Luchtopname van Su Nuraxi waarop de centrale torens en de omliggende woninkjes te zien zijn. Foto van Wikipedia.

Jaaa… weer te vroeg gesproken over ‘Sardinië – laatste deel’. We waren nog niet helemaal klaar.

Met de huurauto dus nog een keer het binnenland in, om te beginnen naar Su Nuraxi, de meest bekende van de Sardische nuraghes.

Wat zijn nuraghes? We hadden er de afgelopen weken al wat over gehoord, en vooral op de kaart gezien dat we langs heel veel van die dingen gekomen zijn zonder ze te zien. Pas achteraf begrijpen we dat verreweg de meeste niet meer zijn dan heuvels waarvan de aarde archeologische schatten bedekt die nog niet opgegraven zijn! Nuraghes zijn een typisch Sardisch fenomeen.

In het centrale deel van Su Nuraxi, van waar deuren naar aparte torens gaan. De deur rechts op de foto geeft toegang tot de toren op de volgende foto.

Ik zeg trouwens Sardisch (hoewel van Dale ook Sardinisch en Sardijns toestaat) omdat het Italiaanse woord ervoor ‘sardo’ is, waar ‘Sardisch’ dus het dichtst bij in de buurt komt. Maarre, om terug te komen bij de nuraghes: het zijn bouwwerken van natuursteen die in de bronstijd zijn gebouwd (dus zeg maar drieënhalf duizend jaar geleden) en waarvan tot op heden niet alle aspecten begrepen worden.

Terwijl we op deze bekende archeologische trekpleister toe liepen zagen we niet meer dan een hoop stenen, waaraan niet was af te zien wat een schatten eronder verborgen lagen. In het kort gaat het om een centrale toren (die bij Su Nuraxi is onderverdeeld in meerdere torens) en de daaromheen liggende gebouwen die eens het onderkomen van dorpelingen waren. Of de centrale torens ook bewoond waren is niet bekend, maar wel kan de bezoeker zich een idee vormen van de verschillende doeleinden waarvoor ze gebruikt konden worden. Zo is er in Su Nuraxi een toren die op het noorden staat en verrassend fris van binnen is, en waarvan gezegd wordt dat die de ‘koelkast’ vormde – 1500 jaar voor Christus!

In één van de 'sub'torens van Su Nuraxi

Je moet het gezien hebben, je door de smalle doorgangen naar binnen gewurmd hebben, en van binnen de verrassend hoge muren van op elkaar gestapelde stenen gezien en gevoeld hebben om het geheel op zijn waarde te schatten.

En verder het binnenland in, over weggetjes die hoog de bergen in gingen en die te smal waren om twee auto’s naast elkaar toe te staan. Ach, er is zo veel te zien op dit eiland, en het is zoveel groter dan we dachten, groter dan het lijkt op de kaart.

Maar goed, morgen dus verder naar Napels. En dan gauw verder naar Sicilië. Zo veel te doen, zo weinig tijd…😉

En tot slot nog een foto van een kudde schapen hoog in de bergen. De kudde is op dit formaat nauwelijks te zien, maar de bergen gelukkig wel. En de herdershond die helemaal niet blij was met het bezoek van de buitenmensen…

O, en kijk ook nog even bij de foto’s van het vorige stuk, denk niet dat de discussie over wat voor bloemen we zijn tegengekomen is afgelopen alleen maar omdat hier een nieuw stuk staat! (Toch?)

regen in de bergen, kudde schapen, blaffende herdershond die de aanwezigheid van de fotograaf verraadt