‘Saint-Jacques de Compostelle ?’ Charlotte draaide zich om, om te zien van wie de vraag gekomen was. Midden in het boerenland, waar zo goed als geen verkeer is, verwacht je niet aangesproken te worden zodra je even stilstaat om op de kaart te kijken. We bevonden ons ergens halverwege tussen Tours en Poitiers, en waren inderdaad bezig een deel van de St. Jacobsroute te volgen. Maar hoe wist deze man dat, op deze verlaten plek anderhalfduizend kilometer van Santiago vandaan?

Niet zo moeilijk. In Frankrijk fietsen wat mensen in lycra en met helmen op in de Alpen. Verder kun je elders in het land een enkele bejaarde tegenkomen in gewone kleding op het soort fiets dat we kennen van oude foto’s van Paris-Roubaix, met het zadel in de laagst mogelijke stand en met een blik van dédain op de buitenlander die er niet voor terugschrikt kilo’s ballast mee te zeulen en daardoor aanmerkelijk langzamer te gaan dan nodig is. Maar langs de route naar Santiago is juist deze buitenlander een bekende verschijning.

‘Recht door’, hoorden we al verschillende keren wanneer we aarzelden over de te volgen route, zonder dat we iemand iets gevraagd hadden. Het hoofd omdraaiend keken we dan in de lachende gezichten van mensen die al vaker St. Jacobsgangers de weg gewezen hadden op punten die kennelijk in de routebeschrijving niet duidelijk beschreven zijn. En ook hier: ‘Ik woon in die boerderij daar, en ik zie vaak mensen hier aarzelen. Ik heb er al over gedacht een bordje neer te zetten, maar ik ben er nog niet aan toe gekomen. Maar je moet rechtdoor’. En dus gaan we maar weer rechtdoor.

DSC_5229_5_6_7_8_tonemapped

Dorp in de Vienne

Niet alleen St.Jacobsgangers komen hier langs. Waar we eerder campings tegenkwamen waar hoofdzakelijk stacaravans stonden, bevinden we ons nu in een gebied waar vooral Engelsen en Nederlanders overnachten die op weg zijn naar ergens anders: hetzij naar Spanje, voor degenen die gaan overwinteren, hetzij naar huis, voor degenenen die hebben overherfst.

We zijn voor twee dagen gestopt in de buurt van Poitiers, één dag om de stad te bezichtigen, één om naar Futuroscope te gaan. Allebei de moeite waard. Maar de mensen die we zien komen en gaan op de camping hebben er geen tijd voor.

‘We bezoeken wel van alles als we in de lente weer terugrijden’.

‘We zijn op weg naar het zuiden. Het weer wordt hier al te slecht’.

Ook wij houden rekening met het weer, het wordt constant meegenomen in de besluiten die we nemen. Maar dat is een voordeel van fietsen: je kunt niet in één ruk van Nederland naar Spanje rijden, je doet het noodgedwongen rustig aan. En dus nemen we maar hier en daar nog een extra dagje mee om wat van de omgeving te zien. Zo is het goed.

DSC_5238

Dankplaatjes in een kerk in Poitiers