Eerst dachten we dat wij, aan de elementen blootgestelde fietsers, de enigen waren die intensief met het weer te maken hadden. Toen werd half Spanje bedekt met een laag sneeuw en zagen we dagenlang op de tv niets anders dan verslaggevers in skipakken die eropuit gestuurd werden om de grootste sneeuwval in vijfentwintig jaar te verslaan. En nu zien we dat dat weertype is doorgedrongen in grote delen van Europa en hebben we foto’s gezien van witte landschappen en witte avonturen in het Hollandse zoals die alleen bestonden in herinneringen die zo ver terug gaan dat we niet meer met zekerheid weten of het wel onze eigen herinneringen zijn.

Hadden we, zoals we even overwogen hadden, vanuit Zaragoza de meest rechtstreekse route naar Valencia genomen, dan waren we waarschijnlijk ergens in de sneeuw vast komen te zitten. In plaats daarvan brachten we nu een paar dagen door in kou en regen op een camping in Vinaròs, in het noorden van de Valenciaanse deelstaat, tussen de landgenoten die bij een kaartje en een borrel probeerden te vergeten dat ze voor een paar maanden uit Nederland waren weggegaan om de regen en de kou te ontlopen. O ja, wij ook. Nog maar een paar dagen eerder was het dagelijks twintig graden geweest in Valencia, nu kwam de temperatuur nauwelijks boven het vriespunt.

Zodra de weersverwachting liet zien dat de regen even ophield reden we verder langs de kust, waar het winterse weer dat op dat moment nog niet was losgebarsten in Nederland maar in Spanje het gesprek van de dag was zijn sporen had achtergelaten. Hier nog net geen sneeuw, maar wel dorpjes waar de zee overheen was komen vallen: straten die blank stonden of waren bedekt met een goeie laag modder en stenen, mensen die aan het bijkomen waren van de afgelopen dagen en gelaten waren begonnen aan het opruimen van de rommel. En in Benicassim waren golfsurfers zich aan het uitleven op het anders zo rimpelloze water van de Middellandse Zee.

Door een vlagerige, op het laatst stormachtige tegenwind zochten we onze weg naar Valencia. Enkele stukken over een drukke weg waren niet te vermijden, al vonden we ook weggetjes door sinaasappelboomgaarden die maar heel af en toe doodliepen, en zelfs een fietspad van een kilometer of twintig. Valencia, toen we het uiteindelijk binnenreden, was druk, vermoeiend, niet zonder gevaar voor de fietser die in de pikorde geen hoge plaats inneemt.

Maar dat was toen. Intussen hebben we met plezier vastgesteld dat dit een mooie stad is, met een oud centrum, veel gebouwen van historische waarde en ontelbare restaurants, café’s en tapas-bars. Mooi. Dat komt goed uit. We gaan hier een poosje blijven. Dat idee was een paar weken geleden opgekomen, toen het weer alleen aan de kant van Valencia mooi was: als we nou eens een maand of twee Spaanse les gingen nemen en voor die tijd een appartement in Valencia huren, en daarna pas verder fietsen? Waarom niet? We hebben immers de tijd? Hoe het daarna verder gaat zien we dan wel weer. En dat idee had langzaam vastere vormen aangenomen. Intussen zijn we bij een talenschool langs geweest, overmorgen gaan we appartementen bekijken, ziet er allemaal heel goed uit, ja hoor, we gaan een poosje blijven. Ha.