Het is te veel. Het is gewoon te veel. Er was zoveel te zien en te doen in de stad in de afgelopen dagen… Ik zal moeten kiezen. Ik wil niet kiezen. Ik wil alles laten zien en alles vertellen. Maar het is te veel…

moeders op weg naar de maagd

Oké. Om te beginnen was er twee dagen lang een optocht van falleras en falleros (de mensen die zich actief met het feest bezighouden, die zijn aangesloten in verenigingen en die zich voor de gelegenheid in klederdracht hullen), door de stad heen, om bloemen te brengen aan de Heilige Maagd.

op het plein van de maagd

De Heilige Maagd, dat was een gevaarte dat was opgericht op het welgenaamde Plein van de Heilige Maagd en waarvan het hoofd rustte op een ‘gewaad’ van lattenwerk, dat langzaam werd opgevuld met de bloemen die de stoet in de loop van die twee dagen kwam aandragen. Voor menigeen was het een emotionele aangelegenheid en niet iedereen hield de ogen droog. Na afloop van de optocht was niet alleen de mantel van de maagd bedekt met bloemen maar stond het hele plein vol. Het is een goede tijd van het jaar om bloemist te zijn… Aan het eind van het parcours stapten de deelnemers aan de optocht in de bussen waarmee ze waren gekomen of in de tram die ze naar huis bracht. Vooral het aantal mensen dat in klederdracht was gekomen viel op: dit was niet zomaar iets leuks, iets folkloristisch, hier werd duidelijk met trots de Valenciaanse identiteit uitgedragen.

bloemenzee na twee dagen optocht

Op de avond van de laatste dag, de 19e, werkte het feest merkbaar naar een hoogtepunt toe. Door de hele stad heen waren mensen op straat bezig met het afsteken van vuurwerk, de kleinsten met onschuldige klappertjes, de groteren met wat serieuzer werk dat werd afgestoken onder het goedkeurend oog van de ouders, en volwassenen met ware bommen die de stad op haar grondvesten deden trillen. Tussen dit alles door wandelden moeders met kinderwagens met een gemak alsof het een gewone, doordeweekse dag was.

optocht van moren en christenen

Het rommelde onophoudelijk aan de horizon van de vele mascletàs die her en der gehouden werden. Bij ons in de buurt stuitten we bij toeval op een optocht van ‘moros y cristianos’, volgens Manu, die opnieuw twee dagen bij ons op bezoek is, een gebruik dat herinnert aan de eeuwen waarin muzelmannen en christenen het schiereiland deelden en dat typisch is voor Alicante, maar kennelijk ook in Valencia bekend is. Het leverde weer wat plaatjes op die getuigen van de goede sfeer die hier, net als overal, heerste. De christenen hebben we geloof ik gemist, wel kregen we moren te zien die, te paard en te voet, het publiek vermaakten en het daarbij zelf ook prima naar de zin hadden.

Het hoogtepunt waar de afgelopen dagen naartoe gewerkt hadden was ongetwijfeld het verbranden van de fallas waar een jaar lang iedere straat, iedere wijk geld en moeite in had gestoken, die de mensen hadden verbonden, die trots aan de wereld waren gepresenteerd en die nu moesten worden losgelaten. De meeste stonden tussen de huizen in en veel ervan waren zo hoog dat ze niet konden worden verbrand zonder de aanwezigheid van de brandweer om het vuur onder controle te houden en te omringende huizen nat te houden. Er werd begonnen met het verbranden van de kleinere fallas om een uur of tien ‘s avonds, maar de grootste moesten wachten tot twee uur ‘s morgens. Vuurwerk begeleidde de ceremoniële brandstichting, dikke rookwolken stegen ten hemel, het publiek joelde en floot. Op weg naar huis konden we zien dat de fallas die het eerst gebrand hadden al niet meer bestonden. Nog voordat de smeulende resten waren opgehouden met smeulen waren schoonmaakploegen al met opruimen begonnen.

Vóór...

... en na

Zaterdag 20 maart. Het feest is voorbij. Wie nu op straat rondloopt heeft het gevoel te hebben gedroomd. De drommen mensen zijn weg. De fallas zijn weg. De resten vuurwerk? Weg. Het is alsof er niets gebeurd is.

Het leven gaat door. Of nee, begint weer. Wat gebeurd is ligt achter ons, en voor ons: een nieuw jaar, dat opnieuw met fallas zal worden afgesloten.

Het was me het feest wel.