Eerst was er een rivier. De rivier liep dwars door de stad, zoals ze dat wel vaker doen. Zolang iedereen zijn plaats kent (water in de rivier, huizen ernaast) kan dat heel lang goed gaan. Maar als een kind dat problemen heeft met ‘binnen de lijntjes blijven’ ging het water wel eens over de rand, en toen er in een slecht jaar tientallen doden vielen zei de stad: genoeg! De rivier werd omgeleid en de drooggevallen bedding werd omgebouwd tot park. Parken treden niet buiten hun oevers, met parken kun je rustig slapen.

Wetenschapsmuseum, brug en een recente toevoeging: de evenementenhal die nog in aanbouw is en waar concerten en tenniswedstrijden gehouden zullen worden

Op een dag zeiden de mensen: we hebben zo’n groot park, laten we daar iets leuks mee doen. Laten we van het park een wetenschapspark maken. Laten we een hele hoge toren bouwen, en een museum waarin je op knopjes kunt drukken, en een planetarium en zo. Dat was een gaaf plan, dus werd een hele goeie architect aangesteld en werden al gauw eerste stenen gelegd. Hoewel, stenen… De architect was een man met visie, en visie vraagt om staal en beton en glas. Laten we zeggen: het eerste staal ging de grond in.

Ingang van het museum

Nu moeten we eerst uitleggen dat er twee soorten mensen zijn: socialisten en conservatieven. De mensen die het plan hadden bedacht en waren begonnen met dat eerste staal waren socialisten. De mensen die op dat moment niet aan de macht waren waren conservatieven. Omdat ze niet aan de macht waren probeerden de conservatieven op alle mogelijke manieren de socialisten hakken te zetten. Als de conservatieven aan de macht waren geweest hadden zij natuurlijk de plannen gemaakt en de eerste palen in de grond geslagen en hadden de socialisten tegengewerkt. Zo gaat dat.

Goed, de conservatieven werkten dus tegen. Ze zeiden: dat hele project, en vooral die hoge toren, dat slaat helemaal nergens op, dat doen jullie alleen maar om op te scheppen, en bovendien kost het veel te veel geld. Wij willen ook opscheppen en veel geld uitgeven, maar dat kan niet want we zijn niet aan de macht. Dus dan mogen jullie het ook niet.

Een aantal wijze mannen bogen zich over de kwestie en bedachten een wijze oplossing. De toren zou er niet komen. Het museum met de knopjes wel. Het planetarium ook. Bovendien leek een groot aquarium ze wel aardig, en een operagebouw, dat dan leuk kon concurreren met het concertgebouw dat al vlak in de buurt stond. Aldus geschiedde. Het operagebouw werd nog ontworpen door dezelfde man die de andere gebouwen had bedacht, voor het aquarium werd een andere hele goeie architect gevonden. Die was wel wat ouder en hij kon nog net de plannen voor de ingang en het restaurant afmaken voordat hij op 87-jarige leeftijd overleed.

Oceanográfic: grootste aquarium van Europa, ontwerp van Félix Candela

… Ik loop om het operagebouw heen, langs het planetarium, tot aan het museum der wetenschappen waarvan zelfs de naam (Prins Filips) aan het Evoluon doet denken. De gebouwen veranderen met iedere stap die ik zet. Dit herinnert me aan de bergen rond Morzine, die na vijftien jaar zo vertrouwd waren geworden dat ik ze ‘s nachts, wakker gemaakt voor dat doel, gemakkelijk had kunnen uittekenen, maar die onherkenbaar werden wanneer ik ze tijdens een niet eerder gemaakte wandeling zag vanuit een nieuw perspectief. Deze gebouwen zijn als bergen. Je zet een stap, je kijkt. Je ziet vormen, verhoudingen, licht, donker, kleur, accenten. Je denkt iets in de trant van: wow. En dan zet je weer een stap, en nog één, en nog een paar, en alles is anders. Om de gebouwen heen zijn ondiepe baden aangelegd, misschien om te verwijzen naar de rivier die hier ooit was, misschien ook ter verkoeling tijdens de hete zomerdagen. Of misschien omdat het gewoon mooi staat.

Hemisfèric (planetarium annex Imax theater), wetenschapsmuseum en brug: Pont de l'Assut de l'Or

Hier fotograferen is een lastige opgave. De voormalige rivierbedding bepaalde de beschikbare ruimte en zorgde ervoor dat de gebouwen in één lijn werden geplaatst. Ze staan elkaar dus in de weg, en bovendien lopen er bruggen door het beeld, ook een logisch gevolg van het feit dat je in een rivierbedding staat. Denk je een foto te maken vanaf de zijlijn, dan krijg je te maken  met flatgebouwen die zich als nieuwsgierige toeschouwers opstellen achter je onderwerp en ongegeneerd in de lens kijken. Kom je een dag later terug, dan staan ze er nog steeds, onverstoorbaar.

Hemisfèric van dichtbij

Santiago Calatrava, de architect van al dit moois en een zoon van de stad, had zich allang verzekerd van wereldfaam voordat hij deze opdracht kreeg. Zijn interesse in grote projecten, zijn artistieke aanleg en zijn kennis van materialen en bouwwijzen komen samen in ontwerpen die niet zelden het nodige stof doen opwaaien. Tegenstanders wijzen op de kosten die meestal tegenvallen, de grote volumes van openbare gebouwen waarvan vaak maar een klein deel werkelijk benut kan worden en praktische bezwaren die in het dagelijks gebruik opduiken. Voorstanders wuiven dat alles weg met een verwijzing naar ‘grotere dingen’ en uitspraken als ‘maar dan heb je wel een echte Calatrava’. Ze hebben natuurlijk allemaal gelijk. Wel vraag ik me af: zou er indertijd ook zo over gothische kathedralen gepraat zijn? Zo van: ‘ik vind hem wel mooi hoor, en ik vind het niet erg dat we er tweehonderd jaar aan gewerkt hebben, maar hadden we niet iets kleiners kunnen bouwen, iets wat makkelijker warm te houden was?’

Nogmaals het operagebouw: Palau de les Arts Reina Sofía

Operagebouw in iets ander licht gezien