Ruim twee weken zitten we intussen op school, tijd om een balansje op te maken. De medeleerlingen bijvoorbeeld: van alles wat. Vooral vrouwen, zoals we dat bij talenopleidingen gewend zijn. Veel Aziaten, met name uit Japan en China. Een Japanse die van voetbal houdt, dus van Barça en daardoor een Spanjaard is tegengekomen met wie ze nu in Valencia woont. Enig minpuntje: hij is een fan van het Valenciaanse team. Ach, niemand is perfect. Een Chinese die nog steeds hoopt een Spanjaard tegen te komen; een andere Chinese die dat al gelukt is.

Vrij veel au pairs, die zodra de hen toevertrouwde Spaanse dwergen gewassen en aangekleed zijn de gelegenheid aangrijpen om iets serieus te gaan doen. Erasmus-studenten uit Duitsland, die een jaar in Valencia studeren onder een uitwisselingsprogramma. Gidsen uit Rusland of Japan die in een paar weken hun Spaans komen bijschaven om zodoende meer kans te hebben thuis Spaanse klanten te krijgen. En zelfs twee fietsers die min of meer per ongeluk hier aanspoelden en besloten een paar maanden te blijven. Charlotte wordt aangekeken alsof er een steekje bij haar los is wanneer ze vertelt over de reis van Amsterdam naar Spanje, terwijl ik alleen blikken van bewondering krijg. Kwestie van perceptie, of wordt er echt zo verschillend gedacht over vrouwen en mannen?

Het wordt steeds aardiger om te zien hoe de structuur van een taal en de achtergrond van het land waarin die wordt gesproken van invloed zijn op de manier waarop buitenlanders onderwijs krijgen. In Japan zorgden de hindernissen die de geschreven taal opwerpt ervoor dat de leraressen zich rigoureus hielden aan de geleerde woordenschat en grammatica en vanuit die basis verder werkten. In Rusland werd het stampwerk waarmee in het Soviet-tijdperk de Russische grammatica door het hele land heen op precies dezelfde manier was onderwezen onveranderd toegepast op buitenlandse leerlingen. In Thailand, waar we de kans kregen het taalonderwijs van de andere kant te bekijken, leerden we ervan uitgaan dat we nergens vanuit konden gaan en dat alles wat we deden heel voorzichtig moest worden opgebouwd.

Het operagebouw; geen goeie reden om het hierbij te plaatsen eigenlijk, behalve dat het wel leuk staat. Komt later nog wel meer over.

Bij de lessen die we nu volgen worden elementen toegepast van wat we in Thailand leerden: beginnen met een rondvraag over van alles en nog wat om erin te komen, dan een grammaticaal onderwerp aansnijden, nieuwe woorden toevoegen, oefenen met het zojuist behandelde. De strakke regelmaat in het geschreven Spaans en de gewendheid van de leraren om veel te praten zorgen ervoor dat het tempo hoog gehouden kan worden, zonder dat (zoals ik dat een jaar geleden in Rusland meemaakte) de druk wordt opgevoerd tot het niet meer te volgen is en zonder dat (zoals anderhalf jaar geleden in Japan) de leerlingen veel onderling oefenen, waar ze niet veel van leren omdat ze niet allemaal tegelijk gecorrigeerd kunnen worden. Ja hoor, dit gaat lekker. En de vorderingen zijn er ook naar.

Vertelt een Chinese een verhaal. Want dat was de opdracht: denk vijf minuten na over een verhaal, echt gebeurd of niet, vertel dat dan (denk aan de verschillende verleden tijden!) en daarna stellen we je vragen om erachter te komen of het waar is of niet. Goed, die Chinese dus:

Haar vader had een grote varkenshouderij die gelegen was aan een rivier. Op een dag, terwijl hij de omgeving liep te verkennen, zag hij hoe een jongetje in het water viel. Het water stroomde snel, te snel voor het kind. De man bedacht zich geen moment en sprong erachteraan om te proberen het kind te redden, maar kwam zelf in de problemen en kon zich nog maar ternauwernood aan een tak vastgrijpen. Omstanders riepen de brandweer erbij en die slaagde erin hem een touw toe te werpen en hem aan land te trekken. Moedig initiatief, maar niet zo succesvol: van het jongetje was niets meer vernomen.

Ze beantwoordde de vragen over haar verhaal met zo’n gemak dat het uitgesloten leek dat ze het verzonnen had. Toen de laatste vraag kwam: is het waar of niet? zei ze lachend: ja en nee. Ja, mijn vader sprong de rivier in en moest gered worden. Maar… hij sprong niet achter een jongetje aan, maar achter één van zijn varkens! En hij kreeg flink op zijn kop van de brandweer!