die verschillende keren was afgebrand, wat de gelovigen niet had ontmoedigd, maar juist had aangespoord bij te dragen aan de bouw van een nog grotere, nog mooiere kathedraal. Groepen Duitse, Japanse en Chinese toeristen kregen uitvoerige rondleidingen. Bij de ingangen van de kathedraal stonden bedelaars Latijns klinkende spreuken te prevelen, kennelijk om de bezoekers eraan te herinneren dat in deze gewijde omgeving een aalmoes beslist niet misplaatst zou zijn.

DSC_5095

In de rots uitgehouwen woning

Na nog twee dagen met grotendeels grijs, mistig weer en een akkerlandschap waarin het oog niets vond om op te blijven rusten, maar ook passages langs troglodietenwoningen (te mooi woord om het niet te gebruiken) aan verschillende rivieren bereikten we onze volgende halte: Tours, universiteitsstad, voormalige zetel van Franse koningen en belangrijk wijncentrum aan de Loire. In het vlakbij gelegen Vouvray werd dat laatste duidelijk: mocht je de borden die naar wijnboeren verwezen niet gezien hebben, dan was er nog de etalage van een bakker die vooral erg vol stond met flessen wijn. In deze omgeving dus besloten we de voor de volgende dagen voorspelde regen af te wachten en hier zouden we Charlotte’s ouders ontmoeten, die op terugweg vanuit Spanje één of twee dagen met ons zouden komen doorbrengen.

 

Tegen het vallen van de avond stonden we te kijken hoe we de moesten rijden om bij de enige camping in de wijde omgeving te komen die nog open was, toen een auto naast ons stopte en een vrouw enthousiast tegen ons begon te praten. ‘Zijn jullie aan het kamperen? Kom maar met mij mee naar huis, wij fietsen ook, we hebben net de kastelentocht langs de Loire gedaan!’ We werden er door overrompeld, waren moe, hadden niet meteen een antwoord, bedankten vriendelijk, we verwachten Charlotte’s ouders. Ze vroeg nog even naar onze reis, wenste ons geluk en reed verder. En we keken elkaar aan: stom, stom, stom. Op zo’n uitnodiging zeg je toch meteen ja? Dan ga je toch niet op je camping zitten? Jammer, gemiste kans.

 

DSC_5099

Halloween wint terrein in Frankrijk

De camping was vlakbij. We kwamen hem op rijden en hielden ons verhaal tegen de man bij de receptie: we zijn twee personen met een kleine tent en twee fietsen, mogen we bij u de nacht komen doorbrengen? Hij liet ons rustig uitpraten en schudde toen langzaam het hoofd.

 

Nee? Eh, grapje? Geen grapje. Vanaf 1 oktober, zei hij, liet hij geen tenten meer toe. Maar… dat stond niet in de gids. En wat moesten we nu? We praatten nog wat heen en weer, hij liet doorschemeren dat hij het risico eigenlijk niet kon nemen, maar vooruit, voor deze keer, hij kon ons toch ook niet de straat op sturen. We konden blijven, maar wel op eigen risico, dat moest duidelijk zijn. De man bleek doodsbang nog eens mee te maken wat een paar jaar geleden was gebeurd: er was iemand in een tent overleden, waarschijnlijk door de kou, al kon het ook te maken hebben met de boom die tijdens een vliegende storm op de tent gevallen was. De familie van de overledene was van mening dat de campinghouder had moeten kijken hoe het met de kampeerder ging en had geprobeerd via een gerechtelijke procedure verhaal te halen. Zonder succes natuurlijk, maar het had zoveel zorgen met zich meegebracht dat hij niet nog eens zijn vingers wilde branden. Amerikaanse toestanden zijn het meneer, waar gaan we naartoe als iedereen maar probeert eerlijk werkende mensen geld afhandig te maken.

 

DSC_5113

Tours: fietspaden, maar geen fietsers

Tours, dus, waar geen bedelaars staan bij de ingang van de kathedraal, maar waar je bij het binnenlopen wordt verwelkomd door de gewijde klanken van een kerkorgel dat dreigt je in een deemoedige stemming te brengen. Totdat duidelijk wordt dat de organist een beginner is die zit te oefenen op ‘Greensleeves’ en nog een lange weg te gaan heeft…

Charlotte’s ouders zijn gearriveerd; we gaan een paar dagen samen doorbrengen. Retrouvailles!