‘Un break’, zoals David, de eigenaar van restaurant ‘La Terrasse des Lindarets’ al lachend tegen ons zei toen we hem vertelden dat de fietsen nog in Spanje staan, maar dat we een goeie week zijn komen skiën. Een week skiën, dan terug naar Valencia voor de fallas, en dan weer ‘aan het werk’, oftewel: op de fiets. Un break, inderdaad: we namen de trein naar Barcelona, de metro naar het vliegveld, een vliegtuig naar Genève, en… tja.

De trein is een fantastisch vervoermiddel. Je zit achterover terwijl het landschap aan je voorbij trekt, je leest wat, praat wat, mijmert. Treinen zeggen al lang niet meer kedong kedong, en de tijd dat ik dacht dat ik dat kedong kedong ging missen ligt al ver in het verleden. Al mijmerend glijden door een landschap dat zich ontvouwt (en aan de andere kant weer opvouwt) aan gene zijde van een levensgroot raam.

En zoals de sinaasappelboomgaarden, de bloeiende kersenbomen, kustdorpen waarvan alle huizen uit één mal gegoten leken te zijn en de nu al wat groenere heuvels langsgleden en zich weer in het decor terugtrokken, klaar om zich te tonen aan de volgende trein vol mijmerende reizigers, blijven ook de gebeurtenissen van de afgelopen dagen achter in een ander landschap, dat we voor het gemak ‘het verleden’ noemen.

Zoals. Het afscheid op school. Charlotte heeft verschillende klassen doorlopen en zes of zeven verschillende leraren gehad, terwijl ik twee maanden lang bij dezelfde lerares was en min of meer dezelfde leerlingen meemaakte. Voor ons allebei kwam het afscheid, zoals dat gaat, onverwacht en was het aangrijpender dan we hadden gedacht. Goede herinneringen. Dat zijn het, nu al: herinneringen. Maar goede.

En ik denk aan iemand als Esperanza Aguirre. Surreëel, eenmaal in de Franse Alpen, om te denken aan de presidente van de Madrileense deelstaat. Iemand die regelmatig voorkwam in de kranten die ik bijna elke dag kocht, die haar eigen ambitie om het hoogst haalbare ambt in de Spaanse politiek te bekleden duidelijk belangrijker vindt dan de noodzaak samen te werken met haar partijleiding, om van de grote vijand, de huidige regering, maar te zwijgen. Die regelmatig in het nieuws is geweest door de weinig diplomatieke taal die ze uitslaat wanneer ze denkt dat er geen microfoons in de buurt zijn. Die nu net, munt slaand uit het debat dat in Catalonië gaande is over het al dan niet verbieden van stierengevechten, diezelfde stierengevechten tot cultureel erfgoed heeft verklaard. Want, zegt ze, Goya, Picasso, García Lorca, Hemingway en Orson Welles hebben de corrida gebruikt in hun werken, dus het is een voorwerp van kunst. Tja, oorlog is ook een dankbaar onderwerp in kunstwerken. Moeten we oorlog tot cultureel erfgoed gaan verklaren?

Maar Esperanza Aguirre is al in de achtergrond verdwenen, en met haar de overige protagonisten van de verhalen die de kranten vulden en de dagen animeerden met hun poppenspel op het Iberische eiland.

Ook de dag waarop we reisden is op weg naar de achtergrond. Gelukkig maar. De treinreis was prettig genoeg. De vliegreis daarentegen was een herinnering aan wat vliegreizen zijn geworden. Geïnstitutionaliseerde pesterijen door personeel (op de grond en in de lucht) dat op pijnlijk correcte wijze regels toepast en geleerd heeft dat te doen alsof ze met vee te maken hebben. Het pijnlijkste daaraan is misschien wel dat ze gelijk hebben. Dat van dat vee, bedoel ik.

En het autoverhuurbedrijf dat ons de bestelde auto niet meegaf. Want ik had geen rijbewijs bij me. Ja maar, Charlotte wel. Maakte niet uit, de auto was betaald met mijn credit card, dus het rijbewijs moest ook van mij zijn. Ja maar, Charlotte kan rijden, en de auto is al betaald. Praten tegen een muur: ‘Wij leveren de auto, maar uw contract is met EasyCar, niet met ons’, zei de werknemer van Alamo, die iedere discussie uit de weg ging. Geen auto. Terwijl we in de aankomsthal bij de aanwezige busjesmannen rondvroegen of er misschien iemand naar Châtel ging verdwenen de flessen wijn die we vanuit Spanje hadden meegenomen. Pft. Weg. Nooit bestaan. Herinnering. Dat kan gebeuren. Maar de actie van de man van Alamo, die iedere verantwoording afwees, en die van EasyCar, die via de telefoon hetzelfde deed, was even iets om heel erg boos over te willen worden. Geen auto, geld weg, terwijl ik een geldige credit card bij me heb en Charlotte kan rijden, zoiets geloof je toch niet?

Ook dat is achtergrond. Want wat nu werkelijk is, werkelijker dan alles: bergen, sneeuw, sporen in die sneeuw. Het heeft weliswaar op het ogenblik niet zoveel zin buiten de pistes diepe sneeuw te gaan zoeken, maar we hebben in ieder geval de pistes, we leven ons uit.

Latten onder onze voeten die we op hun kant zetten. Kanten die zich vastbijten, perfect evenwicht van krachten die een dalwaarts gerichte boog opleveren, en snelheid. Even overstappen, en eenzelfde boog de andere kant op. Vloeiende schoonheid waarin natuur, materiaal en eigen kunnen samenkomen. Er is niet veel dat zo nutteloos en voorbijgaand is als een spoor in de sneeuw. Er is niet veel dat zoveel tijdloze voldoening geeft. Ah… we zijn even thuis.

Even thuis