We zijn trouwe fans geworden van het weerbericht op tv. En helemaal sinds een week of zo, sinds het plaatje er ongeveer zo uitziet: kaart van Frankrijk met heel veel grijs, overal wolkjes ingetekend waar regen uit valt, behalve aan de Middellandse Zeekust en in het uiterste zuidwesten. Waar wij zijn, dus. Waar het weer is zoals je het je zou wensen: zacht en zonnig. We zien weermannen die vertellen dat het nu wel erg zacht is voor de tijd van het jaar en we zien beelden van bruggen die in noordelijker gelegen landen worden weggeslagen door rivieren die de overvloedige regenval niet goed aan kunnen. En wij fietsen rond in t-shirt en zijn tevreden. Wacht maar.

Even wat anders. In Noord- en Midden-Frankrijk hadden we ze al overal gezien, bladerloze bomen, vooral iepen leek het wel, waar van die bosjes of bollen in zaten die gewoon groen bleven. In de dennenbossen van Les Landes kwamen ze niet voor, maar verder zuidelijk doken ze opeens weer op. Bekend gezicht, maar wat was dat nou? Er zijn zoveel van die vragen die je jezelf af en toe stelt maar waar je nooit het antwoord op krijgt. Opzoeken dus. En hier komt het antwoord – sorry als ik iets vertel wat allang bekend is…

Maretak. Een plant die parasiteert op de bomen waar hij in groeit, die er wortels in laat groeien en er voeding uit haalt. Vogels eten de bessen die hij produceert en de pitten die in de bomen blijven liggen vormen nieuwe wortels. Maretak… dat klinkt wel heel bekend. Inderdaad, het hele verhaal van Asterix en Obelix: in vroeger tijden verzamelden in het wit geklede en met een gouden sikkel bewapende druïden deze maretakken, waaraan bijzondere eigenschappen werden toegedicht. Zoals we ook weten uit dezelfde boeken zorgde één druïde ervoor dat de theeplant aan de overkant van het Kanaal een soortgelijke betekenis kreeg, al lijkt me de historische betrouwbaarheid van dat feitje wat twijfelachtig. Kennelijk hebben ze daarginds nooit geweten dat je van maretak toverdrank kon maken en hebben ze voor de plant een ander doel gevonden: de Engelse naam voor maretak is mistletoe.

Sauveterre. Charlotte kijkt, ietwat ongerust, uit over de Pyreneeën.

Al een poosje geen enkele open camping meer gevonden. Wel hotels, dus daar slapen we nu maar even. Zoals in Sauveterre, klein, oud dorp in het zicht van de Pyreneeën. Na op weg ernaartoe al op een zonovergoten terras te hebben geluncht met vier gangen (garbure: een volle soep van gesneden groente, aardappels en ham, daarna een halve varkenspoot met een saus van paprika, tomaat en ui, vervolgens spaghetti bolognaise en tot slot kaas; correctie: Charlotte leest dit en zegt: ik heb alleen spaghetti gegeten!!) lieten we ons in het knusse hotelletje met zijn sfeer van dat-dit-nog-bestaat verleiden tot het nemen van halfpension. ‘s Avonds dus opnieuw vier gangen, ach wat geeft het, we fietsen dus dat hebben we nodig. Daarbij nog eindelijk een andere St. Jacobsganger ontmoet, die de route in kleine etappes loopt en steeds na een paar dagen de trein terug naar huis neemt. Tot nu toe wordt ons gevraagd: St. Jacobsroute? Maar, eh, waarom nu?

Sauveterre, l'Auberge du Saumon

We zijn in St. Jean Pied de Port. Diep in Frans Baskenland, klein plaatsje met een grote historische betekenis. Het had een korte etappe moeten worden, door heuvellandschap aan de voet van de bergen, en we waren van plan de volgende dag naar onze eerste echte bergpas te klimmen. Ik zeg ‘eerste echte’, want aan de kust kwamen we al een pasje tegen, met een bord erbij: Col du Petit Mont, alt. 34 mètres. Dat telt niet, hè. Maar. Wat begon als een warme, vlagerige zuidenwind groeide aan tot een storm van windkracht 27. Om bergafwaarts vooruit te komen moesten we trappen, vlak terrein werd opeens vrijwel onbegaanbaar, en over klimmen zullen we het maar niet hebben. Ondenkbaar in deze omstandigheden om de volgende dag aan een pas te beginnen. Dus maar weer een rustdag. Leuk dorp, hoor, al is ook hier veel dicht, zij dat hier alles midden december weer open gaat, zal wel met het skiseizoen te maken hebben. Maar in november is heel Frankrijk dicht…

Baskisch groen