O, wat een mooi weer. We zitten op een terras in Lacanau-Océan (Lacanau aan Zee zeg maar), tussen de middag, en het gaat ons goed.

Op weg naar Lacanau

De tocht heeft ons na Royan verder langs de kust gevoerd, langs dorpjes die als enige bestaansreden hun ligging aan zee hebben en de voorliefde van vakantiegangers voor die zee. Hier, sterker dan in Royan, dat tenminste nog een kleine vaste bevolking heeft, geen ziel meer. Het is alsof de bom gevallen is en iedereen die heeft kunnen navertellen de kust ontvlucht is. Complete dorpen, dicht, leeg. Leeg? Bijna. Een enkele surfer geniet van de golven die nu met niemand hoeven te worden gedeeld.

Op weg naar Lacanau

Waar we wel mensen tegenkomen: in het bos. Er wordt druk naar paddestoelen gezocht, en druk gejaagd. Tenminste, ik denk dat het jagers zijn die we zien staan aan de rand van het bos, kennelijk wachtend met het geweer onder de arm tot er iets naar naar ze toe komt lopen. Ze zijn gekleed in het donkergroen, heel slim want dan zien de dieren ze niet, en ze hebben allemaal iets van oranje aan of op, ook heel slim want de statistieken van jachtongevallen in Frankrijk liegen er niet om, en het zijn meestal jagers die er als slachtoffer in voorkomen.

 

Lacanau staat bekend als mondaine badplaats. Hier wel mensen, niet veel, maar goed ook; in de zomer is het één grote parkeerplaats. Hier ook een dagmenu dat qua prijs en qua inhoud wat boven het gemiddelde ligt. In navolging van Hans de Clercq’s rubriek ‘Eetzicht‘ (link opent in nieuw venster) hierbij een foto van een deel van onze lunch (sorry Cor): heek op Baskische wijze, dus met ham, paprika, tomaat, ui en knoflook. Zo, en nou gaan we weer fietsen.

Lunch in Lacanau