De kanttekeningen die het Spaanse dagblad El País plaatst bij een gisteren in de open lucht gehouden mis in Madrid zijn moeilijk te missen. Zo telde de krant 56.000 aanwezigen, terwijl de kerk het hield op enkele honderdduizenden, en wordt deze telling afgezet tegen de mis van twee jaar geleden, toen El País uitkwam op honderdvijftigduizend en de kerk een schatting gaf van twee miljoen. Ook de weergave van de inhoud van de mis laat zien dat de krant zich moeite moet getroosten om deze serieus te nemen.

De Madrileense aartsbisschop, Antonio María Rouco Varela, had gelovigen opgeroepen de mis bij te wonen ter viering van de dag van de Heilige Familie, die volgens de rooms-katholieke kerk valt op de zondag in de periode tussen kerst en oud en nieuw. Zij die daaraan gehoor gaven kregen een verhaal te horen dat bekend is en verwacht werd: het gaat slecht met de wereld, het gezin moet de hoeksteen van de samenleving blijven, niemand heeft het recht een ongeboren leven te beëindigen (een nieuwe wet die een aanzienlijke verruiming van de mogelijkheden voor abortus inhoudt is net door de Tweede Kamer aangenomen en doorgestuurd naar de Eerste Kamer), sex is bedoeld voor binnen het huwelijk en alleen voor het creëren van nieuw leven, en ‘als jullie er niet waren zou Europa binnenkort kinderloos zijn’.

Dat laatste, dat vond ik toch wel een beetje verbazend. Aan de rest zijn we gewend, maar ‘dankzij de Spaanse katholieken worden er nog kinderen geboren in Europa’? Dat is een beetje sterk.

Valencia, paar dagen geleden

Een paar weken geleden was op de website van dezelfde krant te lezen dat het Spaanse geboortecijfer één van de laagste van Europa is en werd uitgelegd hoe dat komt. Het is voor vrouwen moeilijk genoeg een studie af te ronden en daarna een carrière op te bouwen. Willen ze dan ook nog kinderen, dan krijgen ze te maken met allerlei hindernissen waarvoor in andere landen allang oplossingen zijn gevonden: geen opvang, weinig mogelijkheden voor ouderschapsverlof, geen flexibiliteit in de tewerkstelling, geen mogelijkheden voor herintreding en een mentaliteit bij het mannelijk deel van de bevolking die geen hoop biedt dat deze hindernissen snel weggenomen zullen worden.

Inderdaad heb ik zeker vijftien jaar geleden al eens gelezen dat het Spaanse geboortecijfer destijds één van de laagste van Europa was, om precies dezelfde redenen. In die tijd is dus al weinig veranderd. Het is ook verhelderend de commentaren te lezen die lezers achterlaten op websites van kranten, bij artikelen over maatschappelijke kwesties. ‘Vrouwen moeten niet zeuren, maar baren’, ‘de plaats van de vrouw is thuis’, ‘als een vrouw besluit kinderen te nemen èn te werken, dan doet ze dat toch zelf?’, het zijn bekende geluiden die laten zien dat tegenwerpingen als ‘het wordt tijd dat kinderen worden gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid’ nog niet iedereen overtuigen.

Ook het proces dat het nieuwe ontwerp voor de abortuswet doorloopt maakt duidelijk dat gevestigde mentaliteiten zich maar moeizaam aanpassen aan maatschappelijke veranderingen. De door de socialisten voorgestelde wet kwam dankzij de steun van kleine partijen met een kleine meerderheid door de Tweede Kamer, terwijl van de grote conservatieve oppositie iedereen tegen stemde en daarmee eens te meer liet zien hoezeer aan weerszijden van grote vraagstukken de hakken in het zand worden gezet.

Bij een matineevoorstelling van De Notenkraker, gisteren in Valencia, viel het me op hoeveel kinderen er met hun ouders, grootouders, ooms en tantes waren meegekomen. Keurig aangekleed, met gekamde haren en bijna zonder uitzondering twee uur lang voorbeeldig stil. Misschien is het allemaal maar onruststokerij wat je hoort. Het gezin bestaat nog, kinderen worden geboren, hier zaten ze, ik zag het zelf. Het komt wel goed met Europa.