Had ik al gezegd wat een mooie wegen Sardinië heeft, goed aangelegd, goed onderhouden, eigenlijk gewoon perfect? Nee hè. Op de één of andere manier lijkt zoiets niet de moeite van het vertellen waard. Totdat je ergens anders komt waar wat je tot dan voor bijna vanzelfsprekend hebt aangenomen niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn.

‘s Avonds waren we nog in Cagliari. De volgende ochtend reden we van de boot en vielen we midden in Napels. Het contrast had nauwelijks groter kunnen zijn.

Nou waren we al een heel klein beetje voorbereid tijdens de overtocht. Het personeel op de boot bestond uit Napolitanen en we werden ons daar snel genoeg van bewust. De barman die op ons ticket las ‘een cappuccino, een caffè’ zei na mijn verduidelijking dat het een latte en een americano moest zijn met zo’n gebaar van pfff: èèèeeehhh, het is allemaal koffie. De kassier bij wie ik het ticket gekocht had kreeg het aan de stok met drie Oost-Europeanen die niet snel genoeg konden duidelijk maken wat ze wilden en zei tot slot tegen ze: kijk niet zo naar me, èèhh, niet zo naar me kijken. Met van die lang uitgehaalde klinkers die horen bij wat voor ons de stereotype Italiaanse manier van praten is, een stereotype dat hier even sterker werd neergezet dan we het kunnen nadoen. De onverschilligheid van de één en het branie-achtige gedrag van de ander deden ons beseffen dat we meer in Cagliari hadden achtergelaten dan we vermoed hadden.

Na het verlaten van de boot sloegen we rechtsaf, met de bedoeling zo snel mogelijk, de kust volgend, de stad te verlaten. Waarom? Om te beginnen zijn grote steden hartstikke interessant en vol leven en zo, maar voor fietsers zijn ze minder geschikt. Om erin te komen ben je meestal door eindeloos druk verkeer aan het rijden, en om eruit te komen natuurlijk ook. Betaalbaar onderdak is niet altijk makkelijk te vinden en als je iets zoekt waar ze een veilig plekje voor de fiets hebben wordt het erg moeilijk.

Verder hebben we een beetje haast, want om midden mei ten westen van Palermo te kunnen zijn en onderweg plaatsen als Ercolano, Pompeii en Paestum te kunnen bezoeken zullen we flink door moeten trappen. Als het al haalbaar is. En ten slotte heeft Napels een naam hoog te houden als stad van zakkenrollers, gauwdieven en ander grijpgraag gespuis. We zijn vaak genoeg in andere grote steden beroofd om sommige tactieken te kennen en erop voorbereid te zijn, maar ook vaak genoeg om te weten dat we niet alles kunnen voorzien en dat we een duidelijk genoeg doelwit zijn. Enne… ik heb er gewoon geen zin in als doelwit rond te lopen, echt niet.

De weg die vanaf de haven de stad uit gaat heeft waarschijnlijk sinds Hadrianus geen onderhoud meer gehad, wat ook niet hoeft want hij bestaat uit grote, ongelijke brokken natuursteen waar we met de fietsen stapvoets overheen hobbelden, steeds uitkijkend voor spleten waar we met de banden niet in moesten blijven steken. Uitkijken voor glas was onbegonnen werk: het lag overal. Links en rechts om ons heen, voor ons, achter ons, overal gebeurden onverwachte dingen. Geparkeerde auto’s reden net voor ons de weg op, de bestuurder te druk met telefoneren om ons te zien. Portieren gingen open en onze uitwijkmanoeuvres werden met de grootst mogelijke onverschilligheid bekeken. Waar wij probeerden afstand te houden werden alle gaatjes meteen opgevuld door auto’s en, waar geen auto meer in paste, door behendig laverende jongens op scooters. Groter was sterker en had meer voorrang, maar brutaal zijn bleek ook goed te werken. Het werd snel duidelijk dat hier maar één verkeersregel gold: ieder voor zich. Terwijl dit alles op ons af bleef komen kon ik me niet onttrekken aan de indruk dat ik dit al kende. Ergens deed het me denken aan –
‘Het zijn net Indiërs’, riep Charlotte me tussen alles door toe.

De vluchtige indrukken die we kregen van het leven op straat – alles beweegt, alles doet iets, alles leeft – lieten zien dat de stad ongetwijfeld een keer een bezoek waard is. Alleen nu even niet.

Wat in eerste instantie leek op een gebrek aan borden die ons de goede kant op konden wijzen (‘gewoon het water rechts houden’ was niet zo gemakkelijk als het leek) bleek geen gebrek te zijn: waar we stopten om zoekend rond te kijken kregen we meteen advies van de overal aanwezige omstanders. En zo kwamen we aan in Pompeii, waar we meteen konden kiezen uit een handvol campings.