Zeedennen. Een zee van zeedennen. Grote zeedennen, kleine zeedennen, in rechte rijen of lukraak door elkaar heen, dicht op elkaar of met grote tussenruimtes. Scheefhangende bomen, geknakte bomen, ontwortelde bomen. En stapels, stapels langs de weg liggende stammen.

Het bos van Les Landes de Gascogne is naar verluid het grootste van West-Europa, en het bestaat voor het overgrote deel uit aangeplante zeedennen. Lange, kaarsrechte wegen snijden erdoorheen. Een enkele automobilist kan ongehinderd het gaspedaal diep intrappen, verder wordt de stilte alleen verbroken door twee fietsers die gemakkelijk hun weg vinden tussen lappen grond waar bomen groeien en lappen grond waar ze worden geoogst.

Ook hier weinig mensen, maar niet omdat ‘het seizoen afgelopen is’. Een enkel dorp hier en daar, bevolkt door ambtenaren: burgemeester, postbode, schoolhoofd, en natuurlijk jachtopzieners en boswachters. Tussen de middag vragen we bij een winkel waar wat levensmiddelen verkocht worden en die tegelijk dienst doet als bar, sigarettenwinkel, postagentschap en hotel, of er in de buurt gegeten kan worden. De oude dame die met haar zoon de zaak bestiert en onderwijl een oogje houdt op haar beweeglijke kleinzoon schudt het hoofd. Ja, als we een auto gehad hadden… We kopen twee blikken ravioli. Ze biedt aan ze voor ons in de magnetron warm te maken, en komt even later met twee borden vol naar buiten, zet ze voor ons neer op een tafel, trekt er stoelen bij. De zon schijnt, het is geen Franse keuken maar het is prima zo.

Lesperon, St. Jacobsbeeld (?) met in de rechterhand twee sleutels en in de linker een flesje Desperados: 'met tequila op smaak gebracht bier'

In Lesperon verhaalt een op het dorpsplein geplaatst bord in de gebruikelijke bloemrijke stijl over pelgrims in vroeger tijden, die verrast in deze oase aankwamen na door de eindeloze troosteloosheid van de Landes getrokken te zijn. Het komt wat vreemd over. Toegegeven, het landschap was wat saai, en de storm die er in januari van dit jaar overheen is gegaan heeft er zo huisgehouden dat het hier en daar een desolate aanblik biedt, maar ‘eindeloze troosteloosheid’?

We zijn al aardig zuidelijk. We zetten onze tent op bij een boerderij waar een vriendelijke oude vrouw gezegden in wat ze ‘patois’ noemt uit haar mouw schudt. Dat patois lijkt niet op wat door oudere mensen in de Alpen gesproken wordt. Het is zeker geen Frans en heeft toch iets herkenbaars. Ergens anders, overdag, stopt een auto naast ons terwijl we staan te kijken naar een dood everzwijn dat langs de weg ligt. Er stapt een man uit, gekleed in het donkergroen, een riem met patronen om het middel. Priemende, zwarte ogen die inschatten hoe en wanneer het dier aan zijn eind gekomen is, dan de met zwaar accent uitgesproken belofte dat iemand het zal komen begraven.

Wanneer we aankomen in Dax moeten we even omschakelen. Druk verkeer opeens, overal mensen waarvan je je afvraagt waar die allemaal vandaan gekomen zijn, veel getoeter en ongeduldige handgebaren achter het stuur wanneer iemand niet snel genoeg de weg vrijmaakt. Een jong meisje met twee honden die bij de ingang van een supermarkt op de grond zit, terwijl haar vriend iets verderop een biertje staat te drinken. Voorbijgangers geven haar geld, ze leeft op en bedankt. We vinden een hotel met wifi, ik neem me voor meer te weten te komen over de streek waar we doorheen fietsen. Hoe zit dat b.v. met die ‘eindeloze troosteloosheid’ en dat patois? Ja hoor, de Franstalige Wikipedia is op het gebied van het eigen erfgoed een onuitputtelijke bron van hoogwaardige, uitgebreide artikelen die bol staan van de verwijzingen en illustraties en die ook alweer, hoe kan het ook anders, in bloemrijke stijl geschreven zijn. Luistert.

Vóór de negentiende eeuw zag het Zuidwesten van Frankrijk er heel anders uit dan tegenwoordig. Op de schrale grond wilde niet veel groeien en in in het vochtige klimaat leidden de weinige bewoners een karig, ongezond bestaan. Schaapsherders zouden er op stelten gelopen hebben om droge, warme voeten te houden, boven de gemeen prikkende doornenbosjes te blijven en gemakkelijk om hun kuddes te kunnen lopen. Om de grond te verrijken en bovendien de oprukkende duinen tegen te houden werd vooral in de negentiende eeuw massaal bos van inheemse dennen aangeplant, waardoor de schaapskuddes verdwenen en in plaats daarvan werk ontstond in het aftappen van de dennenhars, waarvan terpentine gemaakt werd. Later werd dit onrendabel door de concurrentie van landen waar de arbeidskracht goedkoper was en werd de economische activiteit verlegd naar bosbouw ten bate van de hout- en papierindustrie. Aha. Dus de oude pelgrims kwamen wel degelijk door een troosteloos en leeg landschap, waarin ze trouwens niet zelden door struikrovers van hun bezittingen ontdaan werden.

Steltlopers in de Landes, door Jean Louis Gintrac, Musée des Beaux Arts, Bordeaux. Gevonden via Wikimedia Commons.

Dan de taal. Hier wordt het ingewikkeld, want het blijkt dat er allerlei geografische benamingen gebruikt worden met overlappende betekenissen, en dat linguïsten het niet altijd met elkaar eens zijn over talen en dialecten. Het volgende heb ik eruit begrepen: de oude vrouw sprak Gascons. Het Gascons is een dialect van de Occitaanse taal (waar ook het Provençaals en het Languedociaans – de langue d’Oc – dialecten van zijn) en nauw verwant aan het Catalaans. Het Occitaans is ontwikkeld vanuit het Latijn, heeft veel minder Keltische en Germaanse invloeden ondergaan dan het Frans en was tot een eeuw geleden een belangrijke literaire taal. In Zuid-Frankrijk was het de meerderheidstaal totdat het werd verdrongen door het Frans dat op school werd onderwezen en door de overheid werd gebruikt. Het schijnt dat er nog mensen zijn die alleen het Occitaans spreken, al gaat het dan om een enkele, ongetwijfeld bejaarde Zuiderling. De Basken trouwens, die onmiddellijk naast de streek wonen die als Gascogne wordt aangeduid, zijn langer onafhankelijk van de Romeinen gebleven en spreken een taal die in niets lijkt op het Occitaans. Pfff… Het was vroeger op school zo veel makkelijker, toen je Frankrijk op de landkaart kon aanwijzen en zeggen: daar spreken ze Frans…

En nou ga ik weer even verder lezen, hoor. Dit vind ik zó interessant…